Groeten uit het Academisch Ziekenhuis

Geplaatst door

Door pater Martin Noordermeer O.M.I.

Snuffelend in Omhoog naar een artikel over het feest van de twaalf-en-een-halfjarige bisschopswijding van Mgr. Zichem kwam ik het volgende artikel tegen.

42 jonge mensen
Het belooft een drukke dag te worden, die maandag 19 juli 1982! De 42 Haïtianen die sinds 6 juli in verzekerde bewaring waren gesteld en voor wie ik de laatste dagen nogal in de weer ben geweest, waren geleidelijk aan mijn vrienden geworden. Krant noch radio of enig ander nieuwsmedium heeft aan hen en het probleem enige aandacht besteed. 42 jonge mensen hadden hun vaderland Haïti verlaten, hadden hun laatste gourdes bij elkaar geschraapt om de vliegreis naar het ‘wonderland’ Suriname te bekostigen om iets van hun leven te maken, hier te werken en het geld op te sturen naar hen die achtergebleven waren.
Verschillenden van hen, al dan niet geslaagd in Suriname om werk te vinden, zijn naar Frans- Guyana uitgeweken, waar het taalprobleem minder groot is. Frans is de voertaal in zowel Haïti als Frans-Guyana. Ook het creools van Guyana en Haïti lijkt erg veel op elkaar. Zowel in Suriname als in Frans-Guyana werd er streng gecontroleerd op illegalen. Ze waren legaal Suriname binnengekomen, hadden Suriname illegaal verlaten en waren dus ook illegaal Frans-Guyana binnengekomen. De gendarme is dan heel strikt: we zetten jullie bij St.-Laurent heel gewoon aan de overkant van de Marowijne, Albina, in Suriname dus! Dan zijn wij in ieder geval van jullie af!

Terug naar Haïti
Daar stonden ze dan met hun pover bezit. Wat moest de politie in Albina doen? Die belde naar Paramaribo en het was duidelijk: breng ze maar naar Paramaribo. En zo werden ze midden in de nacht van 5 op 6 juli met een truck naar onze hoofdstad vervoerd alsof ze een stelletje criminelen waren. 42 Haïtianen in de leeftijd van 21 tot 28 jaar (en één van 51) op zoek naar werk, toekomst, zekerheid, huis, eten, in één woord op zoek naar gastvrijheid of misschien een nieuw vaderland. Werken wilden ze wel! Geen probleem! En dat kunnen ze ook! We mogen stellen dat als de regering zou besluiten om alle Haïtianen terug te sturen naar hun vaderland, het land van de Tontons Macoutes, we gerust Jarikaba, Victoria… wel kunnen sluiten. Want zij houden het draaiend!
42 jonge mensen… Wat te doen met ze? In Paramaribo had men meer ruimte en plaats om ze te ‘herbergen’. Ze werden geplaatst in het oude kantoor van de douane en accijnzen, al enige maanden niet meer in gebruik! Zo waren dan de 42 Haïtianen bij elkaar gedreven op een ruimte van 60 x 85 meter. Veldbedden of toiletten en kranen waren er niet. De wind die door de openstaande shutters naar binnenkwam, maakte het ’s nachts koud en de grote in elkaar getrapte dozen waarin kleurentv’s werden vervoerd, dienden tot een zachte ondergrond voor de nachtrust. Bonne nuit!

Knie in twee richtingen
De eerste tien personen zouden donderdagmorgen naar Port-au-Prince vertrekken en vanwege mijn kennis van de Franse taal was ik gevraagd door districtscommissaris van Paramaribo Leo Bottse om die eerste groep van 10 Haïtianen te begeleiden naar Haïti. Ik zou instructies meekrijgen om te zien wat men in Haïti moest doen om de enorme toestroom van Haïtianen in te dammen. Ik moest ‘s morgens vroeg om half 8 bij de dc een onderhoud hebben over hetgeen stond te gebeuren.
Ik was op weg naar de stad. De kleine bandjes van mijn scooter rolden over het al warme asfalt van de Wanicastraat, handig langs de lange rijen auto’s manoeuvrerend en geen last van files… Heerlijk… en toen lag ik er… zomaar op de grond… op het asfalt… O ja, die Yahama-bromfiets kwam recht op me af, tegen het verkeer in…. schuin van voren… op het drukste uur van de dag, om 7.15 ‘s morgens! Het ging allemaal zo snel en dan al die mensen om je heen die zulke intelligente vragen kunnen stellen. Mijn pogingen om te gaan staan gaf ik al gauw op. Het ging niet. Mijn knie kon nu in twee richtingen buigen, naar voren en naar links. Zoiets kan wel handig zijn, als het maar niet zo pijnlijk was.

Programma in de war
In een flits zag ik een file auto’s voorbijgaan, langzaam, nieuwsgierig als ze zijn. Hoofden werden door het raampje naar buiten gestoken om even erachter te komen wie er nu weer op de grond ligt. En vooral om niets van het schouwspel te missen. Ramptoeristen!
‘Mijn gunst, pater, bent u gevallen…?’ ‘Nee hoor, ik ben zomaar gaan zitten! Mi weri!’
‘Saang, pater, wat is gebeurd?’
‘Meneer, wilt u geen water?’
‘Is geen meneer, is pater.’
‘Is pater, no? Ay, luk’ en scooter drape. Hij is van Calcutta, van die kerk met die groene gevel, Fatima, toch!’
‘Daaaaaag pater, hoe gaat het?’
‘Kijk daar ligt pater Noordermeer… zijn scooter is gekanteld.’
‘M’neer, zal ik de tas voor m’neer houden, m’neer?’ ‘Nee, dank u wel, hoor. Ik houd hem wel zelf!’
Flarden van vragen, goed bedoelde adviezen, aanbiedingen, groeten drongen tot mij door, terwijl ik alleen maar aan mijn knie dacht. Een doordringende pijn begon op te komen. Wel ging er in me om: ik heb nog zoveel te doen; nu moet ik zeker ook eerst nog naar de Eerste Hulp, en daar zal ik wel een uurtje zoet zijn; mijn hele programma raakt in de war.
In de verte hoor ik de sirene van een ambulance: zou die voor mij zijn? Zo vlug! Wie heeft die besteld? Ik heb er toch niet om gevraagd! Loeiende sirenes van ambulance, politie of brandweer trekken altijd de aandacht, eisen voorzichtigheid en roepen vooral nieuwsgierigheid op! Wat is er aan de hand?

Academisch Ziekenhuis
De ambulance was inderdaad voor mij. Ik had acht minuten op de grond gelegen en dat de ambulance er nu al was, was toch geweldig. Hoe eerder hoe beter, want ik moet nog naar de dc. Er komen dan wel van die moeilijke momenten zoals van de grond op de brancard getild worden. Maar ja, omwille van die mensen die rondom mij heen staan zal ik geen krimp geven. Doen alsof ik niets voel. Op mijn tanden bijten… Je bent toch geen kind… Je stelt je toch niet aan…! Dan lig je eindelijk, onttrokken aan de blikken van de nieuwsgierige voorbijgangers. En dan met loeiende sirenes op weg naar de Eerste hulp van AZ! Nu hoorde ik de sirenes van de andere kant, maar net zo oorverdovend als buiten… B-A of Si-La of 7-6… (dit laatste voor muziekkenners!)
Toen ik mijn eerste nacht in het Academisch Ziekenhuis begon en een terugblik wierp op de voorbije dag dacht ik: ik moest me met de Haïtianen bemoeien, maar hoeveel mensen hebben zich met mij bemoeid de voorbije dag? Wat zijn er veel mensen met me bezig geweest die allemaal het hunne hebben bijgedragen om mijn knie weer op zijn plaats te zetten. Wat ben ik blij en dankbaar dat het maar één knie is. Het had allemaal nog erger kunnen zijn. Gelukkig reed ik niet te hard net voor die bocht… anders… Ik had zo’n mooie planning gemaakt van hetgeen ik allemaal nog moest doen voor mijn vertrek naar Haïti en er is zo weinig van terechtgekomen, zoals wel eens vaker gebeurt.
Toen ik in de nachtelijke uren door het raam van de 5e etage van AZ naar buiten keek en de verlichte Dr. Sophie Redmondstraat zag met gaande en komende auto’s, onafgebroken, vond ik die straat nog mooier dan de verlichte Champs-Elysées in Parijs of de verlichte Avenida Bernardo O’Higgins in Santiago de Chile. En toen ik ’s morgens de zon weer zag opkomen, nadat ik ’s nachts geen oog dicht had kunnen doen, begreep ik pas goed het lied van Jacques Brell: Seigneur, Seigneur, que la nuit était longue… Mijn God, wat duurde deze nacht lang!

OMHOOG Jaargang 64, editie 25, 28 juni 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s