Geloofwijzer

Maandag 18 januari

Dagtekst
Genesis 5,22: Henoch wandelde met God.

Overweging
Henoch was een vroom man. Hij leefde elke dag met God. God was als een vriend voor hem. Henoch deed niets zonder God. Alle dingen werden met God overlegd. Zo was de levenswandel van Henoch. Hij wandelde met God. Met God wandelen lijkt me moeilijker dan God volgen. De weg die God met ons gaat, kan heel verschillend zijn. Het leven gaat over vlakke maar ook over moeilijke wegen. Maar als Jezus dan zegt: “Volg mij,” heeft dat als voordeel dat hij vooropgaat. Volgen heeft toch als voordeel dat een ander je voorgaat. Je kunt nooit ergens komen waar degene die je volgt niet is geweest. De ander verkent de weg. Hij maakt de weg vrij. Als je wandelt, loop je niet achter elkaar, maar naast elkaar. Je praat samen, overlegt samen. De één zegt tegen de ander op een kruispunt: “Zullen we die kant opgaan?” Daarom lijkt voor mij wandelen met God moeilijker. Kan een mens eigenlijk wel wandelen met God? Wie kan met God gelijke tred houden? Als wij met Hem gaan wandelen, hebben we al snel het gevoel dat Hij ons vooruitloopt, voordat wij ook maar een enkele stap hebben gedaan. Zijn wijze van doen is zo anders. De weg die hij voorstelt, is niet altijd voor mensen te begrijpen. Wandelen met God. Niet achter elkaar, maar naast elkaar. Met even grote stappen. Hoe heeft die Henoch dat gekund? Je leven lang met God wandelen, kan alléén in het vertrouwen dat Hij voor mij kleine stappen maakt. Hij past Zich voortdurend aan. Hoe ik dat weet? Is de openbaring van God in Jezus daar niet het bewijs van? Het Woord is vlees geworden.

Gebed
Het is onbegrijpelijk, o God, dat U met Henoch wandelde. Pas als wij aan Jezus denken, kunnen we ons er iets van voorstellen. Amen.


Dinsdag 19 januari

Dagtekst
Psalm 25,4: Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd. Leer mij uw paden te gaan.

Overweging
Duidelijk is Gods Woord als het gaat om het leren van dé weg. Er is maar één weg die ons brengt bij God en dat is Jezus Christus. Jezus heeft gezegd: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.”
In Psalm 25 gaat het niet over de weg, maar over de wegen. Meervoud dus. Het zijn de wegen die God met ons gaat in ons leven en waarvan Hij wil dat wij hem volgen. Koning David, de dichter van deze psalm wil dat ook heel graag. Hij wil Gods wegen bewandelen. De hele psalm staat er bol van.
Het gaat almaar om God. Om Gods wegen, om Gods paden.
Alleen, hoe vind je die?
Hoe kom je daar achter?
We krijgen geen briefje uit de hemel met de route en bestemming.
Nergens kom je borden tegen met daarop vermeld ‘Gods weg’.
Zij die de psalmen berijmd hebben, helpen ons. Zij hebben toegevoegd: “Door uw Woord en Geest.” En dat is een gelukkige keuze. Als wij willen weten hoe Gods weg eruit ziet, moeten wij het Woord van God opslaan en daarbij geleid worden door de heilige Geest. Geleid worden op de weg van God kan op vele manieren. Het kan gebeuren onder een preek of bij het lezen van een dagboek. In een gesprek met anderen. Maar ook dan zal Gods Woord een belangrijke, een beslissende rol spelen.


Gebed
Hoe hebben ook wij, o God, uw Woord nodig. Alleen vinden wij uw weg niet. Leid ook ons op onze levensweg door uw heilige Geest. Amen.


Woensdag 20 januari

Dagtekst
1 Timoteüs 2,2: Bid voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven.

Overweging
Bidden voor de overheid is een taak van elke christen. We bidden voor iedereen die op zo’n hoge post geplaatst is. Waarom roept de Bijbel ons op voor hen te bidden? De Bijbel zegt: “Dit is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.” God heeft regeringsleiders en hooggeplaatsten ook lief. Ze zijn meer dan slechts instrumenten in zijn hand. Als zij er voor zorgen dat christenen rustig en ongestoord kunnen leven, is dat niet alles. De Bijbel zegt dat God wil dat ook zij gered worden en de waarheid leren kennen. Regeringen zijn niet slechts gereedschap dat je na de bouw van een huis weglegt. God wil ons allemaal gebruiken als levende stenen voor de bouw van een geestelijk huis. Onze overheid staat daar niet buiten. Bidden voor de regering is niet gemakkelijk. Het houdt in dat je je ook zelf bewust bent van je eigen verantwoordelijkheid. Paulus schrijft: “Laten we bidden, opdat wij rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid.” Dat klinkt nogal passief. Maar zo bedoelt Paulus het allerminst. Lees de hele brief maar. Daar kom je telkens de oproep tot een goede levenswandel tegen. Een regering die spreekt over normen en waarden, over recht en gerechtigheid, kan rekenen op christenen. Bidden voor je overheid zet je zelf aan het werk.

Gebed
Zegen onze overheid, o God. Wij bidden om wijsheid en kracht voor dit zo moeilijke werk. Amen.


Donderdag 21 januari

Dagtekst
Mc 4,31: Het Rijk Gods is als een mosterdzaadje. Het is het kleinste van alle zaden op aarde, maar als het gezaaid is, komt het op en wordt het groter dan alle tuingewassen.

Overweging
Diep in het hart van ieder mens en van de hele mensheid huist één verlangen: de passie om meer mens te worden. Om heel de mensheid te ‘humaniseren’. De geschiedenis is een moeizame tocht van mensen naar meer mens-zijn en meer menselijkheid. Met horten en stoten gaat het, met vallen en opstaan, regressie en vooruitgang. Het gaat echter wel vooruit. Je kunt het aan zoveel merken: de mens vordert in denken en in wetenschap, in techniek en vaardigheid, in het morele besef van wat goed is en wat kwaad. De trend is opwaarts: scherper denken en efficiënter doen en fijner worden in moreel besef.
Op elke van die vlakken is er echter ook terugval. De mens vordert al struikelend. De echte vooruitgang kan alleen maar komen uit de liefde. Alles hunkert naar die totale ‘amorisering’ van het heelal, naar het woord van Teilhard de Chardin.
Er is maar één die geheel mens is geworden: Gods eigen Zoon die in de wereld is getreden, gestorven en verrezen. Die ten volle mens was en is. Hij stapt vooraan aan het hoofd van de stoet van de myriaden mensen en trekt allen achter zich mee. Hij heeft bemind, voluit en tot het uiterste.

Gebed
Goede God, aan mensen in nood brengt U telkens weer redding en bevrijding. Ik bid U: geef mij een hart dat uw genade herkent en nieuwe ogen om uw nabijheid te zien. Dat mijn oren het genezend Woord verstaan, dat U gesproken hebt in Jezus, uw Zoon, die voor altijd leeft bij U. Amen.


Vrijdag 22 januari

Dagtekst
Ps. 50,15: Roep mij te hulp in tijden van nood, ik zal je redden, en je zult mij eren.

Overweging
Zou je je minder zorgen willen maken? Bid meer. Kijk vol vertrouwen op naar de hemel, in plaats van angstig vooruit. Dit gebod zal niemand verbazen. Wat betreft gebed wordt in de Bijbel nooit een blad voor de mond genomen. Jezus vertelde de mensen ‘over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven’ (Lc. 18,1). Paulus gaf gelovigen de volgende opdracht: ‘Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar.’ (Kol. 4,2). Jakobus was glashelder: ‘Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden.’ (Jak. 5,13).
In plaats van je zorgen maken over alles, moet je ‘bidden voor alles’. Alles? Het verwisselen van een filter? Het maken van een afspraakje? Vergaderingen? Repareren van een kapotte kraan? In de file? Bid voor alles.

Gebed
Liefdevolle God, in alle tijden zijn er mensen die uw innige liefde voorleven. Aan hen wil ik mij spiegelen. Ik bid U: maak mij één met U en met alle christenen in de wereld, opdat ons gezamenlijk gebed aan kracht en diepgang wint. Dat vraag ik door uw Zoon, Jezus, die U gezonden hebt om mij uw weg te wijzen, vandaag en zolang ik besta. Amen.


Zaterdag 23 januari

Dagtekst
Job 42,100: Nadat Job voor zijn vrienden gebeden had, bracht God een keer in het lot van Job.

Overweging
U kunt het vinden in het laatste hoofdstuk van het boek Job. God had gesproken en Job gevraagd te bidden voor zijn vrienden. Dat moet een moment zijn geweest om nooit te vergeten. Job, niet meer dan een wrak, over zijn gehele lichaam aangetast door zweren, knielde neer en bad tot God om vergeving voor zijn vrienden. Wat was er in de tijd daarvoor allemaal niet gebeurd. Toen de rampen zich over Job en zijn gezin hadden voltrokken, waren zijn drie vrienden gekomen.
Job had alles eruit gegooid. Zijn pijn, zijn vragen, zijn radeloosheid, zijn moeite met God. Zoiets moet toch kunnen bij vrienden? Maar dat was niet zo. De drie vrienden waren geweldig geschrokken dat Job zulke wanhopige taal kon uitslaan. Geschokt hadden ze gereageerd. “Job, wat je nu zegt, kan echt niet!” Maar toen ging God spreken. En wat de vrienden niet lukte, bewerkte God in zijn antwoord wel. Job wordt door Gods antwoord en onderwijs tot in zijn ziel geraakt. Job buigt onder de indruk van Gods grootheid en majesteit. En toen kreeg Job ook nog te horen dat hij ondanks zijn felle en scherpe woorden recht van God gesproken heeft. Zijn vrienden, hoe goed bedoeld, hadden het mis.
En toen dat allemaal gebeurd was, heeft Job op Gods verzoek gebeden voor zijn vrienden. Het was de laatste opdracht in zijn lijden die hij voor God volbracht.
Wat leek Job op die momenten veel op Jezus.

Gebed
Here, U bent uniek. Maar laat ook ons, net zoals Job, mogen lijken op U. Wij bidden voor al onze vrienden. Ook voor hen die ons veel pijn deden. Amen.

%d bloggers liken dit: