Maandag 27 april
Eerste lezing: Hand.11,1-18
Tussenzang: ps.42,2-3;43,3.4
Evangelie: Joh.10,11-18
Dagtekst:
Sir.15,5: Te midden van de Kerkgemeenschap heeft de Heer hem doen spreken. Hij heeft hem vervuld met de geest van wijsheid en verstand. Met een eregewaad heeft Hij hem bekleed.
Overweging:
Jezus noemt zich de goede herder die alles over heeft voor zijn schapen. Dat Hij zich een herder noemt, is wellicht niet veelzeggend in onze tijd, maar dat was het wel in zijn tijd, want het sloot aan bij de cultuur en de geschiedenis van zijn volk. Abel, Mozes, David en zoveel anderen waren herders, en het waren ook herders aan wie een engel de geboorte van Jezus, de redder, de Messias verkondigde. Die herders waren ook de eerste bezoekers aan Maria, Jozef en hun pasgeboren kind in de stal in Bethlehem. Jezus zegt: “Ik heb nog andere schapen die niet uit deze schaapsstal zijn.” Daarmee bedoelt Hij dat Hij niet alleen voor het Joodse volk maar voor alle volkeren gekomen is, want alle volkeren zijn kinderen van zijn Vader. Hij zegt dus van alle volkeren: “Mijn schapen kennen Mij.” Maar als we wereldwijd om ons heen kijken, zien we dat velen Jezus niet kennen of niet willen kennen. Ze hebben hun eigen goden en hun eigen afgoden, of ze willen helemaal niets met God en Jezus te maken hebben. En we zien ook dat in meer en meer landen christenen vervolgd worden juist omdat ze Jezus kennen en Hem willen volgen. Dit evangelie gaat niet alleen om geestelijken: het gaat ook om onze roeping als gedoopten: dat wijzelf, dat allen goede herders zouden zijn in doen en denken, in vreugde en verdriet, in geluk en ongeluk. We weten dat dit bijlange niet altijd gemakkelijk is. Mogen wij goede herders worden, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.
Gebed:
God, Gij hebt de heilige priester Petrus Canisius de kracht geschonken om in woord en geschrift het katholieke geloof moedig te verdedigen. Geef op zijn voorspraak, dat allen die op zoek zijn naar de waarheid U, God, vol vreugde vinden en laat het volk dat in U gelooft volharden in de belijdenis van uw Naam. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Dinsdag 28 april
Eerste lezing: Hand.11,19-26
Tussenzang: ps.87,1-7
Evangelie: Joh. 10,22-30
Dagtekst:
Apoc.19,7.6: Laat ons blij zijn, uiting geven aan onze vreugde en hulde brengen aan God. Want Hij heeft zijn koningschap aanvaard, de Almachtige, de Heer onze God, alleluia.
Overweging:
“Als Gij de Messias zijt, zeg het ons dan ronduit.” De manier waarop Jezus echter zijn zending openbaart ontgaat hen, omdat zij niet tot zijn schapen behoren. De nederigheid is de poort waardoor wij ons toegang verschaffen tot aan de deur van Jezus’ schaapskooi: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde omdat Gij uw geheimen hebt verborgen voor wijzen en verstandigen maar ze hebt geopenbaard aan onmondigen.” Ondanks dat de toonaangevende Joden zelf getuigen waren van de genezing van de blindgeborene bleven zijn blind voor Jezus’ boodschap. De menswording is namelijk bovenal de openbaring van Gods deemoed. Jezus zelf werd als een onmondig lam, voor zijn scheerder stom naar de slachtbank geleid. En zoals sommige theologen het zeggen: toen Jezus doodbloedde op het kruis voltrok zich het gericht over de wereld en werd daarin Gods wezen, zijn Naam ten volle geopenbaard. De nederigheid is echter voorwaarde om tot inzicht en verlossing te komen. De zogeheten goede moordenaar kon dankzij zijn nederige overgave aan Jezus niet uit de handen van de Vader geroofd worden. Wij dienen Jezus niet in te sluiten binnen ons eigen gedachtenpatroon, zoals toen in het evangelie. Moge de openheid voor het geheim van Jezus dat de eerste christenen bezielde de onze zijn. De Geest die Jezus gaf op het kruis zal ons dan telkens opnieuw vanuit de dood van onze zonden voeren naar het leven dat alleen met God van doen heeft.
Gebed:
Almachtige God, wij vieren het mysterie van de verrijzenis van de Heer en vragen U: laat ons ook de vreugde ervaren van onze verlossing. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Woensdag 29 april
Eerste lezing: 1Joh.1,5-2,2
Tussenzang: ps.103(102),1-4.8-9.13-14.17-18
Evangelie: Mt.11,25-30
Dagtekst:
Als een van de verstandige bruidsmeisjes is de heilige Catharina van Siëna haar Heer tegemoet gegaan: zij heeft haar lamp brandend gehouden. Alleluia.
Overweging:
“Ik prijs U, Vader van hemel en aarde omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.” Er staat hier letterlijk ‘aan hen die geen stem hebben’. Het zijn de kleinen, de mensen die niet meetellen. Denken wij daarbij aan de herders van Bethlehem en in onze tijd de herdertjes van Fatima. En wat zijn die ‘verborgen dingen’ waarover Jezus vervolgens spreekt? Die verborgen dingen zijn de genaderijke krachten van het Koninkrijk Gods dat in Jezus onder ons verschenen is.
De heilige Catharina wilde het kind zijn waarover Jezus vandaag spreekt in het evangelie. Hoe word je nu op een christelijke wijze opnieuw kind? De eerste lezing geeft ons een antwoord. Wij dienen allereerst te leven in het licht omdat God licht is. In Hem is geen spoor van duisternis. En wandelen in het licht hoeft blijkbaar niet te betekenen dat alleen volledig zondeloze mensen daartoe in staat zijn. De meesten van ons zouden dan geen schijn van kans maken. Wederom wijst de heilige Catharina ons de weg. Zij sloot zich aan bij de zo geheten ‘boetezusters’ van de heilige Dominicus. Wij dienen namelijk, aldus de eerste lezing, onze zonden te belijden en er berouw over te hebben. En een oprecht berouw wordt positief gevoed indien wij ons daarbij openen voor het lijden van Jezus. “Hij die zonder zonde was heeft God voor ons tot zonde gemaakt.” Hij werd als een lam, stom voor zijn scheerder naar de slachtbank geleid.” Jezus is als dat ‘lam stom voor zijn scheerder’ het prototype van een onmondige christen. Wij dienen in die zin kinderen te worden door ons te openen voor het Kind van God de Vader bij uitstek Jezus Christus. Hij stond open in liefdevolle zwijgzaamheid en ontvankelijkheid voor zijn Vader opdat het Woord van die Vader in Hem volledig de ruimte zou krijgen. Catharina deed in deze wat ons over Maria gezegd wordt, zij die in navolging van haar Zoon volledig openstond voor Gods Woord. Zij bewaarde dit kostbaar Woord in haar hart en overwoog het bij zichzelf. Maria werd op die manier de Moeder en modelleerlinge voor alle christenen. Van Catharina wordt verteld dat ook zij, ondanks haar jonge leeftijd een ‘moederfiguur’ werd voor de groten der aarde. Moeder in die zin, dat men bij haar te rade ging op zoek naar de waarheid. Welnu de waarheid wordt alleen in God gevonden. Catharina gaf de lijdende Christus de ruimte om zijn lijden met haar te delen en wel door haar boetvaardigheid. Zo werd zij in Christus een kind van het Licht der waarheid. Laten wij haar daarin volgen, dan zullen wij met de heilige Catharina vol vreugde zijn wanneer Jezus’ heerlijkheid zich openbaart.
Gebed:
God, Gij hebt de heilige Catharina van Siëna met de gloed van uw goddelijke liefde vervuld bij de beschouwing van het lijden des Heren en bij de dienst aan uw Kerk. Geef dat uw volk, op haar voorspraak, verbonden blijft met het mysterie van Christus en voor altijd juicht van blijdschap wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Donderdag 30 april
Eerste lezing: Hand.13,13-25
Tussenzang: ps.89,2-3.21-22.25.27
Evangelie: Joh.13,16-20
Dagtekst:
vgl. Sir.45,30: De Heer sloot met zijn dienaar een verbond van vrede. Hij stelde hem aan het hoofd van zijn volk en verleende hem de waardigheid van priester voor eeuwig.
Overweging:
Zoals de apostel Paulus in zijn preken duidelijk maakte, ging aan de komst van Jezus een hele geschiedenis vooraf. God was doelbewust bezig om de komst van de Messias voor te bereiden. Daarmee wilde de apostel Paulus mensen brengen tot het geloof in Jezus. Langzaam groeide uit de verschillende geloofsgemeenschappen de Kerk, aanwezig overal in de wereld. We zien in de geschiedenis dat het een grote opgave is om de eenheid in de Kerk te bewaren. Vaak gaat het ook om de macht te behouden. Zo gingen de Oosterse en Westerse Kerken uit elkaar. In het leven van Pius V kwam de Reformatie op met verschillende stromingen en daardoor werd de eenheid opnieuw op de proef gesteld. Pius V heeft geprobeerd om de schade zoveel mogelijk te beperken en daarom heeft hij ook met theologische argumenten en maatregelen geprobeerd om de mensen voor de ene Kerk te behouden. Maar dat is hem niet gelukt. Hij erkende dat er ook binnen de Kerk veel mis was en de Kerk ook van binnenuit uitgehold was. Om de eenheid te bevorderen heeft hij een aantal maatregelen genomen waardoor mensen weer op één lijn kwamen te zitten. Zo heeft hij het missaal uitgegeven dat door de priesters gebruikt moest worden, zodat de heilige Mis overal hetzelfde werd gevierd. Voor de priesters voerde hij het bidden van het brevier in. Ook heeft hij een catechismus voor de mensen uit laten komen zodat het volk zich de elementaire kennis van het geloof kon eigen maken. Hij heeft ook de kracht van het gebed bij de mensen onder de aandacht gebracht en de rozenkrans heeft een bijzondere plaats gekregen. Pius V leefde heel eenvoudig. En hiermee stak hij schril af tegen de voorafgaande renaissancepausen die leefden in grote weelde en belust waren op macht. Naar het Woord van Jezus heeft hij geleefd in alle eenvoud en dienstbaarheid en zich helemaal voor de Kerk gegeven. Tenslotte is hij aan zijn kloosterroeping trouw gebleven en is hij ook zijn dominicanenhabijt op meerdere momenten blijven dragen. Dat de pausen in latere tijden in het wit gekleed gingen, vindt hierin zijn oorsprong. Pius V is een echte leerling van Jezus geweest, die ook zijn hele leven dienstbaar was. Hij ging moeilijkheden niet uit de weg en durfde beslissingen te nemen waardoor gelovigen weer konden terugkeren naar de oorsprong van hun roeping. Zo is hij voor die tijd maar ook voor latere tijden van grote betekenis gebleven.
Gebed:
God, in uw voorzienigheid hebt Gij de heilige paus Pius V geroepen om in uw Kerk het geloof te verdedigen en te ijveren voor de waardigheid van de eredienst. Geef ons op zijn voorspraak, dat wij met een levendig geloof en met een liefde die vruchten draagt, uw heilsgeheimen vieren. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Vrijdag 1 mei
Eerste lezing Gen.1,26-2,3
of Kol.3,14-15.17.23-24
Tussenzang: ps.90,2-4.12-14.16
Evangelie: Mt.13,54-58
Dagtekst:
ps.128,1-2: Gelukkig wie godvrezend is, de weg des Heren gaat. Gij zult de vrucht van eigen arbeid eten, het zal u goed gaan en ge zult tevreden zijn. Alleluja.
Overweging:
De gedachtenis van sint Jozef, arbeider, werd in 1955 ingesteld door Paus Pius XII (1939 – 1958) om een christelijke oriëntatie te geven aan de communistische Dag van de Arbeid. Na de Tweede Wereldoorlog vormde het atheïstische, totalitaire communisme in Oost-Europa een serieuze bedreiging voor het christelijke, vrije Westen. Het was de periode van de Koude Oorlog, van het IJzeren Gordijn en van de massale, pompeuze communistische parades en andere manifestaties in Oost-Europa op 1 mei, de Dag van de Arbeid. Het waren ook de jaren van de brutale invallen van het Russische leger in Hongarije (1956) en in Tsjechoslowakije (1968). Door in 1955 de gedachtenis van sint Jozef, arbeider op 1 mei in te stellen, benadrukte de Kerk haar sociale leer en haar bijzondere bezorgdheid om de grieven van de arbeiders. De sociale leer van de Kerk is aan het einde van de 19e eeuw ontstaan als een antwoord op problemen die in de samenleving toentertijd speelden. De slechte omstandigheden waaronder veel mensen hun dagelijks brood moesten verdienen maakten dat de Kerk zich in het licht van het Evangelie niet kon onttrekken aan een fundamentele kritiek op een doorgeslagen kapitalistisch systeem. In de encycliek van paus Leo XIII in 1891 Rerum Novarum wordt de sociale kwestie behandeld. Deze encycliek over kapitaal en arbeid werd de opmaat voor een nieuwe manier van kerkelijke betrokkenheid bij de wereld: de sociale leer. De rode draad van de sociale leer van de Kerk wordt gevormd door de liefde, die zich onder andere uit in respect voor de waardigheid van elke menselijke persoon. Die waardigheid moet beschermd worden, omdat ieder mens geschapen is naar het evenbeeld van God. Menselijke waardigheid daagt mensen uit om hun talenten in vrijheid te gebruiken en die vrijheid ook voor anderen te garanderen. Menselijke waardigheid houdt naast vrijheid om je talenten te gebruiken ook een verantwoordelijkheid in voor het welzijn van jezelf én van anderen.
De apostel Paulus die zich met al zijn talenten heeft ingezet voor de verspreiding van het christelijk geloof buiten Palestina heeft ons als boodschap meegegeven dat wij alles uit liefde voor de Heer moeten doen. Wanneer wij kijken met hoeveel liefde arbeiders in het verleden gewerkt hebben aan heel wat mooie dingen, dan komt daar heel duidelijk in naar voren de liefde voor het vak. Maar ook de betrokkenheid op de gemeenschap. Ik doe het niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen. In Kevelaer liet ik mijn kelk en hostieschaal maken en van tevoren spraken wij over het ontwerp en de prijs. Toen ik de kelk en hostieschaal kwam ophalen, liet de juwelier mij met trots zien wat er van geworden was en zei: “Als ik nog een keer een prijs moest maken, zou het een stuk duurder zijn. Ik heb meer zilver en goud moeten gebruiken maar als ik dit zie heb ik er ook veel plezier in dat dit het resultaat is.” Je voelde bij deze persoon de liefde voor het vak maar ook de liefde voor de Kerk.
In onze tijd is er een soort minachting ontstaan voor de handenarbeid. Het is veel te duur om echt vakwerk te verrichten. Alleen bij restauratiewerkzaamheden kan men er niet buiten maar daarom is alles zo duur. Het gaat om massaproductie en wegwerpspullen na verloop van tijd. Sint Jozef oefende zijn vak als timmerman uit. Hij wordt niet veel vermeld in het evangelie. Wat wel tussen de regels door te lezen is, is zijn liefde voor het vak, zijn toegewijdheid aan het gezin van Maria en Jezus en verder de gaven van eenvoud en trouw. Dat tijdgenoten van Jezus neerkeken op de eenvoudige mensen kunnen wij ook in het evangelie beluisteren: “Is dat niet de zoon van Jozef de timmerman?” Schijnbaar konden zij zich niet voorstellen dat Jezus wijze woorden kon spreken en wonderen verrichten. Dat paste niet bij zijn afkomst. De dag van Jozef de arbeider wijst ons op de waardigheid van iedere mens. Allen zijn wij nodig bij de opbouw van de gemeenschap. Ook nu zien wij dat het verdienmodel hoger scoort dan werkplezier en goede kwaliteit. Het gebruik van de talenten blijft voor ons christenen het allerhoogste goed.
Gebed:
God, Schepper van al wat bestaat, Gij hebt voor de mens de arbeid gemaakt tot wet van zijn leven. Geef dat wij, onder de bescherming van de heilige Jozef, naar zijn voorbeeld het werk volbrengen dat Gij ons opdraagt en het loon ontvangen dat Gij belooft. Door onze Heer Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Zaterdag 2 mei
Eerste lezing: Hand.13,44-52
Tussenzang: ps.98,1-4
Evangelie: Joh.14,7-14
Dagtekst:
Ez.34,11.23-24: Zo spreekt de Heer: Ik zal mijn schapen bezoeken en hun een herder geven om hen te weiden; Ik, de Heer, zal hun God zijn.
Overweging:
“Heer, toon ons de Vader, dat is ons genoeg”, zo mogen ook wij zeggen. Het is een verlangen dat veel mensen herkennen. Ook wij zouden God soms graag duidelijk zien: een teken, een stem, iets tastbaars dat zekerheid geeft. Jezus’ antwoord is verrassend eenvoudig. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Niet omdat alles dan meteen helder wordt maar omdat in zijn leven zichtbaar wordt hoe God met mensen omgaat. God laat zich kennen in nabijheid en trouw, in genezende woorden, in liefde die niet opgeeft. Misschien zoeken wij God soms te hoog of te ver. Terwijl Hij ons tegemoet komt in gewone ontmoetingen, in mensen die ons raken, in kleine daden van goedheid. Deze paastijd nodigt ons uit om met nieuwe ogen te kijken. Waar zie ik vandaag iets van Gods aanwezigheid? In wie of wat wil Hij mij tegemoet komen?
Gebed:
Almachtige eeuwige God, Gij hebt de heilige bisschop Athanasius geroepen om de Godheid van uw Zoon op bijzondere wijze te verdedigen. Wij vragen U dat wij U steeds beter leren kennen en voortdurend groeien in liefde tot U, dank zij zijn leer en zijn bescherming. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.