Geloofwijzer

Maandag 22 Juni
Eerste lezing: 2 Kon.17,5 8.13 15a.18
Tussenzang: ps.60,3 5.12 13
Evangelie: Mt.7,1 5

Dagtekst:
Ez.34,11.23-24: Zo spreekt de Heer: Ik zal mijn schapen bezoeken en hun een herder geven om hen te weiden; Ik, de Heer, zal hun God zijn.

Overweging:
Vandaag wijst het evangelie ons erop dat we de mensen moeten nemen zoals ze zijn en niet zoals wij menen dat ze zouden moeten zijn. Een bewustwording van de vraag: op welke manier kijken wij naar anderen? Want oordelen is eigenlijk als een geestelijke oogziekte. Daarentegen openen vriendelijke blikken juist de deur naar open communicatie en vertrouwen. Veroordelende blikken en woorden zetten onszelf gevangen en beperken onszelf in de ontvangst van Gods genade en goedheid. De manier waarop we kijken is één van de deuren die naar het hart leiden, en andersom. Daarom nodigt Jezus ons uit om onze ogen en ons hart steeds te zuiveren van alle oordeel. Heiligen geven ons de wijze raad: “Span je in om de deugden te verwerven die volgens jou, je naaste niet heeft, want dan zul je niet langer hun tekorten zien, omdat jij ze zelf niet meer hebt.” Onze eventuele trots, overmoed en eigenwaan hebben de verblindende bijwerking en neiging om in anderen hun fouten veel te scherp te zien. Ze verhinderen ons om te doorzien en te beseffen wat onze eigen fouten, blinde vlekken en onvolkomenheden zijn. Via de nederigheid kunnen we in staat zijn om te vergeven, te begrijpen en te helpen. Een gelegenheid om meer te beseffen dat alleen God kan binnendringen in het diepste innerlijk van de harten en de gedachten van ons mensen. Alleen Hij kent de werkelijke intentie en waarde van alle gedachten en omstandigheden. Elk menselijk handelen is beïnvloed en wordt vergezeld door impulsen die alleen God doorziet. Daarom zijn wij uitgenodigd om te leren verontschuldigingen te zoeken voor zwaktes en de fouten van mensen om ons heen. Hopelijk hebben wijzelf mensen aan onze zijde die ons op tijd vriendelijk en liefdevol open en eerlijk corrigeren. Naasten die ons willen en kunnen waarschuwen waar wij zelf tekortschieten. Die ons glimlachend adviseren wat goed gaat en wat beter kan. Door onszelf blijvend uit te dagen en op zoek te zijn naar de kwaliteiten van onze naasten, vernieuwen we onszelf. Het vernieuwt ons innerlijk oog en hart. Eerlijke kritiek, met zachtmoedigheid aangereikt, is een kostbaar hulpmiddel om tot gezonde innerlijke reflectie te komen. God heeft ons gemaakt om elke dag onze hoop alleen op Hem te stellen. Hij helpt diegenen die vast op Hem hopen om hen boven alle negatieve omstandigheden uit te laten stijgen. In de mate dat we proberen om zijn heilige wil te zoeken, te vinden en te volbrengen schenkt Hij ons overvloedige vrede en vreugde: want Gods Goedheid laat zich nooit overtreffen.

Gebed:
God, Gij hebt de heilige Paulinus doen uitblinken door zijn pastorale zorg en zijn beleving van de armoede. Geef dat wij hem volgen in zijn liefde tot de naaste nu wij zijn verdiensten gedenken. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.


Dinsdag 23 Juni
Eerste lezing: 2Kon.19,9b 11.14 21.31 35a.36
Tussenzang: ps.48,2 4.10 11
Evangelie: Mt.7,6.12 14

Dagtekst:
Ps.27,8-9: De Heer is de kracht van zijn volk, Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde. Heer, redt uw volk en zegen uw erfdeel; wees hun voor altijd een leider en gids.

Overweging:
“Vraagt en u zal gegeven worden.” Dat vers volgt op de raad om het heilige niet voor de honden te gooien. Vraagt en klopt! Maar doen wij dat ook? In onze welvarende samenleving kan menigeen zijn eigen boontjes met gemak doppen. Wij zijn niet langer van iemand afhankelijk. Dat heeft een positieve zijde, de welvaart kent echter ook bedenkelijke bijwerkingen. De woorden privacy en anonimiteit beheersen steeds meer het beeld van onze samenleving. Wat heb ik eraan! En dankzij het feit dat menigeen een goed gevulde beurs heeft, vragen wij niet langer maar nemen wat ons toekomt. De klant is immers koning. Bij de balie van de apotheek staan de volgende veelzeggende woorden: “Een vragenvuur mag, een scheldkanonnade niet.” Het mag ons dan ook niet verbazen dat steeds minder mensen oog en smaak kunnen ontwikkelen voor het heilige. Het heilige dringt zich namelijk niet op, zoals de reclame wel doet om toch mee te kunnen in de consumptie van wegwerpartikelen. En wanneer Jezus ons vandaag oproept om te vragen, gebruikt Hij bij voorkeur het beeld van een kind. Een kind is afhankelijk en daardoor ook ontvankelijk voor hetgeen hij krijgt. “Hij was er gelukkig mee als een klein kind”, zeggen wij niet voor niets. In feite spreekt Jezus hier over zichzelf. Zelfs als volwassene vond Hij nog steeds zijn belangrijkste voedsel bij zijn hemelse Vader. En niet voor niets roept Hij vol begeestering uit: Ik prijs U, Vader omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kleinen.” En wij weten uit het evangelie volgens Lucas dat Gods grootste gave de Heilige Geest betekent. Het is de Geest die Vader en Zoon met elkaar verbindt. De Geest deed Gods Zoon mens worden. Diezelfde Geest verteerde het offer van Jezus op het kruis, deed Hem opstaan en terugkeren in de schoot van de Vader. Het is dus zaak dat wij, zoals Jezus zelf zegt, met Hem opnieuw tot kinderen worden. Dan zal het Heilige, ons wederom door de Geest gegeven, ons kostbaar Brood zijn en niet dat schijnbaar kleine korstje dat wij menen te kunnen vertrappen. En vanuit die kinderlijke deelname aan Gods eigen leven zullen wij uiteindelijk met Jezus door de nauwe poort het ware leven binnengaan.

Gebed:
Heer, geef ons blijvende eerbied en liefde voor uw Naam, want nooit onttrekt Gij uw leiding aan hen die Gij in uw liefde hebt gegrondvest. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.


Woensdag 24 Juni: Hoogfeest van de geboorte van de H. Johannes de Doper
Eerste lezing: Jes.49,1 6
Tussenzang: ps.139,1 3.13 15
Tweede lezing: Hand.13,22 26
Evangelie: Lc.1,57 66.80

Dagtekst:
Joh.1,6-7; Luc.1,17: Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam om te getuigen van het Licht en om voor de Heer een welbereid volk te vormen.

Overweging:
De komst van Johannes de Doper was al vele eeuwen van tevoren door de profeet Jesaja aangekondigd, zoals we hoorden in de eerste lezing. De tijd was toen echter nog niet vervuld, dat kwam pas later, maar de belofte was gedaan. Toen al bleek dat Johannes de Doper wel een hele bijzondere zending te wachten stond. Die woorden heeft hij dan ook volledig waar gemaakt. Oproepen tot boete en bekering horen we meestal niet zo heel graag. Onomwonden en zonder tijdsverspilling trad hij echter op. Het moet een hele bijzondere ontmoeting zijn geweest, toen Jezus zich aansloot bij de rij die door Johannes gedoopt wilde worden. Johannes wist wie Hij was en deinsde er voor terug. Hij sprak toen die prachtige woorden: “Zie, het Lam Gods.” Johannes bleef trouw aan zijn zending en ging onverdroten door. Ook nadat hij door Herodes was gevangen genomen, omdat hij voor de waarheid uitkwam, en met de dood bedreigd werd, bleef hij trouw aan zijn geloof. Het heeft hem letterlijk ‘de kop gekost’, zoals de uitdrukking luidt. In wezen was hij de eerste martelaar die om zijn geloof werd gedood ten tijde van het leven van Jezus. Vele profeten waren in de voorafgaande eeuwen ook al gedood en na de dood van Jezus was Stefanus de eerste martelaar en daarna zouden ontelbare anderen de marteldood sterven omwille van hun geloof. Dat kan ons tot nadenken stemmen in hoeverre wij in onze tijd durven te getuigen van ons christelijk geloof. Gaan we mee op de brede stroom van het liberale gedachtengoed? Blijven we steken in een algemeen vlak gevoel van medemenselijkheid of steken we ons hoofd uit boven de maaigrens en durven we te laten zien dat we trouw blijven aan het Woord van God? Het meest effectieve is wellicht te getuigen door onze daden. Niet meegaan in de tijdsgeest maar ons steeds herbronnen op de radicale liefde en barmhartigheid, zoals Jezus die heeft voorgeleefd. Het zal waarschijnlijk niet letterlijk ‘onze kop’ kosten maar het zal zeker gepaard gaan met een vorm van lijden en kruis. Hebben we dat er voor over? Ieder van ons moet in zijn eigen levensstaat nagaan hoe hij of zij een werkelijke trouwe getuige van Christus is.

Gebed:
God, Gij hebt de heilige Johannes de Doper doen opstaan om voor Christus de Heer een welbereid volk te vormen. Schenk aan uw Kerk de gave van de geestelijke vreugde en leid alle gelovigen op de weg naar verlossing en vrede. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.


Donderdag 25 Juni
Eerste lezing: 2 Kon.24,8 17
Tussenzang: ps.79,1 5.8.9
Evangelie: Mt.7,21 29

Dagtekst:
Ps.27,8-9: De Heer is de kracht van zijn volk, Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde. Heer, redt uw volk en zegen uw erfdeel; wees hun voor altijd een leider en gids.

Overweging:
Jezus is vaak heel creatief in zijn beeldspraak, dat was een van de vele grote gaven die Hij had. Om zijn Boodschap uit te leggen, maakte Hij vaak gebruik van de voor de hand liggende beelden die de mensen goed konden begrijpen. Wij mogen ons erin verheugen dat de Heer zulke prachtige beelden voor ons heeft nagelaten. Ook dat is deel van de Blijde Boodschap. Ons kan de bekoring overvallen dat we het verhaal al zo vaak hebben gehoord, dat we er verder niet meer bij stil staan. Toch is Gods Woord te kostbaar om dat als een sleur te beschouwen. Het beeld van het bouwen van een huis op zandgrond of op rotsgrond kan toch aanleiding zijn om er wat bij stil te staan. Waar bouwen wij eigenlijk op? Bouwen wij ons leven op de rots van ons heil, de Heer zelf, of bouwen we op zandgrond, dat wil zeggen op onze eigen inzichten? Is de Heer werkelijk in alles onze leider en gids? Betrekken wij de Heer in alle gelegenheden en proberen wij te ontdekken wat Hij van ons wil? Hij is toch de leider en gids. Dan moeten we ook Hem overal bij betrekken. Dan gaat het niet of we pindakaas of jam op ons brood moeten doen, of we deze of een andere broek moeten aantrekken, maar om de wezenlijke dingen van elke dag. Bidden we, niet louter als vaste gewoonte, maar met een oprecht hart? Leggen we Hem bij voorbaat alles voor wat de dag ons zal brengen? We kunnen dat op een bijzondere manier doen vandaag in deze heilige Mis: leg alles wat u beweegt in gedachten op de pateen, bij de hostie, opdat de priester deze offert aan de Heer. Dat maakt van een mens een ander mens, een geestelijk mens. Helaas hebben we allemaal onze onhebbelijkheden en zwakheden. Ook deze mogen we de Heer aanbieden. Vergeten we niet om ook altijd dankbaar te zijn en om vergeving te vragen waar we toch onze eigen weg zijn gegaan. Op die manier bouwen we ons huis op rotsgrond en zijn we in staat de tegenslagen in ons leven te overwinnen.

Gebed:
Heer, geef ons blijvende eerbied en liefde voor uw Naam, want nooit onttrekt Gij uw leiding aan hen die Gij in uw liefde hebt gegrondvest. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.


Vrijdag 26 Juni
Eerste lezing: 2 Kon.25,1 12
Tussenzang: ps.137,1 6
Evangelie: Mt.8,1 4

Dagtekst:
Ps.27,8-9: De Heer is de kracht van zijn volk, Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde. Heer, red uw volk en zegen uw erfdeel; wees hun voor altijd een leider en gids.

Overweging:
Na de Bergrede waarin Jezus als een leraar die gezag bezit zijn Blijde Boodschap als het ware heeft uiteengezet, volgt nu in daden hetgeen Hij voorheen in woorden had uitgedrukt. En de mensen, zeker zij die de wet beter kenden, zullen zich zijn woordkeuze nog goed kunnen herinneren. “Gij hebt gehoord dat er gezegd is, maar Ik zeg u…”. En ook: “Heb niet alleen uw volksgenoten lief, ook de vreemden en zelfs hen die u vervolgen”. En waarom? Omdat wij, aldus Jezus, alleen op die manier kinderen van onze hemelse Vader kunnen worden. Jezus nodigt ons namelijk uit om in het gebed God ‘onze Vader’ te noemen. En nu Hij de berg is afgedaald, heeft Hij als een zorgzame Vader ruimte voor de menigte die op Hem aandringt. En nu wordt zichtbaar hetgeen Jezus voorheen in woorden heeft uitgedrukt. “Maar Ik zeg u…”, waarin een goddelijke volmacht doorklinkt, wordt nu letterlijk zichtbaar. Allereerst het feit dat Jezus de melaatse aanraakt. Dat was verboden en terecht. Om besmetting en dus nog meer ellende te voorkomen, diende de melaatse zich van de gemeenschap te distantiëren. Familie, vrienden en buren dienden zich op hun beurt van de zieke verre te houden. “Maar Ik zeg u”, en nu komt het hoge woord eruit: “Ik wil, word rein.” “Hij sprak en het werd, Hij beval en het werd gemaakt”, zo bezingt reeds psalm 32 Gods almacht. En de werkelijkheid toont ons onmiddellijk de kracht van zijn woord: “Terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.” Hij sprak en de melaatse werd herschapen. Tenslotte stuurt Jezus de melaatse naar de priester volgens het voorschrift van Mozes en om God te danken door middel van een offer. Jezus’ machtswoord heeft slechts één doel: de verheerlijking van zijn Goddelijke Vader. Om die reden ook wil Hij dat de genezen man verder zwijgt over het gebeurde. En wij weten, met name uit de Broodrede bij Johannes 6 dat Hij dit deed opdat zij van Jezus niet zoiets als een wonderdokter zouden maken of broodkoning, maar dat Hij daadwerkelijk kon zijn de Gezondene van de Vader. Hij, die de wereld zozeer heeft liefgehad dat Hij ons zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.

Gebed:
Heer, geef ons blijvende eerbied en liefde voor uw Naam, want nooit onttrekt Gij uw leiding aan hen die Gij in uw liefde hebt gegrondvest. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.


Zaterdag 27 Juni
Eerste lezing: Klaagl.2,2.10 14.18 19
Tussenzang: ps.74,1 7.20 21
Evangelie: Mt.8,5 17

Dagtekst:
De wijzen zullen stralen als de glans van het uitspansel, de leraren der gerechtigheid zullen schitteren als de sterren voor altijd en eeuwig.

Overweging:
Na de Bergrede is de tijd gekomen dat Jezus zijn Goddelijk Woord omzet in de daad. Er is wel een voorwaarde aan verbonden: de gastvrijheid van een gelovig hart. De honderdman toont ons de weg. Hij voelt zich allereerst niet waardig, aangezien hij niet tot het volk van Israël behoort. Zijn geloof echter is sterk. En voortbordurend op zijn eigen macht ten opzichte van zijn soldaten, smeekt hij van Jezus slechts één woord af: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreekt slechts één woord en mijn dienaar zal genezen.” Wij zeggen het hem na elke keer voordat wij de heilige Communie ontvangen. In Christus zijn wij kinderen van het Godsrijk geworden. Als wij echter ons hart sluiten en niet geloven, zullen wij buiten geworpen worden. Dat wij de Heer binnenlaten. Hij zal de koorts van ons ongeloof genezen, ons doen opstaan opdat wij Hem oprecht kunnen dienen. Want Hij is gekomen om onze zwakheden weg te nemen en onze ziektes met ons te dragen.

Gebed:
God, Gij hebt de heilige bisschop Cyrillus geroepen om het goddelijk moederschap van de heilige maagd Maria op onovertroffen wijze te verdedigen. Geef dat wij die geloven dat zij werkelijk Moeder van God is, gered worden door de menswording van Christus, uw Zoon. Die met U leeft en heerst. Amen.