
Liever geen buur en een verre vriend. Dat lijkt me een nuttige herziening van het spreekwoord. Niet alleen voor de taalontwikkeling, maar vooral voor de innerlijke rust van mensen die in een onmetelijk groot land besluiten hutjemutje op elkaar te gaan wonen. Afstand tussen huizen heeft een eenvoudig voordeel: niet iedere huiselijke woordenwisseling hoeft meteen een buurtvergadering te worden. Maar nee, wij willen de allure van een echte stad: alles volbouwen, files erbij, shoppingmalls ernaast. Ruimte hebben we genoeg; blijkbaar weten we er pas raad mee als er een schutting doorheen staat. En als het samenleven vervolgens niet lukt, hebben we gelukkig nog de buurtmanager. Die mag met publiek geld bemiddelen bij conflicten die met een beetje wederzijds fatsoen gratis hadden kunnen worden opgelost.
Neem nu mijn vriendin, die in een deftige buurt is gaan wonen. Net als op de boerderij van haar grootvader heeft ze een forse manjaboom op haar erf laten groeien. Een mooie boom, maar met één ernstig gebrek: hij heeft geen respect voor perceelgrenzen. Zijn bladeren vallen ook bij de buren. Daar moest de buurtmanager met al zijn psychologische kennis aan te pas komen om de gemoederen te bedaren. Voor welgeteld één dag. De buurvrouw heeft aangifte gedaan omdat de bladeren haar dakgoot verstoppen en volgens haar ernstige schade veroorzaken. Dat een verstopte dakgoot een probleem is, staat buiten kijf. Alleen lijkt een oplossing inmiddels minder belangrijk dan de vraag wie er gelijk krijgt. Regelmatig harkt de buurvrouw de manjabladeren op haar erf bijeen en gooit ze die over de schutting terug. Retour afzender. De boom zal ervan leren. Intussen is de sfeer zo giftig geworden dat je haast vergeet dat het hier om bladeren gaat.
Dan mijn vriend met zijn pekineesjes. Jarenlang was zijn huis het enige in een deftig verkavelingsplan. Hij genoot van de stilte en van de wind die vrij over de open percelen kon waaien. Maar een verkavelingsplan heeft nu eenmaal de vervelende gewoonte op den duur ook andere bewoners aan te trekken. Die kwamen en bouwden tot op anderhalve meter van zijn schutting. De buurman bleek weinig op te hebben met het hondengeblaf, het bezoek en het luide gelach. Ook daarvoor mocht de buurtmanager uitrukken. Op een dag begon de buurman zich vanachter de schutting zelfs te bemoeien met een gesprek dat mijn vriend met zijn gezelschap voerde. Wie last heeft van een gesprek, kan er natuurlijk altijd nog aan deelnemen. Verder waren er de haan, die vroeg kraaide, en de kippen, die kakelden. Ook die hadden kennelijk verzuimd de huisregels te lezen. Nu is slaap belangrijk en hoeft niemand eindeloos hondengeblaf te verdragen. Maar een emmer water over de pekineesjes gooien, zoals de buurman vervolgens deed, bleek evenmin bevorderlijk voor de rust. Mijn vriend verloor zijn geduld. Het resultaat: een officiële klacht en een halve dag verlof om zich op het politiebureau te melden. Zo krijgt burencontact toch nog een vaste plaats in de agenda.
En dan mijn nicht in Commewijne. Haar verhaal is het laatste pleidooi voor ‘liever geen buur en een verre vriend’. Ook daar komen mensen steeds dichter op elkaar te wonen. De stad brengt haar gemakken mee, maar levert de burenruzies er gratis bij. Mijn nicht houdt van katten. Heel veel. Kort nadat ze er was komen wonen, belandden haar katten op het erf van de overbuurvrouw. Thuis waren ze keurig zindelijk, maar daarmee hadden ze natuurlijk nog geen uitnodiging van de overkant op zak. De buurvrouw pakte een stok om ze te verjagen. Sindsdien gunnen de twee elkaar geen blik meer. Ze groeten niet en lopen elkaar voorbij alsof de ander niet bestaat. De katten hadden aan één uitstapje genoeg om het contact tussen twee huishoudens voor onbepaalde tijd stil te leggen. Vooral rond de jaarwisseling wordt het ongemakkelijk, wanneer de andere buren elkaar voor de vorm en uit beleefdheid een gelukkig nieuwjaar wensen. Vrede in de buurt, zolang niemand ervoor de straat hoeft over te steken.
We worden binnenkort rijk, heel rijk, door olie en gas. Zullen we dan ook gelukkiger zijn? Wordt Suriname vanzelf leefbaarder zodra er meer geld is om hogere schuttingen te bouwen? Voor een groet hoeven we niet op olie-inkomsten te wachten. Voor een gesprek over een dakgoot evenmin. Goede buren houden rekening met elkaar: met elkaars nachtrust, erf en privacy. Dat vraagt iets van de buur met de boom én van de buur met de dakgoot, van de dierenliefhebber én van degene die wil uitslapen. Goede buren blijven buren; ze hoeven niet elkaars toezichthouder te worden. Misschien begint een leefbaar Suriname niet bij de eerste oliedollar, maar bij de eerste emmer water die gewoon voor de planten wordt gebruikt.
Categorieën:geloof en leven
Geef een reactie