Commentaar op de Lezingen van de 13e Zondag door het Jaar (Jaar B) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Wijsheid 1:13-15, 2:23-24)
Het boek Wijsheid van Salomo is een van de laatst geschreven werken van het Oude Testament. Een trouwe Joodse schrijver in de stad Alexandrië in Egypte, schrijft waarschijnlijk in de laatste drie decennia van de eerste eeuw vóór Christus dit werk, om de Joodse gelovigen in de toenmalige Griekse cultuur te versterken en hun te helpen zich te verdiepen in hun geloof in de God van Israël. In deze passage schrijft de auteur over dood en onsterfelijkheid. Hij leert dat de mens niet in het niets vergaat bij de dood, maar dat God de rechtvaardigen roept tot onsterfelijkheid. Wij zijn geschapen als Gods beeld en gelijkenis, maar door het werk van de duivel wordt de mens weggetrokken van God, en verwijderd zijn van God is altijd ook waar er dood en vergankelijkheid is. Maar God zal de toegang tot de onsterfelijkheid bewerken door het kruisoffer en de verrijzenis van Zijn Zoon.

Eerste lezing: Wijsheid 1:13-15, 2:23-24
Niet God heeft de dood gemaakt en Hij schept geen behagen in de ondergang van de levenden. Hij toch heeft alles geschapen om te leven: gezond zijn de schepselen der aarde, geen dodelijk vergif wordt in hun gevonden en de onderwereld heeft geen macht op aarde, want de gerechtigheid is onsterfelijk! God heeft immers de mens geschapen voor de onsterfelijkheid, Hij heeft hem gemaakt tot een afspiegeling van zijn eigen Wezen. Maar door de afgunst van de duivel kwam de dood in de wereld.

Tussenzang: Psalm 30

Refrein: U ZAL IK LOVEN, HEER, WANT GIJ HEBT MIJ BEVRIJD.

  1. U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
    Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
    O Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
    Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.
  2. Bezingt de Heer dan met mij, al Zijn vromen,
    en dankt Zijn Naam die hoogverheven is.
    Zijn toorn duurt kort, maar Zijn genade levenslang,
    de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.
  3. Heer, luister en ontferm u over mij,
    Mijn God, sta mij terzijde met Uw hulp.
    Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd,
    U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

Achtergrond van de tweede lezing (2 Korintiërs 8: 7.9.13.15)
Paulus heeft op gegeven moment onder de kerkgemeenschappen van heidense, niet-Joodse afkomst een grote geldelijke inzameling gehouden om de vervolgde, verpauperde gemeente van Jeruzalem financieel te ondersteunen. In deze passage spoort hij de gelovigen van de stad Korinthe aan tot vrijgevigheid bij het liefdewerk van deze speciale collecte. Hij heeft zelf deze gemeente gesticht en er een tijd gewoond. Hij prijst hun geloof en hun talenten, en vraagt ze om flink te geven in deze bijzondere collecte voor Jeruzalem. Om hen extra aan te sporen, geeft Paulus een korte bezinning op de zelfgave van Christus, die toen Hij mens werd, de heerlijkheid en geestelijke rijkdom van de hemel verliet, om ons te verlossen van onze geestelijk armoede van de slavernij van de zonde, de dood en het kwaad.

Tweede lezing: 2 Korintiërs 8: 7.9.13.15
Broeders en zusters, gij munt reeds in zoveel opzichten uit: in geloof, welsprekendheid, wetenschap, in ijver op alle gebied, in uw liefde voor ons; laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen! Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede. Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen. Zo ontstaat het evenwicht waarvan de Schrift spreekt: “Hij die veel had verzameld, had niet te veel, en hij die weinig had verzameld kwam toch niet te kort.”

Achtergrond van de evangelielezing: (Marcus 5: 21-43)
Het evangelieverhaal van deze zondag weerspiegelt eigenlijk al de opstanding van Jezus. Hij wordt benaderd door de vader van een twaalfjarig meisje. De vader heeft een groot geloof in Jezus’ heiligheid en dat Hij door de nabijheid aan God bij machte is genezingen te bewerken. Dit geloof beweegt ook een vrouw die reeds twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Haar situatie was hopeloos. Door de bloedvloeiing was ze, overeenkomstig de Bijbelse traditie zoals we dat lezen in Leviticus hoofdstuk 15, ritueel onrein. Ze had hierdoor al twaalf jaar geen toegang meer tot de tempel of de synagoge, alles waarmee ze in aanraking kwam, werd ritueel onrein en ze had geen verbetering kunnen vinden bij een hele reeks dokters. Zowel deze vrouw als het meisje zullen iets ervaren van de kracht van de verrijzenis, en zo verkondigt dit verhaal dat het geloof in Gods Koninkrijk nieuw leven en een doorgang naar de eeuwigheid brengt voor wie gelooft.

Evangelie: Marcus 4: 35-41
In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was stroomde veel volk bij Hem samen. Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synagoge. Toen hij Hem zag viel hij Hem te voet en smeekte Hem met aandrang: “Mijn dochtertje ken elk ogenblik sterven, kom toch haar de handen opleggen opdat ze mag genezen en leven.” Jezus ging met hem mee. Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten op. Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters en haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; integendeel, het was nog erger met haar geworden. Omdat zij over Jezus gehoord had drong zij zich in de menigte naar voren en raakte zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: “Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik genezen zijn.” Terstond hield de bloeding op en werd ze aan haar lichaam gewaar dat ze van haar kwaal genezen was. Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust dat er een kracht van Hem was uitgegaan; Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg: “Wie heeft mijn kleren aangeraakt?” Zijn leerlingen zeiden tot Hem: “Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?” Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had. Wetend wat er met haar gebeurd was kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen en bekende Hem de hele waarheid. Toen sprak Hij tot haar: “Dochter, uw geloof heeft u genezen. Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.” Hij was nog niet uitgesproken of men kwam uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap: “Uw dochter is gestorven. Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?” Jezus ving op wat er bericht werd en zei tot de overste van de synagoge: “Wees niet bang, maar blijf geloven.” Hij liet niemand met zich meegaan behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. Toen zij aan het huis van de overste kwamen zag Hij het rouwmisbaar van mensen die luid weenden en weeklaagden. Hij ging naar binnen en zei tot hen: “Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven maar slaapt.” Doch ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind het vertrek binnen waar het kind lag. Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar: “Talita koemi”; wat vertaald betekent: Meisje, sta op. Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond want het was twaalf jaar. En ze stonden stom van verbazing. Hij legde hun nadrukkelijk op dat niemand het te weten mocht komen, en voegde eraan toe dat men haar te eten moest geven.


Overweging:

Beste vrienden,
Net als de vorige week zondag, wil ik ook bij deze lezingen uit Gods Woord stilstaan bij de kracht van het geloof.

Tijd leek een beslissende factor te zijn voor zowel de zieke vrouw als het hoofd van de synagoge, die beiden een dringend beroep wilden doen op Jezus’ aandacht. Als Jezus in het dorp is aangekomen en door veel mensen omringd wordt, wil de vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing lijdt, de kans aangrijpen om bij Jezus te komen.

Maar er is al een ander die zijn aandacht gevraagd heeft, namelijk Jaïrus, het hoofd van de synagoge. De zieke vrouw wil echter geen kostbare tijd van Jezus vragen. Haar geloof in Jezus’ heiligheid en Zijn nabijheid bij God is zo diep dat zij ervan overtuigt is dat één enkel moment, één enkele aanraking voldoende moet zijn.
Zij beschouwt Jezus duidelijk als een groot profeet. De mantel die Hij draagt is teken van de opdracht die Hij van God ontvangen heeft. Denk maar aan de mantel van Elia die doorgegeven wordt bij zijn hemelvaart aan zijn opvolger Elisa. Het aanraken van de mantel is dus een erkenning van de opdracht die Jezus van God heeft en dat gelijk Elia vanuit de kracht van God kon handelen, Jezus dat voor haar ook zal kunnen. Wanneer de vrouw de mantel van Jezus aanraakt is dat dus ook een geloofsgetuigenis, een erkenning dat zij met heel haar hart gelooft dat Jezus de aanwezigheid van God zelf in zich draagt, door God gezonden is.

Vele andere mensen dringen zich ook op aan Jezus; mensen die nieuwsgierig zijn naar Zijn antwoorden op vragen; benieuwd of Hij nog wonderen gaat verrichten. Ook zij raken Hem aan. Die drukte en dat aanraken is echter niet altijd ingegeven door geloof en vertrouwen.

Jezus herkent het verschil meteen en weet wanneer mensen zich authentiek tot God wenden. Dit aanraken door deze wanhopige, zieke vrouw is een geloofsgetuigenis zonder woorden. Ze heeft geen woorden meer over, ze is wanhopig nadat ze vaak teleurgesteld is door artsen. Ze is uitgeput, financieel en mentaal. Ze klampt zich nu vast aan wat ze herkent als een laatste strohalm: de mantel van de Profeet, het kleed van de Gezalfde. Het wordt door de Heer herkend als een oprecht verlangen naar God, als een stille schreeuw vanuit haar hart naar God. Laten we hieraan denken wanneer we zelf soms geen woorden meer hebben om ons tot God te wenden vanwege verdriet of vanwege de onmacht die we in onze wereld ervaren. Laten we ons steeds weer tot God wenden.

De tijdsfactor speelt ook een grote rol voor de andere zieke, het jonge meisje van twaalf jaar oud. Zal Jezus op tijd komen? Ze kan elk moment sterven. Zal Jezus tijd kunnen vinden om haar aan te raken, om haar de handen op te leggen en voor haar te bidden, voordat het te laat is? Het bericht van de dood van het meisje verandert echter niet het voornemen van Jezus om haar te genezen. Zijn woorden zouden we heel centraal moeten houden in ons bewustzijn en er vaak over mediteren: “Wees niet bang, maar blijf geloven.”

Ondanks het nare bericht gaat Jezus dus toch met de ouders mee en neemt Hij de drie leerlingen mee die vaker getuigen zijn geweest van de heerlijkheid van de Heer – Petrus Johannes en Jacobus. Opnieuw toont Jezus zich een profeet in de traditie van Elia die eeuwen eerder ook een kind aanraakte en tot leven wekte. Wanneer Jezus haar aanraakt is het alsof Gods scheppende kracht aanwezig is die de mens opricht en levensadem schenkt. Nu is het Jezus die de mens aanraakt en haar omkleedt met de mantel van Gods levenwekkende liefde.
God staat boven de tijd. Voor Hem maakt het niet uit wanneer we ons tot Hem wenden. Voor Hem maakt het niet uit hoeveel tijd we van Hem vragen. Wij voelen ons vaak onder druk van de tijd staan en moeten kiezen waar we onze tijd voor zullen gebruiken. Als we onze levenstijd vrucht willen laten dragen, is niet zozeer meer tijd nodig, maar dat we ons laten raken door Gods aanwezigheid. De vraag is niet op de eerste plaats hoeveel tijd we aan gebed besteden, maar vooral of het gebed vervuld is van datzelfde verlangen van de zieke vrouw en van Jaïrus, de vader van het meisje. Dragen we in ons leven de ruimte voor de liefdevolle aanwezigheid van de Heer?

Daar ligt ook de basis om de crisis van onze moderne samenleving aan te pakken en tegenstellingen tussen mensen en bevolkingsgroepen te overwinnen. Wij moeten dragers zijn van gelovig vertrouwen in God en van openheid en hartelijke zorg voor elkaar, zoals Jezus dat toonde aan de zieke vrouw, aan Jaïrus en zijn zieke dochtertje. Ook de samenleving als geheel heeft dat nodig. Zonder gelovig vertrouwen, zonder geloof in God wordt ons leven, en wordt onze samenleving, net zo vruchteloos als het leven van de twee vrouwen vandaag in het evangelie. Laten we ons daarom laten raken door de woorden van Christus. Hij draagt de mantel van Gods liefde. Laten we vaak in het gebed tot Hem naderen. Gebed brengt rust en doet ons dieper bewust worden van de rijkdom van Gods Woord. Gebed is de ruimte waarin wij -figuurlijk gesproken- Zijn mantel kunnen aanraken. Als wij in het gebed ook een luisterende houding leren hebben, dan zal Hij ons geloof verdiepen en ons leren hoe wij weer anderen om ons heen met diezelfde mantel van Zijn liefde hoop, ondersteuning en vertrouwen kunnen brengen.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: