Door Maria tot Christus

Geplaatst door

Pater Fransiskus Mistrianto, CM –

Meimaand Mariamaand
In een artikel van pater Kross las ik het officieel besluit over de Mariamaand in ons bisdom: “Hierbij wordt dus de officiële beslissing bekendgemaakt, die genomen is door onze Apostolische Administrator pater Toon te Dorsthorst, verenigd met de emeritus-bisschoppen, priesters en diakens van ons bisdom, dat vanaf dit jaar 2015 de Mariamaand in geheel ons Bisdom weer in de maand mei gevierd zal worden.” Het is dus al vier jaren dat in ons bisdom de Mariamaand weer in mei wordt gevierd. Ik heb de bekendmaking herhaald in de OLV van Fatima parochie om Mariamaand te vieren. Elke maandag en donderdag is er om 18.00 uur een eucharistieviering in de kerk. Voor de eucharistieviering is er een rozenkrans gebed. Al is er weinig animo, samen met de Zusters Franciscus Charitas bidden wij het door. Er is een spreuk: “non multa sed multum” d.w.z. het komt niet aan op de kwantiteit maar op de kwaliteit. Op 1 mei jl. heb ik in de St.-Jozef parochie Copieweg een speciale eucharistieviering gehouden ter inluiding van de Mariamaand. De parochieraad besloot om elke vrijdag in mei de parochieanen ook te laten samenkomen om de rozenkrans te bidden, elke keer om 18.30 uur. En wij zullen op vrijdag 31 mei een speciale eucharistieviering houden ter afsluiting van de Mariamaand. Als het weer mooi is dan bidden we het rozenhoedje bij de Mariagrot. Het is een leuke ervaring wanneer gelovigen samen bidden. Het doet me denken aan de leuke ervaring in Indonesië, waar veel mensen pelgrimstochten maken en bidden in de Mariagrot.

De meimaand in de vroomheid
De meimaand is de maand, waarin volgens een algemene gebruik in kerken en gezinnen de christenen met een grote liefde aan de Moeder Gods Maria de hulde brengen van hun gebed en verering. Het is ook de maand, waarin de gaven van goddelijke barmhartigheid ons rijker en overvloediger toestromen vanaf de troon van onze Moeder. Daarom geeft deze vrome gewoonte van de viering van de meimaand, die zoveel eer brengt aan de allerheiligste Maagd en die voor het christenvolk zo rijk is aan geestelijke vruchten, ons een gevoel van geluk en troost. Omdat Maria terecht beschouwd kan worden als de weg, die ons tot Christus brengt, is elke ontmoeting met haar uit zichzelf ook een ontmoeting met Christus. Want wat anders doen wij in onze voortdurende gebed tot Maria dan het zoeken naar Christus, onze Verlosser, in haar armen, in haar, door haar en met haar. Temidden van de angsten en gevaren van deze wereld moeten de mensen vanuit een innerlijke behoefte gaan tot Hem als de haven van het heil en als de bovenaardse bron van het leven.(Paus Paulus VI, Encycliek Mense maio, 29 april 1965, nr. 1-2).

Verschillende “Mariamaanden” in oost en west
In de verschillende Kerken van het oosten en het westen kent men op verschillende momenten “Mariamaanden.” In de Byzantijnse ritus is vanaf de dertiende eeuw de maand augustus, waarvan de liturgie gericht is op het hoogfeest van de “dormitio” van Maria (15 augustus), een ware “Mariamaand”; in de koptische ritus valt de “Mariamaand” in wezen samen met de maand kiakh (december-januari) en is hij liturgisch gestructureerd rond Kerstmis.
In het westen heeft men de eerste getuigenissen van de meimaand die toegewijd is aan de Maagd, tegen het einde van de zestiende eeuw. In de achttiende eeuw komt de Mariamaand veel voor in de moderne betekenis van het woord; het betreft echter een tijd waarin de herders hun apostolisch handelen – behalve wat de boetedoening en het eucharistisch offer betreft – niet zozeer op de liturgie richten, als wel op de oefeningen van godsvrucht en bij voorkeur de gelovigen in die richting sturen. In het westen hebben zich parallel aan de liturgische eredienst de aan de Maagd Maria toegewijde maanden ontwikkeld die opgekomen zijn in een tijd waarin men zelden verwees naar de liturgie als naar een normatieve vorm van de christelijke eredienst. Dat heeft geleid en leidt nog steeds tot enkele problemen van liturgisch-pastorale aard die een nauwkeurige beoordeling verdienen. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, nr. 190)

De verhouding tussen liturgie en volksvroomheid
Binnen de grenzen van de gewoonte in het westen om een “Mariamaand” te vieren in mei (november in sommige landen op het zuidelijk halfrond) zal het nuttig zijn om rekening te houden met de eisen van de liturgie, de verwachtingen van de gelovigen, hun rijping in het geloof en om de problematiek te bestuderen waarvoor men zich door de “Mariamaanden” in het kader van de algehele pastoraal van de lokale Kerk gesteld ziet. Men moet situaties van pastorale tegenstelling vermijden die de gelovigen desoriënteren, zoals dat bijvoorbeeld het geval zou zijn, als men zou stimuleren de “meimaand” af te schaffen.
In veel gevallen zal de beste oplossing zijn de inhoud van de “Mariamaand” in overeenstemming te brengen met de daaraan parallel lopende tijd van het liturgisch jaar. Zo zullen bijvoorbeeld gedurende de maand mei, die grotendeels samenvalt met de vijftig dagen van Pasen, de oefeningen van godsvrucht de deelname moeten belichten van de Maagd aan het paasmysterie (vgl. Joh. 19, 25-27) en aan het pinkstergebeuren (vgl. Hand. 1, 14), waarmee de tocht van de Kerk begint: een tocht die zij, deelgenote geworden aan de nieuwheid van de Verrezene, aflegt onder de leiding van de Geest. En omdat de “vijftig dagen” de tijd vormen die geschikt is voor de viering van de mystagogie van de christelijke initiatiesacramenten, zullen de oefeningen van godsvrucht van de maand mei op nuttige wijze de functie kunnen beklemtonen die de Maagd, verheerlijkt in de hemel, op aarde vervult, “hier en nu”, bij de viering van de sacramenten van het doopsel, het vormsel en de eucharistie.
In elk geval zal nauwkeurig de richtlijn van de constitutie Sacrosanctum Concilium (nr. 108) gevolgd moeten worden over de noodzaak dat “de aandacht van de gelovigen vooral gevestigd moet worden op de feesten van de Heer waarop gedurende het jaar de heilsmysteries worden gevierd waarmee de heilige Maagd Maria verbonden is.” Een juiste catechese zal de gelovigen ervan overtuigen dat de zondag, de wekelijkse gedachtenis van Pasen, “de dag van het allereerste feest” is. Tenslotte voor ogen houdend dat in de Romeinse liturgie de vier adventsweken een mariale tijd vormen die op harmonische wijze in het liturgische jaar ingepast is, zal men de gelovigen moeten helpen om de talrijke verwijzingen naar de Moeder van de Heer die deze hele periode biedt, op gepaste wijze te benutten. (Directorium over volksvroomheid en liturgie, nr. 191)

Mariaverering 2017, kathedrale basiliek Paramaribo

Maria, een bijzondere moeder en voorspreker
Maria is iemand als jij en ik, iemand met dromen en verlangens. Zij kende vreugdevolle momenten in haar leven, maar ook ontgoocheling en pijn. Zij is op haar manier een bijzondere vrouw. Wat is er zo bijzonder aan Maria? Waarom kom je haar beeld zo vaak tegen? Maria was de moeder van Jezus. Dat is zeker niet zo gemakkelijk geweest. Vanaf het begin heeft ze haar hart opengesteld voor God. Ze begreep misschien niet altijd precies wat er gebeurde, maar ze bleef trouw: aan God, aan haar zoon Jezus, aan de apostelen en eerste christenen later. Maria heeft “ja” geantwoord op de vraag van God in haar leven. “Ja, dit bijzondere kind mag in mijn leven komen. Ja, ik blijf geloven in de bijzondere roeping van mijn zoon Jezus, ook al doet het soms pijn om te zien wat hij doet. Ja, ik blijf bij hem ook als hij sterft. Ja, ik geloof dat we samen zijn weg moeten gaan. Ja, ik wil alle mensen dicht bij Jezus, dicht bij God brengen.”
Door de eeuwen heen is Maria een voorbeeld geweest voor vele christenen. Willen we niet allemaal trouw zijn aan ons gegeven woord? Trouw aan de mensen rondom ons? Soms lukt dat, soms niet. Bij Maria vinden we steun om vol te houden, net zoals zij dat gedaan heeft! Maria kon zo leven omdat ze haar vertrouwen in God had gesteld. Door te kijken naar Maria leren mensen meer te vertrouwen op God in hun leven.
Laten we Moeder Maria ook heel bijzonder vragen voor ons te bidden in de concrete noden die wij zien in onze gezinnen, in de Surinaamse samenleving en in de wereld. Wij mogen haar vragen om voor ons, en met ons, te bidden. Wij hoeven niet te denken dat het onnodig is om de voorspraak van Maria te vragen. Ons geloof is immers niet volmaakt. Ons leven ook niet. Ik zou dit artikel besluiten met een laatste stukje uit die Apostolische Exhortatie van H. Paus paulus VI over de Marialis Cultus, de vernieuwing van de Maria-verering in liturgie en persoonlijke beleving:
“Tenslotte vervult ook deze gedachte Ons met vreugde, dat God Ons vergund heeft enkele mariale gedachten naar voren te brengen, teneinde de praktijk van de Rozenkrans ter ere van Maria – een gebruik, dat op goede gronden in ere moet worden gehouden – te vernieuwen en te bevestigen. Met deze gevoelens van troost en vertrouwen, van hoop en vreugde vervuld, verenigen Wij Onze stem met die van de Heilige Maagd Maria om – zoals wij in de Romeinse Liturgie met aandrang bidden – de Heer te prijzen, terwijl Wij van harte wensen, dat deze gevoelens worden voortgezet in lof en passende dankbetuiging aan God.”

OMHOOG Jaargang 63, editie 19, 26 mei 2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s