Commentaar op de lezingen van de 14e Zondag door het Jaar 2026  (Jaar A) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Zacharia 9: 9-10)

De profeet Zacharia trad op in de tijd na de Babylonische ballingschap. In het jaar 539 v.Chr. versloeg koning Cyrus van Perzië het Babylonische Rijk. Hij besloot de Joden die toen al ongeveer vijftig jaar in ballingschap in Babylonië hadden geleefd, de mogelijkheid te geven om weer terug te keren naar hun land. Onder oppergezag van de Perzen mochten zij Jeruzalem weer opbouwen en hun eigen godsdienst voortzetten. Ze kregen van koning Cyrus zelfs een grote financiële ondersteuning mee voor de bouw van een nieuwe tempel in Jeruzalem en hij gaf hen de kostbare liturgische zaken die de Babyloniërs hadden geplunderd weer terug. In deze periode van wederopbouw trad de profeet Zacharia op. In de profetie van de eerste lezing, richt de profeet zich tot de bewoners van het verpauperde Jeruzalem met de beeldspraak van “dochter Sion” en “dochter Jeruzalem”. Hij verwijst naar de Israelieten van het noorden van het land met de naam “Efraïm”: dat was eens de grootste van de tien noordelijke stammen van Israel geweest. God kondigt door de profeet Zacharia een Messias aan die nederig van hart zal zijn en blijvende vrede zal brengen als de Israelieten hun vertrouwen zouden stellen op God en zich weer van harte zouden richten naar Gods waarden en geboden.

Eerste lezing: Zacharia 9: 9-10

Zo spreekt de Heer: “Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin. lk vaag de strijdwagens weg uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem; de strijdboog wordt gebroken. Dan kondigt hij vrede af onder de volken, dan gaat zijn heerschappij van zee tot zee, van de Rivier tot de grenzen der aarde.”

Tussenzang:  Psalm 145

Refrein: UW NAAM WIL IK VERHEERLIJKEN VOOR ALTIJD, MIJN GOD EN KONING.

1. U wil ik loven, mijn God en Koning,

Uw Naam verheerlijken voor altijd.

U wil ik prijzen iedere dag,

Uw Naam verheerlijken voor altijd.

2. De Heer is vol liefde en medelijden,

lankmoedig en zeer goedgunstig.

De Heer is bezorgd voor iedere mens,

barmhartig voor al wat Hij maakte.

3. Uw werken zullen U prijzen, Heer,

Uw vromen zullen U loven.

Zij roemen de glorie van Uw heerschappij,

Uw macht verkondigen zij.

4. Waarachtig is God in al Zijn woorden,

en heilig in al wat Hij doet.

De Heer ondersteunt die dreigen te vallen,

richt al wie gebukt gaat, weer op.

Achtergrond van de tweede lezing: (Romeinen 8: 9.11-13)

De verzen uit de Romeinenbrief van de apostel Paulus die wij deze zondag in heel de Kerk lezen, zijn erg toepasselijk bij de eerste lezing en in onze huidige tijd. Paulus herinnert ons eraan dat wij het leven en de genade van God in ons ervaren omdat wij bij het doopsel de gave van de Heilige Geest gekregen hebben. De Geest brengt leven, zowel door de verrijzenis van Christus, als in het leven van hen die in Christus gedoopt zijn. Paulus herinnert iedereen eraan dat de Geest mensen wilt omvormen van een zelfzuchtige levenshouding naar dienstbaarheid en een bescheidenheid die mensen verbindt.

Tweede lezing: Romeinen 8: 9.11-13

Broeders en zusters, uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelf-zuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Matteüs 11: 25-30)

In de evangelielezing van deze zondag staat de innerlijke levenshouding van Jezus centraal. Hij brengt de profetie van Zacharia uit de eerste lezing tot vervulling. Jezus’ levenshouding is er een van zachtmoedigheid en dienstbare eenvoud van hart. Zeer toepasselijk begint de passage met Jezus’ woorden: “Ik prijs U Vader..omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen”. In die woorden klinkt Jezus’ conflict door met een deel van de farizeeën, schriftgeleerden en Sadducceën. Jezus kende ze als religieuze leiders die graag als “wijzen en verstandigen” gezien wilden worden in de samenleving, maar die neerkeken op eenvoudige mensen en vooral erg op hun voorname positie gesteld waren. Jezus prijst de Vader die Zijn evangelie geopenbaard heeft, zoals Jezus dat formuleert: “aan kinderen”. Met deze beeldspraak denkt Jezus aan de eenvoudigen van de samenleving, aan de armen en aan allen die met een hartelijk hart in het leven staan. Zij waren de mensen die vaak met aandacht naar Zijn boodschap luisterden en zich erdoor lieten vormen. En die mensen zoekt Hij. Daar kan Hij vrede en verlossing mee brengen en de messiaanse profetie van Zacharia vervullen.

Evangelie: Matteüs 11: 25-30

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Overweging

Ik zou de lezingen van deze zondag willen overwegen met het thema van “luisteren”.

Geloven moet gaan om de relatie van eerbied en devotie die een gelovig mens verbindt met de Vader, Zoon en Heilige Geest. Echt geloven mag niet blijven steken op het niveau van af en toe enkele uiterlijke religieuze handelingen, maar moet het hart, de levenshouding en het dagelijks zijn van een mens doortrekken, richting en inhoud geven, en houvast en warmte: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken”.

Het doopsel is een fundamentele roeping om Christus te kennen, om steeds meer te leven vanuit het besef dat wij door het doopsel verbonden zijn met Christus en dat wij door de Zoon delen in het leven van de Vader zelf. Gaandeweg ons leven zullen wij steeds meer zicht krijgen op wat die relatie met Christus inhoudt, als wij innerlijk leren “luisteren”. Dat is wat Jezus bedoelt in Zijn oproep: “Leert van Mij”. Het gaat om die vorm van luisteren die wij hebben wanneer wij door ons geloof willen leren hoe te leven. Luisteren met het hart is dan het je open stellen, het diep in je opnemen en je laten raken door wat je hoort en ziet. Zo luisteren, betrekt heel je persoon en geeft je innerlijke groei wanneer je ook gaat handelen naar de inzichten die je verkrijgt. 

Dit sleutelwoord “luisteren” speelt een grote rol in de lezingen van vandaag. In de eerste lezing kwamen we de profeet Zacharia tegen die leefde in een tijd toen vele Israelieten na vijftig jaar Babylonische ballingschap terug waren gekeerd naar hun verpauperde land en het grotendeels verwoeste Jeruzalem. De profeten van vóór die ramp, zoals Jesaja, Jeremia en Ezechiël, hadden de Israelieten vaak gesproken over het “luisteren”. Die profeten hadden steeds weer de bevolking gewezen op de oppervlakkigheid van velen in hun beleving van hun geloof. Daardoor was er veel corruptie ontstaan ondanks de uiterlijke religieuze riten van tijd tot tijd, omdat de beleving van hun geloof aan de rand van hun leven stond en zonder echte bezieling was. Daardoor was de armoede en ongelijkheid toegenomen, want vele Israelieten, vooral vele vooraanstaanden, lieten zich niet echt bezielen door de grote barmhartigheid en betrokkenheid die God kenmerkt in alle bijbelse teksten. Die profeten hadden hen opgeroepen tot ommekeer en tot luisteren naar de diepgang van Gods Woord: de Tora en de andere heilige Geschriften.

In de tijd na de ballingschap, toen de ballingen weer terug waren in het land, temidden van alle spanningen die er waren rond de bouw van een nieuwe tempel en de moeizame wederopbouw van Jeruzalem, sprak ook de profeet Zacharia over deze noodzaak van het luisteren naar God. Door Zacharia kondigde God aan dat Hij Zijn volk eens zal redden door de Messias. Die zal als een koning van vrede en zachtmoedigheid, de relatie tussen God, de mensheid en de natuur  herstellen. Maar dat vraagt dat de mens luisterend in het geloof staat.

Elke relatie is namelijk pas echt, wanneer er betrokkenheid is, aandacht, en men er luisterend voor elkaar is. Dit geldt voor relaties tussen mensen maar ook voor de relatie die God wilt met de mens. In het evangelie van deze zondag verwijst Jezus daarom als eerste naar de relatie tussen de Vader en de Zoon: “Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon”. Als wij hierover mediteren, voelen wij aan dat er in de Drieëne God een relatie is van luisteren en beminnen tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Vanuit dit voorbeeld van de band tussen de Vader en de Zoon, nodigt Jezus ons vervolgens uit tot een echte band met Hem: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verliching schenken”. Jezus vraagt dat wij deze relatie niet zien als enkel een mooi sentimenteel gevoel, maar dat wij die relatie inhoud geven door luisterend te willen leren wat voor Hem belangrijk is. Luisteren hoe God naar het leven en naar de mens kijkt. Luisteren naar de waarden en normen die wij in Zijn Woord tegenkomen. Jezus nodigt ons uit: “Neemt Mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. 

Het is Paulus die ons in de tweede lezing eraan herinnerde dat de Heilige Geest, die ons in het doopsel wordt meegegeven en die in ons woont, ons zal helpen luisterende mensen te worden.

Het luisteren naar Gods Woord zal geregeld van ons vragen keuzen te maken in de verschillende gebieden van het leven, om consequent te leven en de maatschappij in te richten naar de waarden die God ons voorhoudt. Niet iedereen om ons heen zal daarin willen meegaan, en soms brengt dat spanningen en soms zelfs vervolgingen, maar Jezus belooft: “Gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Het belangrijkste is om ons bewust te blijven dat Gods Zoon ons nabij is in de sacramenten en in de momenten van gebed en dat Hij zich persoonlijk tot ons richt in het Woord. Dan kan Hij ons ook in de realiteiten van verdriet, armoede, zorgen, lijden of tegenslagen, een vreugde doen kennen die samenhangt met het besef nooit alleen te zijn.

En zo vragen wij: “Heer, leer ons luisteren. Leer ons luisteren met ons hart, luisteren naar Uw Woord, luisteren naar wat U ons doet leren van het leven. Leer ons luisteren en leren van U, want U ben zachtmoedig en nederig van hart. Leer ons ook luisteren naar elkaar. Dat wij al luisterend, steeds meer van U mogen zijn. Amen”.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

Plaats een reactie