Buurvrouw en Joosje

Two women in colorful clothing converse beneath a large tree in a village courtyard
Eindelijk kunnen we Joosje en buurvrouw zien.

…BUURVROUW EN JOOSJE…

B.= Hallo Joosje, fa fu yu? A son faya!

J.= Buurvrouw, hoe gaat het?

B.= Mi de. ’t Is warm, baya. Straks gaat het regenen, terwijl het toch droge tijd is.

J.= Maar de natuur is in de war.

B.= Vroeger werd er rond 15 augustus gezegd: „Vandaag of morgen begint de droge tijd”, maar dat is nu niet meer zo!

J.= De natuur is in de war, maar ze voegen er direct aan toe dat wij zelf de schuldigen zijn. Wij brengen de natuur in de war. Wij hebben die „El Niño” gemaakt. Die is de schuld van alles. Het gaat nog droger en warmer worden dan normaal. Dat mi yere en lesi na kuranti!

B.= Maar heb je gehoord dat El Niño terugkomt, nog erger en gevaarlijker dan in het verleden? De zee warmt op, zegt Kenneth. Je kent Kenneth toch? Je weet wel, de zoon van Elly, van tante Dieni. Die zit op de Anton de Kom Universiteit. Als je daar naartoe gaat, moet je wel erg slim zijn.

J.= Buurvrouw, natuurlijk ken ik Kenneth. Hij is een slimme boy!

B.= Onze president zegt dat we zuiniger met stroom moeten omgaan. Als je de airco aan hebt, moet je geen deuren of ramen open laten staan!

J.= Weet je wat ik zo vreemd vind van die mensen van onze ‘krutu-oso’? Ze zijn allemaal zo koloniaal gekleed. Ze vallen echt op: mooi pak, stropdas, gouden manchetknopen, en maar zweten in die pakken terwijl de airco’s hoog draaien en veel stroom verbruiken! Laten ze daar maar eens beginnen!

B.= Weet je wat ik zo leuk vond? Er stond een mooie foto in onze krant. We hadden bezoek van een vrouwelijke president, die van ons buurland Venezuela. Delcy Rodríguez is haar naam. Tante Jenny had haar uitgenodigd. Maar wat ik zo mooi vond, was dat Delcy in een fleurig jurkje kwam aanlopen en onze president in haar sombere, donkere broekpak. Ze is altijd zo somber gekleed, vind ik. Ik heb haar nog nooit in een jurk gezien. Maar ze schijnt wel christelijk te zijn, want ze laat dat gouden kruisje duidelijk zien.

J.= Y’ab leti, buurvrouw. Wat zou ik het leuk gevonden hebben als onze president haar in een echte Surinaamse koto had ontvangen. Typisch Surinaams, toch?

B.= Misschien heeft ze helemaal geen koto!

J.= Maar dan kan ze er een huren in het Koto-museum in de Prinsessenstraat. En als ze dat zou doen, zouden ze haar er waarschijnlijk geen geld voor vragen. Zulke mensen krijgen zulke dingen allemaal gratis. Trouwens, gezien haar salaris kan ze dat allemaal best zelf betalen. Ze krijgt van ons belastinggeld SRD 130.000, en met alle vergoedingen, zoals gratis bellen, gratis vervoer, gratis beveiliging en gratis representatie, kan dat oplopen tot meer dan SRD 300.000!

B.= Ja, Joosje, als ik onze Marinus zie: altijd in een pak en een stropdas! En maar zweten. Ze zijn niet zo bakra-minded, maar in hun kleding doen ze alsof ze bakra zijn. Pak, stropdas, manchetknopen, meestal van goud.

J.= Ook al die anderen, het zijn bijna allemaal heren, hebben mooie kostuums laten maken! Confectiepakken noemen ze dat.

B.= Ai… Soms zelfs driedelig. Met stropdassen en gouden manchetknopen. Ma ala brenki sani… a no gowtu!

J.= Ay… so a de! Ze geven zo af op dat vroegere kolonialisme, maar ze kleden zich nog steeds als kolonialen. Dat hoort bij hun status, zeggen ze.

B.= Om het geld hoeven ze het niet te laten, want de mensen van ons „Krutu’oso” krijgen een vorstelijk salaris van bijna SRD 66.000. En dan nog toelagen, vervoer, representatiekosten, enzovoort. Dat kan oplopen tot SRD 144.000. Dat zeg ik niet zomaar. Ma mi les’ en na kuranti!

J.= Buurvrouw, dat verdien ik nog niet eens in één jaar! Daarom willen ze zo graag DNA-lid worden. Dan heb je in ieder geval geen financiële zorgen meer. Een koloniaal salaris! En dan die stropdas, een koloniale erfenis! Kenneth, je weet wel, de zoon van die nicht van mij, van haar vroegere buurvrouw, zegt: „Zo oud als ik ben, 33 jaar, heb ik nog nooit een stropdas gedragen. Dat past helemaal niet bij onze cultuur en ons klimaat!”

Mamafowru nanga pikinfowru, e srepi na srefi woron…

B.= Mi kan memre ete tak’ Emile Wijntuin nanga Eddy Bruma go na krutu-oso ini wan afro-impie… Maar het was koud, want alle airco’s moesten het net zo koud maken als in Blanda voor al die anderen die in prachtige koloniale kostuums waren gekomen. Wijntuin, na amra-basi fu wi krut’oso, stelde voor om die airco’s uit te doen om geld te besparen. Maar nee hoor! Ze begrepen de les niet die Emile en Eddy wilden geven. Zij waren gehecht aan hun pakken, anders konden ze niet opvallen!

J.= Onze vorige president, inmiddels wijlen, woonde helemaal op plantage Lelidorp. Elke morgen moest hij naar de stad komen en elke dag reden die auto’s vier keer heen en weer. Natuurlijk hoeft hij niet met een lijnbus naar zijn werk in de stad te gaan, maar het kost wel heel veel benzine. Er rijden namelijk twee politiemotoren voorop, dan volgen vijf zwarte auto’s zodat niemand weet in welke auto hij zit, en weer twee motoren om af te sluiten. En die zwarte auto’s zuipen benzine. Het zou goedkoper zijn als hij een paar kamers huurde bij Torarica, of als ze een klein huisje bouwden vlak bij het kabinet van de president, helemaal aangepast aan zijn wensen en die van de First Lady natuurlijk.

B.= Joosje, y’ab’ leti. Dat is goedkoper, want wij moeten het toch maar betalen. Hij denkt daar niet aan, en ook de minister van Financiën niet. Er is geen geld voor belangrijke zaken zoals medicijnen, de Ester Stichting, het afbetalen van leningen, SRD 1.800 koopkrachtversterking, te veel ambtenaren, corruptie… Joosje, er gaan veel dingen verkeerd in ons land omdat er geen geld is, het geld verkeerd terechtkomt, verkeerd wordt uitgegeven of zomaar verdampt! Witwassen, noemen ze dat. Hoe dat precies gaat weet ik niet, maar het gaat om miljoenen die worden witgewassen. Kenneth zegt zelfs dat het om miljarden SRD gaat!

J.= Buurvrouw, ik heb begrepen dat ze weer een staking gaan organiseren. Alle mensen die in de gezondheidszorg werken, gaan in de middaguren staken. De huidige minister van Financiën heeft hen niet uitbetaald zoals afgesproken. Maar deze regering heeft wel zeer goed aan zichzelf gedacht. Ze hebben eerst hun eigen salarissen verhoogd en toen was er niets meer over voor de medewerkers in de gezondheidszorg!

B.= Daarom kondigen ze dat zo vroeg aan. Dan kunnen ze het beter organiseren dan de vorige keer met al die plunderactiviteiten. Ze zeggen dat ze van hun land houden en daarom gaan ze alles „plat” leggen. Het zijn allemaal zogenoemde wijsneuzen. Ze brengen het land juist achteruit. Als ze van hun land hielden, zouden ze moeten zeggen: „ALLEMAAL AAN HET WERK!” Geld verdienen! Zo help je Suriname vooruit!

J.= Buurvrouw, y’ab’ leti, yere! Het zijn dwazen. Ze willen iets organiseren tegen iets, maar maken het alleen maar erger. In plaats van te zeggen dat iedereen aan het werk moet en alles goed moet functioneren, roepen ze als dwazen: „ALLES PLAT!” Dan zijn ze trots als hun naam en foto in de krant komen. Maar het resultaat is precies het tegenovergestelde. Ba suku, ba feni. Ba tyari…**

B.= Joosje, ik moet gaan. Tan bun yere… Te tra lesi baka… Ik zal tante Melie vragen om ook te komen.

J.= Buurvrouw, ik ga Kenneth vragen of hij ons de volgende keer bij tante Melie kan afzetten als hij naar de Anton de Kom Universiteit gaat. Wij gaan haar verrassen en bij haar op visite! Kenneth gaat je bellen.

Doeiiiiiiiiiiiii

  • Men moet niet altijd zonder reden andere mensen nadoen.

** Wie domme dingen doet, zal zich moeten verantwoorden.
(of: Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.)

M. Noordermeer.



Categorieën:geloof en leven

1 reply

  1. scrumptiouslyd17ea6dd86's avatar

    laat illustraties echt niet aan AI over !!!

    Like

Geef een reactie