Pastoraal gesprek

Door pater Martin Noordermeer o.m.i.-

De namen (van personen en straten) zijn verzonnen. Het gesprek vindt plaats op 24 december om half elf ’s morgens in 2019, zonder COVID-19.

De telefoon rinkelt.
P: Met de pastorie, goedemorgen.
B: Bent u de pater?
P: Ik ben een pater, maar wie zoekt u?
B: Nu, ik heb een pater nodig, dus dat komt dan goed uit dat ik u spreek.
P: Waarmee kan ik u dan helpen, mevrouw?
B: Ik ben mevrouw Gapwan Vera, getrouwd Tjon Pank Sank. Wij hebben bij ons huis een stuk aangebouwd en de garage groter gemaakt, want we hebben nu drie auto’s en die willen we vanavond inzegenen, met die garage.
P: Maar mevrouw, het is vanavond kerstavond en dan heb ik het druk.
B: Maar het is alleen om de nieuwe aanbouw in te zegenen. Daarna is er eten en drinken en we hebben bigi poku tot bam! Als u moeilijk zit met vervoer dan kan ik een taxi sturen om u op te halen en terug te brengen. Ik verwacht u dus om 8 uur. Om 9 uur kunt u dan de zegening doen, want dan zijn de andere gasten er ook. We verwachten 80 tot 90 personen. En als er kosten aan verbonden zijn, pater, geen enkel probleem.
P: Mevrouw, vanavond moet ik in de Fatimakerk zijn om zeven uur voor de nachtmis. Het is Kerstmis, dat weet u toch?
B: Ja pater, daarom hebben we ons feest ook voor vandaag gepland. Er staat een mooie, grote kerstboom met leuke lichtjes en ook een heel grote, versierde tent. Alles is in kerststemming. Gezellig!
P: Mevrouw, ik moet in de Fatimakerk zijn, begrijpt u?
B: Ja dat begrijp ik, maar kunt u dan geen andere pater daarvoor vragen?
P: Nee mevrouw, die zijn allemaal bezet.
B: Zou u dan om tien uur kunnen komen? Dan passen wij ons programma wel aan.
P: Mevrouw, dan moet ik in de basiliek zijn, want daar moet ik orgel spelen.
B: Kan niemand anders dat dan doen?
P: Mevrouw, ik heb geoefend met de koren en we zijn op elkaar ingespeeld. Dus dat gaat niet.
B: Kunnen ze dan die dienst in de basiliek niet verplaatsen naar later, dat u toch vrij bent om te komen.
P: Ik geloof van niet, mevrouw, elk jaar is die dienst om tien uur en dat kunnen ze niet veranderen. De mensen zijn er al aan gewoon geraakt.
B: Maar pater, dat is dan een heel groot probleem.
P: Misschien is het een probleem voor u, maar niet voor mij. Maar waar woont u dan?
B: In de Herniastraat. Op de hoek bij die ene lichtmast. U ziet het zo als u aankomt. Het is heel mooi verlicht.
P: Weet u ook waar uw parochiekerk is? Wie is uw pastoor of pater? Kent u iemand?
B: Mijn kerk is bij die ene toren die een verlichte klok heeft. Dan kun je precies zien hoe laat het is.
P: Hoe heet die pater van die verlichte klok?
B: De naam ontschiet me, maar ik heb hem laatst gegroet toen mijn overbuurvrouw begraven werd. Dat is daar gebeurd.
P: Is het een Surinamer of…
B: Hij is heel licht gekleurd. Maar ze hebben wel liederen gezongen in het Surinaams.
P: Heeft u hem gebeld of hij het zou willen doen? Hoe bent u trouwens aan mijn telefoonnummer gekomen?
B: Ik heb in het telefoonboek gekeken.
P: Kent u mij dan?
B: Nee, maar dat vind ik niet erg. Ik zou het leuk vinden om vanavond met u kennis te maken. En ook mijn echtgenoot zou dat leuk vinden. Hij is wel geen christen, maar een goed mens. Ik heb het goed met hem getroffen en ook mijn kinderen met hun vader. Maar hij vindt het helemaal niet erg als u komt. Hij vindt het zelfs leuk, spannend, zei hij.
P: Mevrouw, laten we kort zijn. Ik kan vanavond niet komen. Ik ben bezet en de meeste paters zijn bezet in deze kerstnacht. Dus ik ben bang dat u niemand zult vinden om u deze dienst te bewijzen.
B: Nu, dan ben ik toch wel erg teleurgesteld in u en al die andere paters. Dat ze dat niet willen doen.
P: Mevrouw, we willen het wel doen, maar niet in de kerstnacht. Dan hebben we het altijd erg druk en kunnen we geen nieuwe auto’s met de garage erbij inzegenen. Wat ik wel kan doen en dan zullen we een afspraak maken voor het volgend jaar: om eens op een middag langs te komen en alsnog de auto’s en de garage in te zegenen.
B: Maar dan zijn die mensen er niet bij. Onder mijn kennissen zijn er ook roomsen en voor hen zou ik het zo leuk vinden als u zou komen. Het is een heel grote teleurstelling.
P: Ik kan me dat echt voorstellen. Maar vindt u het goed dat we het hierbij laten? Als u echt een inzegening wilt hebben, dan mag u in januari op dit nummer terugbellen en dan maken we een goede afspraak. Ik wilde wel zeggen, mevrouw, dat de meeste christenen in de kerstnacht naar de kerk gaan waartoe ze behoren om daar Kerstmis te vieren.
B: U weet niet of de mon-sje-neur ook al een afspraak heeft vanavond?
P: Ja, die is ook bezet. Dat weet ik zeker!
B Kunt u mij zijn telefoonnummer geven, dan wil ik hem bellen.
P: Nee mevrouw, ik wil dat liever niet doen, want hij zal ook bezet zijn.
B: Maar vragen staat toch vrij! Dan kan ik hem toch bellen!
P: Ik zal zijn telefoonnummer geven, maar na Kerstmis.
B: Dat is een hele, grote teleurstelling. Hoe verkoop ik dit aan mijn gasten?
P: Heel gemakkelijk, mevrouw. U zegt aan uw gasten: de paters zijn in deze heilige kerstnacht allemaal bezet. Maar aan uzelf en al uw gasten wens ik mede namens alle paters en de monseigneur een heel zalige kerstnacht toe!

OMHOOG Jaargang 64, editie 50, 20 december 2020

Dit verhaal is ook via Radio Immanuel Suriname 95.9FM uitgezonden. Hieronder de audiofile!



Categorieën:column

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

<span>%d</span> bloggers liken dit: