Van belastinggaarder tot apostel

Geplaatst door

In het kerkelijk jaar 2019 – 2020 wordt in de liturgie van de zondag gelezen uit het evangelie van Matteüs. Wie was deze Matteüs? En was de evangelist dezelfde persoon als de tollenaar Matteüs?

Wanneer werd dit evangelie geschreven? Het is een van de drie zogenaamde synoptische evangelies: Matteüs, Marcus, Lucas. Deze drie evangelies putten uit een gemeenschappelijke bron: een samenvattende tekst met uitspraken van Jezus. Deze bron wordt vermoed maar er is geen blad of hoofdstuk van overgebleven. Matteüs schrijft als een ooggetuige. Hij wortelt het optreden en de prediking van Jezus in de Joodse traditie. Het evangelie is opgebouwd uit vijf grote toespraken. Keer op keer verklaart Jezus zijn trouw aan de tora die het woord van God is. Jezus is geen wetgever maar de uitlegger van de wil van God. We zouden dat nu ‘onderscheiding’ noemen. Jezus is geen nieuwe Mozes maar hij verklaart, actualiseert en interpreteert wat Mozes geleerd heeft. Mozes is leider, voorganger en koning tegelijk. Mozes is de bekendste wetgever in de geschiedenis. Hij staat op eenzame hoogte. Niemand heeft ooit God zo nabij kunnen komen als Mozes. Hij is de bemiddelaar tussen God en zijn volk. Matteüs kan het eerste evangelie zijn dat geschreven werd vanuit deze bron; maar het kan ook het laatste evangelie zijn.

Kennis van belasting
Is de evangelist Matteüs dezelfde als de belastingbeambte Matteüs in hoofdstuk 9 vers 9? Die Matteüs was een vrome Jood die een beetje heulde met het Romeinse bewind, want hij was belastinginner. Het evangelie van Matteüs is meer dan de andere evangelies geïnteresseerd in de verhouding van Christus (en de christenen) met de tempel, de priesters en de offers. We vinden een merkwaardige passage over tempelbelasting: “Toen ze in Kafarnaüm waren aangekomen, kwamen de inners van de tempelbelasting bij Petrus en vroegen: ‘Draagt uw meester de dubbeldrachme niet af?’ Hij antwoordde: ‘Zeker wel!’ Toen hij thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat denk je Simon? Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen kinderen of van anderen? Op zijn antwoord: ‘Van anderen’, zei Jezus tegen hem: ‘Dan zijn de kinderen dus vrijgesteld’.” (Mt. 17, 24 – 26) Deze passage verraadt de hand van iemand die zich verdiept heeft in fiscale vraagstukken. Er is dus best wat voor te zeggen om de Matteüs uit het evangelie ook de gewijde schrijver van dit evangelie te laten zijn. Belasting was belangrijk in een koloniaal rijk als het Imperium Romanum. De kosten van de onderdrukking moesten nu eenmaal gedragen worden door de onderdrukte volkeren. Dit klinkt vreemd, maar in het moderne Nederland worden bijvoorbeeld de kosten van het onderwijs of cultuur gedragen door de bewoners die er ook van profiteren, zoals de kerken gedragen worden door de kerkleden. Het antwoord van Petrus, en indirect van Matteüs, wordt begrepen in dezelfde gedachtelijn: het zijn de mannelijke Judeeërs als direct belanghebbenden die de belasting opbrengen.

Uittocht en missie
We weten dat alle evangelies het lijden, het proces en de dood van Jezus laten plaatsvinden gedurende de viering van het Joodse Pesachfeest. In het evangelie van Matteüs is dit motief meteen in het begin al te vinden. Daarom hebben nogal wat geleerden zich afgevraagd of het wel mogelijk is dat een belastinginner zo goed vertrouwd is met de Schrift, dat hij zo genuanceerd over Jezus kan schrijven. Matteüs heeft een bijzonder begin en een bijzonder einde. De eerste vier hoofdstukken van het evangelie van Matteüs dienen ertoe de hoofdpersoon Jezus te introduceren als de Messias. In het poëtische begin van het evangelie vertelt Matteüs over Maria, die uitgehuwelijkt was aan Jozef, over haar zwangerschap, over de geboorte van Jezus, over het bezoek van magiërs uit het Oosten en over de engel die Jozef in een droom gelastte naar Egypte te vluchten. “Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.” (Mt. 2, 14) Het is een soort exodus, een uittocht, een ontsnapping en een verlossing uit de macht van koning Herodes. Ooit, meer dan 1200 jaar tevoren was het omgekeerde gebeurd: “Midden in de nacht doodde de Heer alle eerstgeborenen in Egypte.” (Ex. 12, 29) In die nacht ontbood de farao Mozes en Aäron en zei dat ze met hun volk onmiddellijk weg moesten gaan. “Die nacht waakte de Heer om hen uit Egypte weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de Heer, elke generatie opnieuw.” (Ex. 12, 42)
Het laatste hoofdstuk (28) bevat ook weer een toespeling op die uittocht. Het einde van het evangelie is, opmerkelijk, in Galilea. Op een berg. Het doet denken aan Mozes en de Sinaï. Het gaat niet over een hemelvaart maar over een grote missioneringsopdracht: “Maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.”
(Eduard Kimman S.J./Kerk wereldwijd)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s