Pleidooi afschaffing doodstraf, terug in de geschiedenis

Geplaatst door

E. Wijntuin –

Openbare Vergadering Staten van Suriname
Recentelijk verscheen in Omhoog een artikel met de titel Paus pleit opnieuw voor afschaffing van de doodstraf. Daarin deed de paus een oproep aan alle landen die de doodstraf nog steeds hanteren (inclusief Suriname). ‘Ik begrijp dat, om de afschaffing te bereiken men complexe processen moet doorlopen. De schorsing van en de strafvermindering van misdrijven, waar de doodstraf op staat zijn minimale doelen, waar internationale leiders zich voor in moeten zetten,’ aldus de paus.
Naar aanleiding van voornoemd artikel bied ik u de memorie van toelichting van minister E.A. Hoost tijdens de behandeling van de wet ‘houdende afschaffing van de doodstraf’ aan. De heer Hoost is erudiet op het gebied van strafrecht. Ik wil u in de geest terugbrengen in de vergaderzaal van de Staten van Suriname, bij de openbare vergadering van het college op 17 juni 1977. Door verschil van mening tussen de oppositiepartijen, werd de vergadering op verzoek van de heer H.A.E. Arron voor onbepaalde tijd geschorst.

Memorie van Toelichting
‘Hier te lande werd de doodstraf, die in het hedendaagse strafrecht niet thuis hoort, voor het laatst voltrokken in 1927, zodat men kan zeggen, dat haar afschaffing in de praktijk reeds een feit is. In de memorie van toelichting bij het ontwerp van een nieuw Wetboek van Strafvordering (Staten van Suriname, Bijlagen 1969 – 1970, 15.3) werd de formele verwijdering van de doodstraf uit ons Wetboek van strafrecht reeds in het vooruitzicht gesteld. Het daartoe strekkende wetsontwerp ligt thans voor.
Wijziging in het materiële strafrecht op dit punt brengt consequenties mee voor het formele strafrecht en de rechterlijke organisatie. In het formele stafrecht en de rechtelijke organisatie. In het formele strafrecht worden de regelingen omtrent de tenuitvoerlegging voor de doodstraf overbodig (de art. 310, tweede lid, 311, 312 en 354 van het Wetboek van Strafvordering). Voor de rechterlijke organisatie heeft de afschaffing van de doodstraf belangrijke consequenties voor zover het de regeling van de absolute competentie van de rechterlijke instanties betreft. Ons huidige recht kent de doodstraf niet alleen als straf, maar ook als criterium voor de rechterlijke bevoegdheid tot kennisneming in eerste aanleg van strafbare feiten. Krachtens artikel 36 van het Reglement op de inrichting en samenstelling van de Surinaamse Rechterlijke Macht (G.B. 1935, no. 79) vonnist het Hof van Justitie in eerste aanleg over alle misdrijven, waarop de doodstaf is gesteld, en daarmee in verband staande misdrijven ( in geval van samenloop, mededaderschap en medeplichtigheid).
In de memorie van toelichting bij het ontwerp van een nieuw Wetboek van Strafvordering is in verband met het voorstel tot afschaffing van de doodstraf ook voorgesteld artikel 36, eerste lid, van het Reglement te schrappen. Voor de motivering daarvan moge naar die toelichting worden verwezen (blz. 4).
Doordat artikel 36, eerste lid, van het Reglement bevoegd in eerste aanleg kennis te nemen van alle strafbare feiten, behalve in geval van artikel 144, derde lid, van de Grondwet. Het Hof van Justitie fungeert dan, behoudens de zojuist genoemde grondwettelijke uitzondering, uitsluitend als beroepsinstantie, als rechter in tweede aanleg. Op deze scheiding van de rechtspraak in eerste en tweede aanleg is het ontwerp van een nieuw Wetboek van Strafvordering gebaseerd.
De inwerkingtreding van de Wet, houdende afschaffing van de doodstraf, dient derhalve vooraf aan of tegelijk met de invoering van het nieuwe wetboek van Strafvordering plaats te vinden.

De Minister van Justitie en Politie,

w.g. E. A. Hoost

Paramaribo, 28 juni 1977

Noot
Wie aandachtig memorie van toelichting van Mr. E. Hoost leest en zijn pleidooi de doodstraf af te schaffen om daarna, volgens een officiële bekendmaking in de vlucht doodgeschoten te worden, zal zeker met een minimum aan intelligentie direct vaststellen dat er hier sprake is van een aperte leugen. Wat voor reden zou Hoost hebben gehad om openlijk in een openbare vergadering van de Staten afschaffing van de doodstraf te pleiten om daarna een poging te doen om te vluchten. Als u in ogenschouw neemt, dat paus Franciscus vele jaren later hetzelfde pleidooi houdt, tekent Hoost zich als een ziener. Verbazingwekkend vind ik het dat bij de behandeling van het acht december strafproces geen enkele advocaat het nodig vond om het initiatief voorstel van de heer Mr. E. Hoost ter sprake te brengen. Jammer! Terugkomend op de openbare vergadering van het initiatief voorstel van Mr. E. Hoost, wil ik niet verhelen , dat het een reeks botsingen kende tussen de oppositiepartijen onderling, te weten minister president, H. Arron, fractieleider Mr. E. Bruma en Hindorie HPP, NPS. Hierdoor was minister-president H. Arron genoodzaakt de verdere behandeling van het wetsontwerp naar een nader te bepalen datum te verschuiven.

OMHOOG Jaargang 63, editie 04, 10 februari 2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s