Commentaar op de Lezingen van de 21e Zondag door het Jaar (Jaar B) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Jozua 24:  1-2a. 15-17. 18b)

Na de veertig jaren woestijn en de dood van Mozes, was het zijn opvolger Jozua die de Israëlieten het land Kanaän weer binnenleidde. Er volgde een tijd van strijd tegen de Kanaänieten van het land. Maar er kwamen ook grote veranderingen in het leven van de Israëlieten, die na de bevrijding uit Egypte, veertig jaren als veehoudende nomaden in de woestijn hadden geleefd, zoals eens hun voorvaderen Abraham, Isaak en Jakob. In de woestijn hadden ze zich steeds meer leren richten op Jahweh, de God van hun voorvaderen. Ze leerden dat God met hen meetrok, dat zij door het verbond op de berg Sinaï in een bijzondere relatie stonden met God, en dat de geboden leefregels waren volgens een visie en aan de hand van waarden die voor God van grote betekenis zijn. Maar toen zij onder Jozua delen van het land Kanaän hadden veroverd, gingen zij nu vooral een leven leiden van landbouw, met wijngaarden van olijfbomen, druiven, vijgen, graan en groente. Steeds meer begonnen zij de religieuze gewoonten van de Kanaänieten die er ook nog woonden over te nemen. Die dienden verschillende vruchtbaarheidsgoden en -godinnen, hadden heiligdommen waar er offers en rituëlen voltrokken werden om vruchtbaarheid voor het land, de gewassen en het vee af te smeken van de Kanaänitische goden. Zo verwaterde zich het godsdienstige leven van de Israëlieten al snel. Zij vermengden de religieuze leefwijze van Jahwehs verbond met allerlei Kanaänitische gebruiken, ze werden nonchalant naar hun ethische waarden en normen toe en niet langer dienden zij alleen Jahweh, de God van Abraham, Isaak en Jakob. Op gegeven moment roept Jozua daarom de twaalf stammen van Israël samen om hen voor een grote keuze te plaatsen: ofwel te kiezen voor de religie van de Kanaänieten met hun vele Baäls, of echt te kiezen voor Jahweh en weer trouw te zijn aan Zijn verbond.

Eerste lezing: Jozua 24:  1-2a. 15-17. 18b

In die dagen riep Jozua alle stammen van Israël in Sichem bijeen, met de oudsten van Israël, de familiehoofden, de rechters en de schrijvers. Toen zij voor God stonden richtte Jozua zich tot het volk en sprak: “Zo spreekt de Heer God van Israël: Als gij de Heer niet wilt dienen, kies dan nu wie gij wel dienen wilt:  de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd  of de goden van de Amorieten, in wier land gij woont. Ik en mijn familie, wij dienen de Heer.” Het volk antwoordde: “Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten  en tegen alle volken waarmee wij in aanraking kwamen. Ook wij willen de Heer dienen,  Hij is onze God.”

Tussenzang:  Psalm 34

Refrein: LET OP EN BEMERKT EN HOE GENADIG DE HEER IS.

1. De Heer zal ik prijzen iedere dag,  Zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,  laat elk die het hoort zich verheugen.

2. Het oog van de Heer is gericht op de vrome, Zijn oor naar hun smeken gekeerd. Van boosdoeners keert Hij Zijn aangezicht  af, zij worden op aarde vergeten.

3. Naar vromen, die roepen, luistert de Heer en redt hen uit iedere nood. De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,  Hij helpt wie zijn schuld erkent.

Achtergrond van de tweede lezing (Efeziërs 5: 21-32)

Het hoofdthema van de brief aan de Efeziërs is het grote belang van eenheid en liefde binnen de Christelijke kerkgemeenschap en het gezin. Op beide niveau’s is eenheid heel wezenlijk voor het Christelijk geloofsleven en daarom roept Paulus op tot zachtmoedigheid, bereidheid tot luisteren, en tot het zoeken naar elkaars welzijn en levensgeluk. Wat betreft de relatie van man en vrouw in het huwelijk pleit Paulus daarom sterk voor wederzijdse liefde en zorg. Ja, hij gebruikt zelfs het woord onderdanigheid als een beeld van grote zachtmoedigheid, van liefdevolle zorg voor de ander en van de bereidheid werkelijke met het hart naar de ander te luisteren en het welzijn van de partner steeds na te streven. Het voorbeeld hierbij is de gehele overgave die Christus heeft getoond voor de verlossing van de Kerk. Wij kennen Zijn volmaakte zelfgave in de drie jaren van Zijn openbaar leven en in Zijn lijden aan het kruis tot in de dood, om zo de zonden van de mensen te verzoenen en ons vrij te kopen van de machten van het duister. De gedachte aan Christus moet ons daarom inspireren om ook in de kerkgemeenschap en in het gezin ons op Christus’ voorbeeld te richten, alles te doen om met elkaar in eenheid en wederzijdse goedheid te leven en zo navolgers en medetochtgenoten te worden van Christus.

Tweede lezing: Efeziërs 5: 21-32

Broeders en zusters, weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw  zoals Christus het hoofd is van de Kerk. Hij is ook de Verlosser van zijn lichaam; maar zoals de kerk onderdanig is aan Christus, zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn. Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de Kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de Kerk omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen een vlees zijn.” Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de Kerk.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Johannes 6: 60-69)

Jezus spreekt in hoofdstuk 6 van het evangelie van Johannes over verlossing en eeuwig leven, en over het offer van Zijn Lichaam en Bloed aan het kruis, om de wereld te redden van de machten van het duister. Toen vele mensen Hem na de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging bleven zoeken, riep Hij hen echter op om met een dieper geloof eerder te zoeken naar het geestelijke brood dat God hen door Hem wilde schenken. Hij is het ware manna, dat uit de hemel, dus van Godswege, tot ons komt. Hij wil ons vormen met het geestelijk brood van het Woord dat Hij tot ons spreekt, en wil ons Zijn Lichaam en Bloed geven in de Euchariste. Dan zal Hij ons verbinden met God, met het eeuwig leven en de liefde van God, en ons voeden om vanuit dat goddelijk leven ook de medemens lief te hebben zoals je zelf gerespecteerd en liefgehad wilt worden. Vele leerlingen willen echter niet zelf moeten veranderen, willen schijnbaar liever een Messias die al je problemen voor je oplost, zonder dat er van jou ook een diepe verandering en een oprecht geloof wordt gevraagd. Wanneer nu velen Jezus verlaten, zijn het Petrus en de andere apostelen die wel voor Jezus kiezen.

Evangelie: Johannes 6: 60-69

In die tijd zeiden velen van Jezus’ leerlingen: “Deze taal stuit iemand tegen de borst. Wie is nog in staat naar Hem te luisteren?” Maar Jezus  die uit zichzelf wist dat Zijn leerlingen daarover morden, vroeg hun: “Neemt gij daar aanstoot aan? Als gij dan de Mensenzoon ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was? Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut. De woorden die Ik tot u gesproken heb zijn geest en leven. Maar er zijn er onder u die geen geloof hebben.” – Jezus wist inderdaad van het begin af aan wie het waren die niet geloofden en wie Hem zouden overleveren. – Hij voegde er aan toe: “Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij kan komen als het hem niet door de Vader gegeven is. Tengevolge hiervan trokken velen van zijn leerlingen zich terug en verlieten zijn gezelschap. Waarop Jezus aan de twaalf vroeg: “Wilt ook gij soms weggaan?” Simon Petrus antwoordde Hem: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”

Overweging:

De lezingen van deze zondag hebben één heel belangrijk thema met elkaar gemeen: het komen tot het maken van keuzes. Om te worden zoals God ons bedoelt als mensen, moeten er keuzes gemaakt worden. Nu is het daadwerkelijk maken van keuzes vaak best moeilijk, vooral bij keuzes die als gevolg zullen hebben dat je misschien afscheid zult moeten nemen van sommige zaken waar je aan gewend was geraakt, of dat je nieuwe wegen gaat moeten inslaan door die keuzes, of dat je aanvoelt dat het maken van bepaalde keuzen een andere manier van denken van je zal vragen.

Jezus’ redevoering vroeg van Zijn luisteraars een beslissing: kiezen om bij Hem te blijven of niet. Daar herhaalt zich eigenlijk op een andere manier en in een hele andere tijd en omstandigheden, wat de Israëlieten eeuwen tevoren meemaakten toen Jozua ze samenriep voor deze grote vergadering in de stad Sichem, waar we in de eerste lezing over hoorden. Jozua verzamelde alle stammen van Israël en zei hun: Kies dan nu wie jullie in feite willen dienen. Jullie kunnen niet op deze manier doorgaan: Een beetje van het ene geloof in Jahweh, de God van onze aartsvaderen, en een beetje van de religie van de Baäls van de kanaänitische godsdienst. Ik zal niemand dwingen of iets opleggen, maar wel vraag ik jullie een eerlijke keuze te maken. Van alle walletjes eten, je nergens echt aan commiteren, een beetje met alle winden meewaaien, de krenten uit de pap eruit pikken en de rest negeren: dit is niet een waardige manier van leven. Maak een keuze. Kies of echt voor Jahweh, de God van Abraham, Isaak, en Jakob, de God die jullie uit Egypte bevrijd heeft, of kies voor het dienen van de goden van de Kanaänieten. Het was een beslissende keuze voor de Israëlieten. En dan spreekt Jozua die beroemde, inspirerende woorden: “Ik en mijn familie, wij dienen de Heer”.

De volgelingen van Jezus staan in de synagoge van Kafarnaum voor eenzelfde keuze. Jezus wilde geen bewonderaars op afstand, geen mensen die Hem bewonderden maar zonder zich in hun persoon te committeren, zonder echte keuzen te maken of de bereidheid tot diepgang en actief geloof. De evangelist merkt bitter op: “Toen keerden velen van Zijn leerlingen Hem de rug toe en trokken niet langer met Hem mee”. Toch verwaterde Jezus de waarheid van Zijn boodschap niet om in ieder geval mensen aan zich te binden. Hij veranderde de waarheid van Zijn goddelijke inzichten niet omwille van populariteit of grote aantallen volgelingen. Hij liet een ieder de vrijheid om de keuze te maken. Hij keerde zich slechts tot Zijn twaalf apostelen en vroeg hun: “En jullie, willen jullie ook weggaan?”

Het is een vraag om liefde, waarop wij moeten antwoorden. Jezus is niet bang om alleen te blijven, ook niet als Hij lijdt, omdat Hij gelooft in het woord dat de Vader tot Hem heeft gericht. Hij ziet de waarheid van Gods belofte dat Hij Hem niet in de steek zal laten. Anderen kunnen Hem in de steek laten, maar de Vader die Hem gezonden heeft, blijft trouw. Jezus zoekt geen succes, maar liefde in het hart van elke mens, en geloof, ook al is het maar een beetje, want geloof en liefde kunnen een heel leven veranderen.

Christus is zelf tot in de dood trouw gebleven aan die zending van de Vader om zich als brood te breken opdat de wereld zou leven. Paulus mediteerde daar over in de tweede lezing: “…zoals Christus de Kerk heeft liefgehad. Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad van het doopsel, met het Woord. Hij heeft de Kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid”. Paulus begreep dat dit voorbeeld van Christus’ trouw en van Zijn verlossende liefde, van ons op verschillende momenten en op verschillende wijzen een keuze vraagt. Paulus roept daarom gehuwden op, om in hun relatie de keuze te maken van lief te hebben in navolging van Jezus: de partner koesteren en beminnen, niet steeds maar vasthouden aan boosheid of verwijten, of steeds weer de baas spelen en de partner steeds weer onder druk zetten om alles te doen gaan zoals jij het wilt, maar de keuze maken tot beminnen, tot zoeken naar wat de ander nodig heeft om gelukkig te zijn, je dienstbaar opstellen naar datgene wat jullie samenbrengt, naar wat de relatie verdiept en steeds hechter maakt.

Petrus nam die dag namens de andere apostelen het woord: “Heer, tot wie zouden wij anders gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven”. In Jezus’ woorden vinden we inderdaad het leven. In de Eucharistie gaan we naar Jezus, naar het brood dat Hij verandert tot Zijn Lichaam dat net als het vlees van het paaslam in de tijd van Mozes, de weg opent tot eeuwig leven. Hij verandert de wijn in Zijn bloed dat op het kruis vergoten wordt voor ons allen. Dit vieren wij, elke zondag, elke keer dat wij tot het altaar naderen. En deze viering betekent een keuze, betekent leven van Zijn liefde. De gelovige keuze om waarlijk te eten, en zo één te worden met Hem, haalt ons weg uit een leven van alleen voor onszelf, een leven gericht op dat grote ego.

“Heer, tot wie zouden wij anders gaan? In Uw woorden vinden we inderdaad eeuwig leven”. Daarom blijven ook wij bij Hem, en volgen wij Hem. Misschien hebben wij, net als de apostelen, niet alles begrepen, misschien zullen wij geregeld nog domme dingen doen, of ernstig tekortschieten zoals Petrus die nacht toen Jezus gevangen genomen was en hij angstig en in paniek had uitgeroepen: “Ik weet niet waarover je het hebt. Ik ken Hem niet!” Ook wij zijn maar onvolmaakt, maar net als Petrus en de andere apostelen hebben we wel begrepen dat Jezus’ liefde uniek is, dat Hij uit de Vader is, dat Hij ons verlost en Zijn Heilige Geest geeft. Daarom bleven Petrus en de anderen Hem volgen, met vallen en opstaan, en bleven ze naar Hem  luisteren, van Hem leren, bij Hem kracht en de bezieling zoeken. Hun gebreken en hun hardheid verdwenen niet. De redding ligt niet in de afwezigheid van fouten of gebreken, maar uitsluitend in het volgen van Jezus, in het telkens weer herhalen: “Gij hebt woorden waarin wij het eeuwig leven vinden”, door telkens weer te zingen “De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets’. Wij verdiepen onze keuze voor Jezus door het zingen van liederen die ons inspireren tot geloof, en door de woorden uit het hoofd te leren, zodat we deze liederen telkens in ons hart en in onze innerlijke stilte kunnen zingen en herhalen, zodat ze ons de kracht geven die keuze voor Hem steeds weer te bevestigen. Die keuze zal geleidelijk aan ons omvormen, zuiver maken en de wegen leren van barmhartigheid.

Het begint bij het maken en steeds weer hernieuwen van die keuze, en met Petrus zeggen: “Heer, tot wie zouden wij anders gaan? Gij hebt woorden waarin wij het eeuwig leven vinden”. Amen.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: