Maandag 3 augustus
Eerste lezing Jer.28,1 17
Tussenzang ps.119,29.43.79 80.95.102
Evangelie Mt.14,22 36
Dagtekst:
Ps.69,2.6: God, kom mij redding brengen, Heer, haast U met uw hulp. Gij zijt mijn helper en bevrijder, God, stel uw komst niet uit.
Overweging:
In onze tijd zou men Jezus een traumateam ter beschikking gesteld hebben. Hoe moet je toch de gewelddadige dood van een familielid (Johannes) verwerken. De profeet Jeremia zat ook in wat men nu zou noemen een traumatische situatie. Hij sprak in naam van de God van Israël. De mensen wilden evenwel niet naar hem luisteren, dezelfde ervaring als die van Johannes de Doper, de voorloper van de Heer. Jeremia zocht zijn genezing en kracht bij de Heer en zo wist hij stand te houden. Jezus zoekt de eenzaamheid op. Ook Hij vindt zijn kracht bij God. Of beter gezegd in Hem is Gods kracht onder ons komen wonen. En terwijl de leerlingen na alle commotie rond de dood van Johannes geen puf meer hebben voor de zorgen van het toegestroomde volk; in Jezus is Gods bevrijdende kracht werkelijk onder ons komen wonen. En Hij nodigt zijn leerlingen uit te geloven: “Geeft gij hun maar te eten.” Wie namelijk Jezus in hun midden weten, beschikken ook zelf door Hem over Gods kracht. En uit kracht van Jezus wordt door middel van de uitdelende handen van zijn leerlingen de menigte verzadigd. Dat ook wij ons in nood tot de Heer wenden. Beter gezegd tot de hemelse Vader uit kracht van Hem die gekomen is om het juk van de zonde van ons weg te nemen.
Gebed:
Heer, wees uw dienaars nabij en schenk voortdurend uw zegen aan hen, die tot U bidden. Wij erkennen U als onze Schepper en Leider; vernieuw de gaven van uw schepping en blijf begeleiden wat Gij vernieuwd hebt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Dinsdag 4 augustus
Eerste lezing Jer.30,1 2.12 15.18 22
Tussenzang ps.102,16 21.29.22 23
Evangelie Mt.15,1-2.10-14
Dagtekst:
Lc.4,18: De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen en om hen te genezen wier hart gebroken is.
Overweging:
De grote verandering van het kleine Franse dorpje Ars begon bij de bijzondere inzet van hun pastoor, de heilige Johannes Maria Vianney. Toen hij daar aankwam, trof hij een gemeenschap aan die afstandelijk was en de interesse in God had verloren. Maar in plaats van boos te worden of te oordelen, koos de jonge pastoor voor pure liefde en intens gebed. Hij zocht de mensen thuis op, toonde oprechte interesse in hun leven en hielp de armen met heel zijn hart. De echte ommekeer in het dorp kwam toen hij onvermoeibaar klaar ging zitten in de biechtstoel. In het Sacrament van de Biecht mogen we de grote liefde van God op een heel bijzondere manier ervaren. Want wanneer wij met een oprecht hart om vergeving vragen, vergeeft Hij ons vol barmhartigheid! In de biechtstoel ontdekten de mensen dat God geen strenge rechter is, maar een liefdevolle, vergevingsgezinde Vader. Pastoor Vianney huilde vaak uit oprecht medeleven met de mensen die hun hart bij hem kwamen luchten. Zijn grote liefde en begrip raakten de mensen zo diep, dat de inwoners van Ars massaal terugkeerden naar het geloof. Uiteindelijk zat deze pastoor wel 11 tot 18 uur per dag in de biechtstoel! Mensen kwamen van heinde en verre om via hem de liefde van God te ervaren. Het ooit zo vergeten dorpje veranderde in een drukbezocht bedevaartsoord waar jaarlijks wel honderdduizend mensen vrede vonden met God. Over deze eindeloze barmhartigheid hoorden we vandaag ook in de eerste lezing. Via de profeet Jeremia vertelt God ons dat Hij ons altijd wil redden, zelfs als wij soms weglopen van zijn liefde. God wil het allerbeste voor ons. Hij wil ons vergeven, simpelweg omdat Hij van ons houdt. Door de komst van Jezus hebben wij dit ultieme bewijs van liefde gekregen. Het leven van de pastoor van Ars laat prachtig zien hoe één priester, door liefde en toewijding, een hele gemeenschap kan veranderen in een warme, gelovige familie. Laten we vandaag bidden voor onze eigen priesters, dat ook zij in onze parochies zo’n bron van liefde mogen zijn. En laten we bidden dat velen van ons de moed en de genade mogen vinden om open te staan voor die grote vergeving van God, in het bijzonder in het Sacrament van Boete en Verzoening, de Biecht.
Gebed:
God, in uw almacht en barmhartigheid hebt Gij de heilige pastoor van Ars tot een toonbeeld gemaakt van pastorale inzet en ijver. Wij vragen U op zijn voorspraak, dat wij, naar zijn bewonderenswaardige voorbeeld, onze broeders en zusters winnen voor U in de liefde van Christus, om eenmaal met hen de eeuwige heerlijkheid te ontvangen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Woensdag 5 augustus
Eerste lezing Jer.31,1 7
Tussenzang Jer.31,10 13
Evangelie Mt.15,21 28
Dagtekst:
Wees gegroet, heilige Moeder! Uit u is een Kind geboren dat koning is van hemel en aarde tot in alle eeuwigheid!
Overweging:
Bij een eerste lezing ‘oppervlakkige’ lezing lijkt Jezus zich vandaag aan te sluiten bij het onderbuikgevoel van zijn eigen volk. De Kananese vrouw staat model voor het gehate volk van Tyrus en Sidon, dat zich in het verleden telkens opnieuw als honden gedragen had ten opzichte van het uitverkoren volk. Maar wie beter kijkt ziet dat Jezus als het ware op de vlucht is. Zijn eigen volk wijst Hem af. De genade Gods evenwel gaat verder. Maar staan wij ervoor open? Het evangelie spreekt namelijk ook ons aan, wij die ons in een hymne het ware Israël noemen. Maar zijn wij die waardigheid waard? Wij zijn als een wilde loot geënt op de stam van Israël. Onze uitverkiezing is louter genade. Misschien dat de Regel van Benedictus ons vandaag verder mag helpen bij een vruchtbare uitleg van Jezus’ eigenlijke handelen ten opzichte van die vrouw. Komt namelijk iemand aankloppen bij de kloosterpoort, men dient de kandidaat aanvankelijk af te wijzen. Jezus doet in het evangelie hetzelfde. Past de kandidaat wel in onze gemeenschap? De leerlingen zien dat niet zitten. De vrouw houdt als een sterke postulante aan, zij laat zich door de eerste afwijzende houding niet afschrikken. Zij verdraagt de vernederingen. En waarom die vernedering? Omdat onze redding een terugkeer verlangt van de weg van ongehoorzaamheid naar de weg van gehoorzaamheid. De vrouw doorstaat de proef met glans: “De honden eten toch ook van de kruimels die van de tafel vallen.” Hebben wij die gezindheid ons eigen gemaakt? Indien wij dat doen, zullen wij genezing ontvangen. Wij zullen zijn als het uitverkoren volk waarover Jeremia spreekt. Na alle beproevingen zullen wij als een heilige rest optrekken naar het hemels Jeruzalem. Wij zullen God lof zingen om de redding die Hij gebracht heeft en wel in Jezus, die vandaag als Redder herkend werd door een vreemdelinge, die het aandurfde om zich over te geven aan Jezus’ verlossende vernedering. Een vernedering die Hijzelf gekozen heeft als instrument van onze verlossing.
Gebed:
Heer, vergeef de schuld van uw dienaren, die zich niet op eigen daden kunnen beroepen om U te behagen, en breng ons allen redding op voorspraak van de Moeder van uw Zoon. Die met U leeft en heerst. Amen.
Donderdag 6 augustus: FEEST VAN DE GEDAANTEVERANDERING VAN DE HEER
Eerste lezing Dan.7,9 10.13 14
Tussenzang ps.97,1 2.5 6.9
Tweede lezing 2 Petr.1,16 19
Evangelie Mt.17,1-9
Dagtekst:
Mt.17,5: Toen Jezus van gedaante werd veranderd verscheen de heilige Geest in een lichtende wolk en klonk de stem van de Vader: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld: luistert naar Hem.
Overweging:
Op de berg voert Jezus de apostelen weg uit het rumoer van de wereld. Hij gaat zich openbaren aan hen. Hij openbaart hen de verborgen kern van deze wereld: Gods heerlijkheid, die in Christus tegenwoordig is. De gedaanteverandering is geen gebeuren vergezeld van uiterlijke luister, geen tijdelijke versiering van Jezus’ mensheid. Het is ook geen verandering in Jezus zelf, maar de openbaring van zijn diepste wezen: de volkomen eenheid met de Vader, de glorie die van binnenuit straalt. Jezus is in gebed, in innige gemeenschap met de Vader wanneer zichtbaar wordt wat altijd al in Hem aanwezig is: Hij is Licht uit Licht, God uit God. Het licht breekt van binnenuit door want Jezus is niet slechts een profeet die naar God wijst, een moreel voorbeeld of een verlichte mens. Hij is God en in Hem wordt de nabijheid van God zichtbaar: in zijn woorden, stem, gezicht, en zelfs kleren. Mozes en Elia verschijnen naast Hem. De Wet en de Profeten staan daar als getuigen. Heel de geschiedenis van Israël, al het zoeken, verwachten en lijden van Gods volk komt samen rond Jezus: het Oude Verbond is voorbij, het Nieuw, altijddurende Verbond is gekomen. Jezus een bruggenbouwer tussen de twee werelden: Hij is de bron, de brug, de bouwsteen: Hij is het Verbond, alles draait om Hem, alles komt van Hem, alles gaat naar Hem. “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb. Luistert naar Hem.” Hij alleen heeft woorden van eeuwig leven. De liefde van de Vader komt tot ons door Hem en niemand komt tot de Vader tenzij door Hem. Dit zijn zijn woorden. Dit is ons geloof. Dit is het geloof van de Kerk. Het is geen idee dat afhangt van de goedkeuring van mensen. God spreekt zijn woorden niet langer alleen door vele tekenen en stemmen. Hij spreekt in de Zoon en de Zoon spreekt door zijn getuigenissen, de apostelen en de Kerk. Naar Hem luisteren, naar de Kerk luisteren betekent niet zomaar gehoorzamen, het is allereerst binnentreden op Gods weg. En deze weg voert van de berg van het licht naar de berg van het kruis. “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wie een Christus zonder kruis zoekt, treft een kruis zonder Christus. De Gedaanteverandering, zoals ook Pasen, is innig verbonden met het lijden. De heerlijkheid die op de Tabor zichtbaar wordt, is geen vlucht uit het kruis maar de verborgen waarheid ervan: het kruis zal geen nederlaag zijn die later door Pasen wordt hersteld; het is de plaats waaruit Gods liefde “ons allen tot zich trekt”.
Petrus wil drie tenten bouwen. Hij wil dat hemels mooie ogenblik vasthouden, de berg tot blijvende woning maken. Wij allen willen dat wat goed is niet voorbijgaat. Waar God zich toont, wil de mens blijven. Maar de leerling mag de heerlijkheid niet bezitten alsof zij zijn eigendom is. Hij moet haar ontvangen als kracht om te kunnen afdalen, om verder te gaan, om Christus te volgen in het dagelijks leven. “Staat op, en vreest niet.” Wanneer wij opkijken, zien wij niemand meer dan Jezus alleen. Hij is de enige die ons in de donkere uren van ons leven moed kan inspreken. Mozes en Elia zijn verdwenen, de stem zwijgt en het visioen is voorbij. Maar Jezus blijft. Dat is de weg van de Kerk door de tijd: niet leven van buitengewone ogenblikken maar van de blijvende aanwezigheid van Christus; een mooie liturgie in de kerk, én het eenvoudig gebed thuis. Een inspirerende catechese én dat noodzakelijk gesprek thuis.
“Vertelt niemand van dit gezicht, voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.” Pas in het licht van Pasen wordt de Tabor ten volle verstaan. De heerlijkheid van Christus is de heerlijkheid van de Gekruisigde. Wie naar Hem luistert, leert daarom dat het licht van God niet buiten het lijden om verschijnt, maar erdoorheen. En wie met Hem de berg afdaalt, draagt reeds iets van dat licht mee: niet als bezit, maar als bron van geloof, hoop en als stille kracht van liefde.
Gebed:
God, bij de glorievolle gedaanteverandering van uw eniggeboren Zoon hebt Gij de mysteries van het geloof bekrachtigd door het getuigenis van Mozes en Elia en hebt Gij ons op wonderbare wijze aangekondigd, dat ook wij uw kinderen mogen zijn. Wij bidden U: laat ons gehoor schenken aan de stem van uw beminde Zoon, om met Hem uw erfenis te mogen bezitten. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Vrijdag 7 augustus
Eerste lezing Nah.2,1.3;3,1 3.6 7
Tussenzang Deut.32,35cd 36ab.39abcd.41
Evangelie Mt.16,24 28
Dagtekst:
Ps.32,11.19: De gedachten van zijn hart gelden alle geslachten: Hij wil hen redden van de dood en zal hun voedsel geven als zij honger hebben.
Overweging:
De eerste lezing is genomen uit de profetie van de profeet Nahum, die tot de kleine profeten wordt gerekend. De grote profeten zijn ons bekend: Jesaja, Jeremia en Ezechiel. Nahum woont in Samaria als de etnische zuivering door de Assyriërs plaats vindt. In de tijd van Nahum roven de Assyriërs de kostbare voorwerpen uit de tempel weg en nemen ze mee naar hun hoofdstad Nineve. De profeet Nahum voorziet dat God de Assyrische vijand zal straffen en dat Hij zijn volk in Juda zal redden. God zal zijn volk weer terugvoeren naar het beloofde land. De God van Israël zal ervoor zorgen dat de Assyriërs hun macht verliezen. Het einde van het grote Assyrische rijk betekent goed nieuws voor het kleine koninkrijk Juda. De profeet Nahum zegt dat de Judeeërs alvast feest kunnen gaan vieren. Hij voorspelt dat vreemde legers de stad Nineve zullen innemen. Dan zullen de mensen in Juda niet langer door de Assyriërs onderdrukt worden en mogen ze terugkeren naar hun beloofde land. Deze ballingschap had het Joodse volk over zichzelf afgeroepen door hun ontrouw aan God. De waarschuwingen van de profeten werden in de wind geslagen. Maar ontrouw is een bekoring die van alle tijden is. Vandaag roept Jezus ons op tot trouw aan Hem. Van trouw is dan sprake als de liefde niet meer vanzelfsprekend is, maar moeite kost. Tot die trouwe liefde die moeite kost, roept Jezus ons vandaag in het evangelie op: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.” Jezus heeft dus geen vleiende boodschap. Hij praat de mensen niet naar de mond. Hij roept op om niet zichzelf voorop te stellen, maar God en de naaste. Wij denken vaak het geluk te kunnen maken en onszelf daarbij in het middelpunt te plaatsen maar daarvan zegt Jezus, dat we het leven dan verliezen. Ons leven heeft inhoud door de liefde voor de ander, waarbij we bereid zijn tot offers. Dan zijn we materieel gezien minder rijk maar ons leven is verrijkt doordat het inhoud heeft gekregen en een bijdrage is aan het geluk van mensen om ons heen.
Gebed:
Heer onze God, rust ons toe met de kracht van Jezus’ Hart en ontsteek in ons het vuur van zijn liefde. Laat ons gelijkvormig worden met zijn beeld en deel hebben aan de eeuwige verlossing. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
Zaterdag 8 augustus
Eerste lezing Hab.1,12 2,4
Tussenzang ps.9,8 13
Evangelie Mt.17,14 20
Dagtekst:
Lc.4,18: De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen en om hen te genezen wier hart gebroken is.
Overweging:
De profeet Habakuk, die tot de kleine profeten behoort, leefde aan het einde van de 7e eeuw voor Christus in Juda. Het was een tijd van politieke instabiliteit en moreel verval. Het land werd bedreigd door machtige rijken zoals Assyrië en later Babylon, terwijl interne corruptie en onrecht wijdverspreid waren. Koning Jojakim misbruikte zijn macht en het volk van Juda leed onder onderdrukking en geweld. Het boek Habakuk is een dialoog tussen de profeet en God over onrecht, waarin de centrale boodschap is dat de rechtvaardige zal leven uit geloof. Het boek Habakuk is uniek omdat het een dialoog tussen Habakuk en God bevat, in plaats van een boodschap van God aan het volk. Habakuk gaat in gesprek met God. Hij begint met een klacht over het onrecht en de onderdrukking die hij ziet. Hij vraagt zich af waarom God het kwaad toestaat en waarom de goddelijke rechtvaardigheid niet onmiddellijk wordt uitgevoerd. God antwoordt, dat Hij de Babyloniërs zal gebruiken om zijn volk te straffen, wat Habakuk nog meer verwart en hem doet vragen hoe een heilige God een goddeloze natie kan inzetten voor zijn oordeel. Het tweede hoofdstuk bevat een visioen waarin God de uiteindelijke overwinning van rechtvaardigheid en de straf voor de goddelozen belooft. De kernboodschap is dat de rechtvaardige zal leven uit geloof.
Het evangelie vertelt ons over een genezing van een jongeman die leed aan vallende ziekte. De ziekte staat voor de macht van het kwaad. Met veel nadruk wordt Jezus uitgenodigd om te genezen, nadat eerst de apostelen hebben gepoogd deze man genezing te schenken maar het lukte hen niet. Jezus wijst zijn leerlingen erop, dat het kwaad alleen met vasten en gebed en door geloof kan worden verdreven. Het geloof van de apostelen is te gebrekkig, te veel vervuld van menselijke twijfel. Met regelmaat spreekt Jezus zijn gehoor en dus ook ons aan op het gebrek aan geloof. Zeker voor ons als rationeel ingestelde mensen is het moeilijk om ons hart aan de Heer toe te vertrouwen. Vragen wij daarom om de genade van het geloof.
Gebed:
Heer, Gij hebt de heilige Dominicus gemaakt tot een uitmuntend verkondiger van uw waarheid. Laat hij voor uw Kerk een steun blijven door zijn leer en verdiensten en voor ons een toegewijd voorspreker zijn bij U. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.