Is het gehuwd priesterschap de oplossing?

Geplaatst door

Paul Tjon Kiem Sang –

De synode van de Amazone zit erop. Ruim drie weken lang hebben 185 kardinalen, aartsbisschoppen, bisschoppen, priesters, religieuzen en leken o.l.v. paus Franciscus gediscussieerd en beraadslaagd over de huidige situatie en de toekomst van heel het Pan-Amazonegebied. Deze speciale bisschoppensynode werd op 15 oktober 2017 aangekondigd door de paus, waarbij hij als hoofddoel van deze synode noemde: het vinden van nieuwe wegen om dat deel van Gods volk te evangeliseren, in het bijzonder de inheemsen die vaak vergeten worden en die geen zicht hebben op een vredige toekomst, ook vanwege de crisis in het Amazonewoud, een van de longen van fundamenteel belang voor onze planeet. Een groot deel van de media heeft inderdaad deze synode kritisch gevolgd om te horen wat de Kerk te zeggen heeft over klimaatverandering, de vernietiging van de Amazone en de mondiale effecten daarvan, en de bescherming van de inheemse volken die er wonen.

De focus op het vinden van nieuwe wegen van evangeliseren bracht al heel gauw aan het licht hoe het in de meeste bisdommen van het Pan-Amazonegebied een enorme uitdaging is om de missie van de Kerk – het verkondigen van de blijde boodschap aan alle volken, dus ook aan de inheemse volken die vaak heel ver en diep in het Amazoneregenwoud leven. Een ding dat vrijwel alle bisdommen in deze regio met elkaar gemeen hebben, is dat de volken in de binnenlanden – de in stamverband levende volken – heel erg verstoken blijven van de heilsbrengende missie van de Kerk. Behalve dat deze mensen zeer afgelegen wonen en soms bijna onbereikbaar zijn, kampt de Kerk in deze regio daarbovenop ook nog met een tekort aan priesters, die de Kerk naar de gebieden moeten brengen.

Als een van de nieuwe wegen van evangelisatie werd door een deel van de aanwezige bisschoppen het idee van gehuwde priesters voorgesteld als oplossing voor het tekort aan priesters: gehuwde mannen van rijpe leeftijd, die reeds een zeker aanzien hebben in hun gemeenschap en ook nauw betrokken zijn bij de Kerk zouden tot priester gewijd kunnen worden om zo te kunnen voorzien in de grote behoefte aan deelname in de eucharistie onder deze volken. Dit voorstel is aan het eind van de synode met een grote meerderheid aangenomen en het ligt nu op het bord van de paus om daarover een beslissing te nemen. Vele niet-kerkelijke media namen dit als het meest sensationele nieuws van de synode, hoewel het puur om een interne aangelegenheid gaat waar de rest van de wereld verder niets in te brengen of uit te halen heeft. Maar het werd in de media beschreven als een voorstel waarmee de synode de Kerk ‘op zijn kop’ zou hebben gezet.

Het is vooralsnog niet bekend wat de paus zal besluiten. Het is nu wachten op het slotdocument van deze synode, dat meestal de vorm heeft van een post-synodale apostolische exhortatie, waarin de paus in feite een samenvatting geeft van de beraadslagingen tijdens de synode en daarover zijn eigen reflectie geeft. Hoewel het ongehuwd priesterschap geen dogma is van de kerkelijke leer, is het wel een eeuwenoude traditie in de Kerk en de paus zal zeker niet over één nacht ijs gaan om hierover te beslissen. Het is maar de vraag of hij zo’n ingrijpende maatregel in de Kerk kan en mag doorvoeren op basis van de mening van een kleine minderheid van de totale bisschoppensynode van heel de Kerk. Immers: toestemming verlenen aan bisschoppen van de Amazonebisdommen om gehuwde mannen te wijden tot priesters zal überhaupt niet tot dat gebied beperkt blijven. Bisschoppen uit andere delen van de wereld roepen veel langer om deze verandering in de voorwaarden voor het priesterschap, en zij zullen zeker deze kans aangrijpen om ook voor hun gebieden dezelfde toestemming te krijgen.

Er valt veel te zeggen over de aannemelijkheid van een gehuwd priesterschap. Het is in ieder geval niets nieuws in de Kerk. In het eerste millennium van de vroege Kerk was het normaal dat gehuwde mannen tot priester werden gewijd. Echter kwam in die tijd langzaamaan de gewoonte tot stand, dat die gehuwde mannen zich moesten scheiden van hun vrouw om priester te worden. Er was op dat moment technisch gezien nog geen sprake van celibaat, maar veeleer van seksuele onthouding die men als inherent zag aan het sacrale ambt van de priester. Het eerste concilie van Lateranen in 1123 kwam met het formele verbod voor priesters om samen te wonen met hun echtgenote of concubine. Lateranen II in 1139 voegde eraan toe dat indien priesters na hun wijding huwden, zo’n huwelijk als ongeldig werd beschouwd. Er was echter toen geen enkel verbod voor gehuwde mannen om priester te worden, zolang zij maar daarna een leven van seksuele onthouding zouden leiden.

De grote verandering kwam vlak vóór de dertiende eeuw toen het uitzonderlijk en daarna heel zeldzaam werd dat een gehuwde man priester werd gewijd. Het werd namelijk steeds meer als onwenselijk beschouwd om een huwelijk op te breken. De theologie van het huwelijk als iets sacraals deed haar intrede en het werd niet langer geaccepteerd dat een man zijn vrouw verliet om gewijd te worden. Het celibaat als keuze van ongehuwde mannen voor het priesterschap werd toen de norm, omdat het huwelijk ook heilig is, en een sacrament.
Er zijn in onze Kerk op dit moment reeds priesters die gehuwd zijn. Het gaat hier om priesters uit de Anglicaanse kerk – waar het gehuwd priesterschap altijd de norm is geweest – die besluiten om zich te bekeren tot de rooms-katholieke kerk. Deze mannen worden dan zowel als priester en als geldig gehuwde man opgenomen in de Kerk.

Het ongehuwd priesterschap is dus niet nieuw of vreemd in de Kerk. Het is intussen wel al ruim een heel millennium de norm van het priesterschap in de rooms-katholieke traditie. Een verandering hierin zal zorgvuldig en bedachtzaam moeten worden doorgevoerd. Dit kan echter niet gezegd worden van de wijze waarop het in de Amazonesynode naar voren is gebracht. Een verandering van iets wat zo institutioneel is, zal op zeer stevige en onweerlegbare argumenten moeten rusten. Het argument van een tekort aan priesters voor de afgelegen gebieden in de Amazone is dat niet. De volken die wonen in die verre gebieden hebben als gelovige katholieken zeer zeker het recht om de sacramenten te ontvangen, in het bijzonder de regelmatige deelname aan de eucharistie. Wij kunnen als kerk niet blijven verkondigen dat de eucharistie de bron en het hoogtepunt is van ons christelijk leven, als er talloze mensen zijn die daarvan verstoken blijven, terwijl zij met alle recht en oprechtheid ernaar verlangen.

Het argument van de bisschoppen van de Amazone zou beter gekwalificeerd moeten worden. Het gaat niet om simpelweg een tekort aan priesters, maar veeleer een tekort aan priesters die bereid zijn om permanent of voor lange tijd de stedelijke gebieden te verlaten om te gaan wonen onder de mensen in die verafgelegen gebieden. Het valt niet te ontkennen dat de gelovigen in de stedelijke gebieden altijd een voorkeursoptie hebben bij de bisschoppen als het gaat om de distributie van priesters. Het gaat heel vaak volgens een zeker hiërarchisch model bij het plaatsen van priesters: eerst worden de stedelijke gebieden voorzien en daarna – van wat er overblijft – worden de rurale gebieden voorzien. Er blijft dan niets over voor wat we hier even zullen noemen, de bosgebieden. De enige oplossing is dan enkele priesters aan te wijzen die op bepaalde momenten in het jaar de reis willen ondernemen naar deze verre plekken om de missie van de Kerk te vervullen. In de meeste gevallen gaan deze reizen met heel veel kosten gepaard, wat de bisdommen met moeite kunnen opbrengen. De pastorale bezoeken van priesters aan deze verre plekken worden tot het minimum gehouden, en zo blijven de gelovigen op die verre plekken verstoken van de zorg van de Kerk. Of juister gezegd: de zorg van de katholieke kerk, want waar wij afwezig zijn, springen al heel gauw de evangelicale kerken in, die op een of andere manier wel in staat zijn het evangelisatiewerk in die gebieden te verrichten.

Het zou derhalve goed zijn dat bisschoppen – en ook priesters – eerst ernstig overwegen hoe de distributie van priesters over het hele bisdom anders aan te pakken – ook een vorm van nieuwe evangelisatie – zodat niet alleen de gelovigen in de stedelijke gebieden op iedere zondag de eucharistie kunnen bijwonen, maar dat alle gelovigen in een bisdom daar regelmatig deel van kunnen zijn. In sommige steden zijn kerken zelfs op steenworp afstand van elkaar, en zijn er haast iedere zondag een of meerdere eucharistievieringen. In een stad met minder priesters zullen gelovigen die graag iedere zondag de heilige mis willen bijwonen, eraan moeten gaan geloven dat zij niet altijd naar dezelfde kerk kunnen gaan voor de eucharistie, maar dat zij best met gelovigen van een andere parochie samen de eucharistie kunnen vieren. Zo zouden dan priesters vrijgemaakt kunnen worden om zich te vestigen in de verre gebieden, zodat de kerkelijke bediening ook daar een norm wordt. De vraag die hier dan meteen opkomt is: welke priester zal bereid zijn het leven in een stedelijk gebied met alle bijbehorende gemakken op te offeren voor een leven in het bos?

Ten slotte een mening over gehuwde priesters als oplossing voor het algemeen tekort aan priesters. Dit tekort ontstaat doordat roepingen tot het priesterschap uitblijven. De discussie over de oorzaken van het uitblijven van roepingen wordt al decennialang gevoerd, zonder noemenswaardige resultaten. Echter: een discussie hierover zal nooit zorgen voor een oplossing. Een verandering van mentaliteit kan echter wel voor een omkeer zorgen. Deze mentaliteitsverandering moet tot stand komen zowel bij de gelovigen als bij de priesters zelf. De grootste uitdaging voor het kiezen voor het priesterschap is niet het celibaat. Het is wel de verflauwde status die het priesterambt heeft gekregen. Het sacrale en mystieke karakter van het priesterschap, wat precies het meest aantrekkelijke is van dit ambt, wordt steeds meer onzichtbaar. Door de opmars van de secularistie, die gepaard gaat met een groei in materialisme, consumerisme en individualisme, wordt de roeping tot het priesterschap de genadeslag toegebracht en kiest menige jongeman daar liever niet voor. De heroïsche en nobele elementen zoals opoffering, toewijding en trouw – die helaas in vele gebieden van het leven verdwijnen – zijn niet langer makkelijk herkenbaar als de unieke karakteristieken van het priesterschap, waardoor priester-zijn gewoon beschouwd wordt als een van de vele jobs die er zijn, waarvoor je nota bene een seksleven en materiële welvaart moet opofferen.

Over opoffering gesproken: hierover kan ook wat gezegd worden. We leven in een tijd waarbij de gedachte van ‘alles moet kunnen’ steeds meer in zwang lijkt te zijn. Vanuit deze gedachte vloeit bijna onontkoombaar voort dat men het idee eropna houdt van ‘alles wat ik wil moet ik kunnen hebben.’ Het besef dat de keuze voor het ene inhoudt dat de keuze voor het andere niet meer kan, wordt dan onaanvaardbaar. Waarom moet ik het andere laten varen als ik kies voor het ene? Waarom kan ik niet beide hebben? Wij schijnen de capaciteit te hebben verloren om grenzen te leggen aan wat wij willen en wat wij daadwerkelijk kunnen of mogen hebben. Het is dan onredelijk om te verwachten van de Kerk dat zij inspeelt op deze groeiende onredelijke behoefte van de mens en veranderingen gaat aanbrengen in eeuwenoude tradities of regels. De Kerk moet zeker bij de tijd blijven, maar niet per se ten koste van de dingen die ons als Kerk uniek maken. Priesterschap en huwelijk zijn de twee sacramenten van de Kerk waarbij het gaat om een keuze voor het leven. Het gaat in beide gevallen om het leiden van een leven dat totaal is toegewijd aan een bepaald doel. Priester- èn echtgenoot-zijn betekent derhalve de facto dat hij dan of parttime priester of parttime echtgenoot/vader is.

Er zijn zeker meerdere factoren die leiden tot het uitblijven van roepingen. Om daarin verandering te brengen zal er heel wat in ons leven en in onze Kerk veranderd moeten worden. We moeten echter voorkomen dat wij dingen veranderen, die juist de essentie van het priesterschap schragen. Het celibaat is niet zomaar uit de lucht komen vallen of van de een op de andere dag geïntroduceerd. Het is een organische groei geweest, die honderden jaren heeft geduurd. Het zou daarom onjuist om nu met een pennenstreek, omwille van een kleine minderheid, zo’n radicale verandering door te voeren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s