Boodschap van het Comité Christelijke Kerken – 1 juli 2026

BOODSCHAP VAN HET COMITÉ CHRISTELIJKE KERKEN
BIJ DE HERDENKING VAN DE AFSCHAFFING VAN DE SLAVERNIJ
1 JULI 2026

“Hij heeft u bekendgemaakt, mens, wat goed is: niets anders wordt van u gevraagd dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van uw God.” – Micha 6,8

Broeders en zusters,

Op deze jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname staan wij als Comité Christelijke Kerken stil bij een geschiedenis die diepe sporen heeft nagelaten in onze samenleving. Op 1 juli herdenken wij de afschaffing van de slavernij in 1863, maar tegelijk beseffen wij dat wettelijke afschaffing niet onmiddellijk vrijheid betekende. Velen moesten nog jarenlang onder dwangarbeid leven en de gevolgen van eeuwenlange onderdrukking werken tot op de dag van vandaag door in mensenlevens, in families en in maatschappelijke verhoudingen.

Als Christenen kunnen wij niet om deze geschiedenis heen. Wij geloven immers in een God die iedere mens geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis. Daarom is elke vorm van ontmenselijking een aantasting van Gods bedoelingen met de mensheid. Slavernij was een economisch en politiek systeem van een groep die zich verrijkte ten koste van de waardigheid van een hele grote groep van andere mensen, met volledige ontkenning van de waardigheid die God geschonken heeft aan iedere mens en dus niet alleen aan die eerste groep.

Paus Leo XIV heeft in zijn recente document Magnifica Humanitas, dat hij op 25 mei dit jaar publiceerde, erkent dat de Kerk in haar geschiedenis ook heeft moeten groeien in haar verstaan van die onvervreemdbare waardigheid van iedere menselijke persoon. In afgelopen eeuwen zijn de Katholieke Kerk en vele andere Christelijke denominaties vaak medeschuldig geweest aan het onrecht van de realiteit van slavernij. Paus Leo heeft onder zijn persoonlijke voorouders ook enkelen tot slaafgemaakten. Met diepe bewogenheid schrijft hij: “Het is onmogelijk geen diepe droefheid te voelen wanneer wij het immense lijden en de vernedering aanschouwen die zovelen hebben ondergaan, in schril contrast met hun onmetelijke waardigheid als personen, oneindig geliefd door de Heer. Daarom vraag ik, in naam van de Kerk, oprecht om vergeving.”

Deze woorden zijn belangrijk. Zij kunnen het verleden niet uitwissen. Toch geven zij uitdrukking aan een fundamentele christelijke overtuiging: echte verzoening begint met waarheid, schuldbesef en de bereidheid verantwoordelijkheid te nemen. Vergeving vragen is nooit een teken van zwakte, integendeel: vergeving vragen is een teken van geestelijke moed. Alleen wie bereid is eerlijk naar het verleden te kijken, kan samen bouwen aan een toekomst waarin gerechtigheid en menselijke waardigheid centraal staan.

Ook de Wereldraad van Kerken heeft vier jaar geleden alle kerken opgeroepen om deze weg te gaan van waarheid en gerechtigheid. Tijdens haar 11e Assemblee in 2022 te Karlsruhe, Duitsland, verklaarde zij: “Wij worden geroepen de waarheid onder ogen te zien, ons te bekeren van de erfenissen van slavernij en kolonialisme, en om samen te werken aan herstel, gerechtigheid en verzoening.”

Deze oproep raakt de kern van het Evangelie. Bekering is immers niet slechts een persoonlijke aangelegenheid: zij heeft ook een maatschappelijke dimensie. Waar mensen en gemeenschappen hebben geleden onder onrecht, vraagt God ons niet alleen om het verleden te herinneren, maar ook om vandaag keuzes te maken die bijdragen aan genezing, gelijkwaardigheid en onderlinge verbondenheid.

Onze herdenking mag daarom nooit blijven steken in verdriet of verontwaardiging alleen. Zij is ook een oproep om waakzaam te blijven voor nieuwe vormen van uitbuiting en mensenhandel, en om waakzaam te blijven voor de verschillende vormen van racisme en discriminatie. De strijd voor menselijke waardigheid is nog lang niet voltooid.

Als kerken willen wij daaraan bijdragen door gemeenschappen van ontmoeting te zijn, waar mensen van verschillende afkomst elkaar werkelijk leren kennen en respecteren en waar wij onze jongeren opvoeden in respect voor en solidariteit met een ieder. Zo getuigen wij dat in Christus alle mensen één zijn.

In dit licht heeft het CCK op 13 april jongstleden een belangrijke ontmoeting gehad met Fiti Makandra, een overlegplatform dat alle traditionele tribale en inheemse stamhoofden uit het binnenland en hun vertegenwoordigers uit de stad en districten bijeenbrengt. In een open en hartelijke sfeer is het slavernijverleden samen besproken en afgesproken om met elkaar in gesprek te blijven.

Ons gedenken van 1 juli herinnert ons aan de wonden van het verleden. Maar als CCK menen wij dat de beste manier om onze voorouders te eren is om niet alleen hun lijden te gedenken, maar om ook met eerbied en respect hun veerkracht en hun dagelijkse moed in gedachten te houden. Onder onmenselijke omstandigheden hebben onze voorouders hun waardigheid niet verloren. Velen van hen vonden kracht in hun geloof, in hun onderlinge verbondenheid, in het gezin, in hun liederen en gebeden, en in de hoop dat God hen niet had verlaten. Hun volharding en hun moed vormen een kostbare erfenis. Door hun geloof, hun doorzettingsvermogen en hun verlangen naar vrijheid zijn ook wij geroepen om dragers van hoop te zijn voor de generaties die na ons komen. Zo zullen wij hun droom voortzetten: door onze inzet voor een samenleving waarin niemand wordt vernederd vanwege afkomst, huidskleur, taal of sociale positie.

Wij willen deze boodschap besluiten met een geliefd bijbelvers, genomen uit het verhaal van Gods bevrijding van de Hebreeuwen uit de slavernij van Egypte: “Ik heb de ellende van Mijn volk gezien; Ik heb hun gejammer gehoord… Daarom ben Ik neergedaald om hen te bevrijden.” (Exodus 3,7-8). De uittocht uit Egypte is niet alleen een verhaal over bevrijding uit slavernij, maar ook een bijbels verhaal over de lange weg naar innerlijke vrijheid, naar verzoening en het opbouwen van een nieuwe gemeenschap. God is nooit onverschillig gebleven tegenover het lijden van mensen. Hij ziet, Hij hoort en Hij roept ook ons op om medewerkers te zijn aan Zijn bevrijdend werk. Laten wij daarom bidden dat de Heer ons hart blijft vormen naar het beeld van Zijn hart: een hart dat recht doet, dat barmhartigheid liefheeft en vrede sticht. Dan zal de herinnering aan een pijnlijk verleden, vruchten dragen in een toekomst van hoop voor allen.

Het Comité Christelijke Kerken



Categorieën:BISDOM, geloof en leven, persbericht

Tags: , , , , ,

Plaats een reactie