Diakens van het eerste uur: handen tekort

Geplaatst door

Melvin Mackintosh –

Op 19 november jl. was het acht jaar geleden dat de heren Antonius ‘Sonny’ Waterberg, Guillaume Karsters, Lito Alantee en Doll Samiran tot diaken gewijd werden. Het was de eerste diakenwijding in het bisdom Paramaribo. In een vraaggesprek met Lucy Veldwachter ter gelegenheid van deze herdenking vertelden drie diakens over het proces, hun ervaring en hun verwachtingen van het diaconaat.

Diaken Guillaume Karsters (l) tijdens de oliewijding in de kathedrale basiliek.

Ontmoeting met God
Lucy vroeg de diakens om elk afzonderlijk te vertellen hoe zij de stap gemaakt hebben naar het diakenschap. Diaken Karsters stak van wal: ’Dit werk doe je niet vanuit jezelf. Je wordt ervoor geroepen’. Hij vertelde hoe hij als jongere actief was in de St.-Clemensparochie. Toen hij verhuisde naar de Highway bezocht hij regelmatig de kerk van Houttuin en later Latour. ‘Maar die trigger kwam van ergens anders. Ik heb de details toen op een schriftblaadje geschreven en ik heb het meegenomen vandaag,’ zei diaken Karsters. Hij vertelde hoe hij onderweg naar Coronie plotseling voelde dat hij moest stoppen. Hij ervaarde een stil moment. Hij zag alles om zich heen, maar alles was stil. Hij voelde dat het een ontmoeting was met God. En God zei tegen hem: ‘Ik ben het die jou door Mijn schepping in vervoering brengt’. Diaken Karsters zei dat hij zo onder de indruk was, dat hij het gelijk op het schriftblaadje geschreven heeft. Hij vertelde verder dat hij door de toenmalige parochiepriester van St.-Clemens, pater Karel Choennie tot twee keer toe gevraagd was om de kaderopleiding te volgen. En daarna ontmoette hij Mgr. De Bekker die terloops opmerkte: ‘Ik hoor dat je de kaderopleiding gaat doen’. Dit alles is voor Guillaume Karsters de reden geweest om de stap te zetten.

Diaken Lito Alantee.

Vroom en geliefd
Diaken Lito Alantee vertelde dat hij een internaatskind was van zijn 12e tot zijn 25e jaar. Eerst was hij in het Abadoekondre-internaat, toen onder leiding van zuster Sabina en pater Heikers. Lito werd geïnspireerd door de handelingen van de priester. ‘De diensten waren vroeger in het Latijn en dat sprak me aan. Ik kon het helemaal meezingen. Ik wist het: ik wilde priester worden.’ Diaken Alantee vertelde dat hij ziek werd aan zijn knie en moeite had met knielen. Hij zag zijn droom om priester te worden voorbijgaan. Toen hij in Paramaribo in het Christoforus-internaat kwam, ging de strakke opvoeding door. Het internaat stond toen onder leiding van het echtpaar Heerenveen. Frater Orantus kwam ook elke dag. Diaken Lito vertelde dat hij een hele vrome jongen was, gelovig en geliefd bij de leiding en anderen. Dat veranderde ietwat toen hij wegging van het internaat. Hij raakte in een relatie die mislukte. Hij bezocht de kerk ook niet. Zijn tweede relatie was met iemand uit Sunnypoint. Die moest hij toen vaak brengen naar de basisgemeente in Hanna’s Lust. Pater Vergilio vond dat er een gemeente moest komen in Sunnypoint en uit het niets werd Lito Alantee gekozen in het bestuur. ‘Ik had geen flauw idee wat er gedaan moest worden’, zei hij. Maar hij ging die uitdaging aan. Het was mevrouw Motman van Dienst GCC die hem erop wees dat er een kaderopleiding was en hem vroeg om zich in te schrijven.

Diaken Antonius Waterberg.

Voor de mensen in het binnenland
Antonius ‘Sonny’ Waterberg groeide op in Tamarin aan de Cottica. Ook hij wist dat hij priester wilde worden en vertelde het aan zijn moeder. Die vertelde het weer aan de pater, maar die reageerde met ‘deze jongen is ondeugend. Laat hem nog een beetje wachten’. Het ging niet goed met de economische activiteiten en veel mensen verlieten Tamarin. Antonius Waterberg en zijn familie verhuisden naar Moengo. Diaken Waterberg zei dat hij iets bijzonders meemaakte op zijn 16e. Men nam hem mee naar een wintiprey. En het was daar toen hij de kunu hoorde die zei: ‘Na tap’pernassi a kerki ben tap mi pasi’. (Op die plantage (Tamarin) hinderde de kerk mij.) Antonius Waterberg hoorde ook nog: ‘If un no du sa mi wani, me kir’ un ala mala’. (Als jullie niet doen wat ik wil, maak ik jullie dood.) Dit had de jonge Antonius erg aangegrepen. Hij bleef erover nadenken tot hij dacht: Wacht, als ik dus beschermd wil zijn, moet ik in de kerk zijn. Het normale leven ging door en Waterberg ging geregeld naar de kerk. Maar hij wist wat hij wilde: het evangelie verkondigen voor de mensen in het binnenland. Pater Toon introduceerde hem in de catechistenopleiding. Antonius Waterberg startte daarmee in 1983 en rondde die af in 1988, en was daarmee catechist. Er was een probleem: de catechist komt uit een dorp en werkt voor het dorp. Waterberg had geen dorp en hij werkte voor de PAS. Hij wilde meer. Toen kwam de Binnenlandse Oorlog. Door tussenkomst van Mgr. Zichem werd Antonius de eerste diakenkandidaat. Het was toen veel zelfstudie en elke donderdag naar de stad voor de cursus. Het was Mgr. De Bekker die zei: ‘Dat ding dat je wil hebben, is gestart in ons bisdom’. De kaderopleiding ging van start en Sonny schreef zich in.

Diaken Antonius ‘Sonny’ Waterberg.

Geen vetpot
Voor alle drie diakens is de stap naar het diakenschap een proces onder Gods leiding. Diaken Sonny: ‘Roeping is geen moment, het is een proces. En nu pas begrijp ik waarom ik door het proces heen moest’. De diakens beaamden dat het een weg is die wordt afgelegd en dat je behoorlijk door elkaar wordt geschud. De kaderopleiding duurt vier jaren en daarna is er nog een traject van specialisatie, stage en extra vakken. Het is een lange weg voordat de vraag gesteld wordt: wil je? Tot dat moment ben je vrijwillig bezig en bij een bevestigend antwoord op de vraag maak je een commitment voor het leven, zeggen alle drie diakens.
Het diakenschap is een fulltime job. Je bent gewijd tot een dienaar van God, gewijd om Gods woord te verkondigen en pastorale zorg waar nodig te bieden. Je kan geen ‘nee’ zeggen. De diakens hebben de bevoegdheid om te assisteren bij een eucharistieviering, woord- en communiediensten te doen, dopen, huwelijksinzegeningen en begrafenissen. Maar het werk is meer dan dat, zeiden de diakens, de nood is altijd meer dan een begrafenis. Je bent 1×24 uur diaken.
Lucy merkte op dat het diakenschap geen vetpot is en vroeg de diakens of zij nog een andere baan hebben. Diaken Karsters: ‘Ik had een specialisatie in vakgebieden en bij de bouw van de raffinaderij van Staatsolie werd me gevraagd of ik mee wilde doen in de kwaliteitscontrole’. Hij zei dat hij nog schoolgaande kinderen had, dus vroeg hij Mgr. De Bekker om advies. Die zei dat hij geen van beide moest verwaarlozen.
Diaken Waterberg vertelde dat hij altijd terug wilde naar het binnenland om het woord van God te verkondigen. Hij sprak er met pater Toon over, terwijl hij op de LTS zat. Hij vroeg pater Toon waar hij kon werken in de kerk en tegelijkertijd verkondigen. Pater Toon noemde de Pater Ahlbrinck stichting (PAS). Waterberg veranderde zijn studie naar een agrarische, zodat hij bij de PAS kon werken. In 1983 trad hij in dienst bij de PAS. Daar heeft hij 25 jaren gewerkt als ontwikkelingswerker. Hij bleef daarna bij het bisdom in dienst, bij de Dienst GCC belast met media en diaconie. Hij trainde ook leerkrachten. Diaken Waterberg zegt dat hij nog steeds projecten uitvoert.

Diaken Antonius Combo (l, gewijd in 2016) en diaken Lito Alantee (r, gewijd in 2011), met de kruiken in de hand tijdens de oliewijding in de kathedrale basiliek.

Groeien in de geest
Op de vraag hoe de diakens terugkijken op hun ontwikkeling in de afgelopen acht jaren, reageerden alle drie enthousiast. Diaken Karsters: ‘Ik ben gegroeid in geduld hebben en anders kijken naar mensen’. Diaken Waterberg gaf aan dat er zoveel gebeurt onderweg. Hij heeft zoveel ervaren, van de alfacursus waar je mensen leert wie Jezus Christus is tot de verantwoordelijkheid voor een parochie, in zijn geval in Coronie. Diaken Waterberg is ook benoemd als moderator voor het gevangenispastoraat en Catholic Men’s Ministry. Heel gepassioneerd vertelde hij ook over het ontstaan van begikerki.
Diaken Lito Alantee: ‘Bij de wijding is mij gezegd dat ik voorlopig bij mijn parochie blijf. Ik val onder de cluster Zuid. Cluster Zuid is een grote cluster van parochies. Ik ben nu benoemd voor Sunnypoint’. Alantee zei dat hij gegroeid is in de Alfa Konmakandra, dat is de cursus in het Sranantongo dat voor eenieder verstaanbaar is. Hij was belast met het onderdeel de werking van de Heilige Geest. Diaken Alantee: ‘Wil je iets teruggeven, dan zal je het eerst moeten hebbem. Ik moest me dus gaan verdiepen in de Heilige Geest, groeien in de geest’. Diaken Lito gaf aan dat hij ook de opleiding tot huwelijksambtenaar heeft afgerond. De bevoegdheid van de kerk had hij al, en nu ook vanuit de overheid.
Diaken Karsters vulde aan: ‘In het natraject van de kaderopleiding moesten wij ook workshops volgen waarin wij eerst genezing voor onszelf moesten zoeken: alles naar boven halen om te healen. Als jezelf niet gezond bent, kan je moelijk anderen helpen om gezond te worden’. Diaken Karsters vertelde dat hij benoemd was voor Latour onder leiding van pater Ricardo. Daarnaast doet hij in samenspraak met de pastoor ook diensten in andere parochies.

Diaken Doll Samiran (l) tijdens de eeuwige belofte van zuster Boomiki foe Karmel (r).

Terugblik en vooruit
‘Hoe kijkt u terug op die acht jaren?’ vroeg Lucy. Diaken Karsters: ‘Ik heb de indruk dat mensen naar de kerk komen om naar het woord van God te luisteren of om hulp te zoeken. Men is zich er nog niet van bewust dat dat niet alles is; dat ze dieper moeten gaan in hun geloofsovertuiging, in het lezen van de bijbel en deze bespreken. De mensen moeten niet komen om alleen te luisteren, maar ze moeten zich ook inzetten om te doen wat de bijbel vraagt en samen kerk zijn’. Karsters zei het jammer te vinden dat er weinig tijd is om persoonlijke gesprekken te voeren met parochianen om te horen wat er in iemand leeft, wanneer de persoon iemand kwijt is of een baby gehad heeft. Die tijd is er niet meer. Hij hoopt daarom dat er mensen opstaan die zich geroepen voelen om te helpen. Hij wil tijd stoppen in jongeren, die het nu zo moeilijk hebben en hen helpen. ‘Ik zit ook in marriage encounter en luister veel naar mensen. Het geeft voldoening dat mensen ook luisteren en begrijpen. Er zijn momenten die bemoedigend zijn. Maar er is nog zoveel te doen.’
Diaken Alantee zuchtte bevestigend. Er is heel veel te doen. De geloofsgemeenschap van Sunnypoint bestaat uit heel veel jonge mensen. De priester komt een keer in de maand voor de eucharistieviering. Alle andere dagen is de diaken er. Er gebeurt zoveel. ‘Ik ervaar het zo dat de Heer mij de gelegenheid wilt geven om niet mijn wil maar die van de mensen uit te voeren, om die geestelijke groei te verwezenlijken. Wij hebben een gebedsgroep, een nazorggroep, een groep voor oudere mensen en wij brengen die allemaal bijeen om het Woord op een voor hen begrijpelijke manier over te brengen.’ Diaken Alantee droomt ervan dat hij samen met deze werkgroepen nog voor hij weggaat een kerkgebouw mag realiseren op een eigen terrein.
Diaken Waterberg ziet in zijn droom dat men in alle parochies in het bisdom het bidden centraal stelt, dat men meer gaat werken aan bidden in het algemeen en aan persoonlijk gebed; dat er meer mensen komen bidden. Hij ziet graag bijbelstudies in alle parochies. ‘Ik wil graag ook meer werken aan gezinnen die strugglen en problemen hebben. De geloofsgemeenschap heeft sterke gezinnen nodig. Om die te realiseren moeten we in de gezinnen mensen helpen, gezinsleden helpen in hun relatie met God zodat zij beter worden en hun gezin beter kunnen bouwen.’ Ook hij bevestigt dat er veel te doen is, dat er behoefte is. Hij pleit voor nazorg in alle parochies en gebedsgroepen. Antonius Waterberg zei ook dat hij graag een uitwisseling van parochies ziet; parochies moeten elkaar leren kennen. ‘De Kerk is meer dan Paramaribo.’ Hij pleit ervoor dat parochies meer gebruikmaken van media en haalt het voorbeeld van begikerki aan. Die zit nu met een programma op Radio Immanuel, op sociale media en YouTube. Diaken Waterberg zei dat niet alleen de mediakanalen van het bisdom gebruikt moeten worden, maar ook de seculiere media. Tot slot riepen de diakens op om op te staan en in actie te komen. ‘Kom helpen, uw hulp is nodig.’ Diaken Waterberg merkte wel op: ‘Kom helpen, maar denk niet dat je de pater of de diaken komt helpen. Je komt Jezus helpen’.

OMHOOG Jaargang 63, editie 45, 15 december 2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s