In mijn buurt hebben we een appgroep met de veelbelovende naam Sociale Controle. Dat klinkt alsof er elk moment een man in een lange jas uit een steeg kan stappen met een notitieboekje en een zaklamp. Maar wees gerust: het is geen geheime dienst, geen burgerwacht en ook geen vereniging van buren die professioneel door gordijnen loeren. Het is gewoon een groep mensen die probeert te voorkomen dat de buurt verandert in een openluchtmuseum van stilstaand water, zwerfvuil en muskieten met diplomatieke onschendbaarheid.
In de groep wordt gemeld waar water blijft staan op onbebouwde percelen, welke half afgebouwde huizen inmiddels meer muggen produceren dan stenen, en wanneer er tegen muskieten wordt gespoten. Heel handig, want de moderne burger moet tegenwoordig alles tegelijk volgen: de muskietenschema’s, de vuilnisophaaldienst, de EBS, de waterdruk, de honden van de buren en de vraag of de straat vandaag wel of niet begaanbaar is. In Suriname is informatie net stroom: je waardeert het vooral wanneer het ontbreekt.
Dankzij zo’n snelle appwisseling kon in deze droge tijd een beginnende grasbrand in de achterste straat tijdig worden geblust. Ook werd zorg geboden aan een alleenstaande oudere buurtbewoner die al dagen niet had gegeten en tekenen vertoonde van beginnende dementie. Er is goed contact met de buurtmanager. Kijk, daar is sociale controle dus voor bedoeld: niet om te turven wie zijn erf te laat harkt, maar om te voorkomen dat mensen, huizen en buurten ongemerkt verdwijnen in nalatigheid.
Maar natuurlijk zijn er vijanden waar zelfs de beste appgroep van het land niet tegen opgewassen is. Tienerjongens bijvoorbeeld, die met opgevoerde bromfietsen door de straat scheuren alsof ze op weg zijn naar een spoedvergadering van de Verenigde Naties. En dan die feesten waarbij wij niet zijn uitgenodigd, maar waarvan wij wel de baslijn in onze maag mogen voelen. De muziek is gratis, de slapeloosheid wordt huis aan huis bezorgd.

En dan komen wij bij een van de grote beschavingsvraagstukken van onze tijd: de vuilniszak. Om te voorkomen dat honden onze zakken openscheuren, bouwen wij dure vuilnisbakken — soms steviger dan het gemiddelde overheidsgebouw — waarin wij onze eigen vuilnis netjes op de afgesproken dag plaatsen. Onlangs bleek de vuilnisbak van een buurtbewoner echter vol te zitten met afval van een onbekende weldoener. Dat is ook een talent: je eigen rotzooi niet kwijt kunnen, maar wel precies weten bij welke buurman er nog ruimte is.
Men staat dan vermoedelijk thuis met een vuilniszak in de hand en denkt: “Mijn buurman heeft een vuilnisbak, een hek en waarschijnlijk ook vergevingsgezindheid.” En hop, daar gaat de zak. Niet in de eigen bak, niet volgens schema, maar in de privé-infrastructuur van iemand anders. Zo leren wij dat sommige mensen het woord ‘gemeenschap’ verwarren met ‘alles wat van een ander is, mag ik gebruiken’.
Mijn buurt ligt gelukkig wat afgelegen, ver van de shoppingcentra. Mijn tante heeft minder geluk. Zij woont op ongeveer vijfhonderd meter van de Hermitage Mall, met McDonald’s, KFC en andere altaars van snelle verzadiging. Blijkbaar is vijfhonderd meter precies de afstand die sommige mensen nodig hebben om hun maaltijd naar binnen te werken en hun afvalritueel af te ronden. Bij mijn tante belanden dagelijks blikjes, bekers, dozen en zakjes in de berm, alsof de internationale fastfoodindustrie haar eindelijk tot onbetaalde filiaalmanager heeft benoemd.
Daarom een nederig verzoek aan de grote fastfoodzaken: voed uw klanten een beetje mee op. Niet alleen met kip, friet en frisdrank, maar ook met het revolutionaire idee dat afval in een vuilnisbak hoort. Plaats desnoods om de honderd meter een bak. Zet er lampjes op. Maak er een selfieplek van. Geef korting aan wie zijn beker niet uit het autoraam laat vliegen. Of richt inzamelpunten in waar flesjes, blikjes en verpakkingen tegen een kleine vergoeding kunnen worden ingeleverd. Dan verdienen tenminste de mensen die onze nationale schaamte oprapen er nog iets aan. Want laten we eerlijk zijn: wie vanuit een glimmende fourwheeldrive zijn afval op straat gooit, bewijst vooral dat vooruitgang soms vier wielen heeft, maar geen manieren.
Een beetje meer sociale controle zou dus geen kwaad kunnen. Niet als nationale hobby om elkaar te betrappen, maar als eenvoudige afspraak dat wij de buurt niet voor elkaar verpesten. Misschien wordt Suriname dan vanzelf iets leefbaarder. En misschien, heel misschien, moeten we eerst leren onze vuilnis in een bak te krijgen voordat we groots dromen over olie- en gasmiljarden. Want een land dat zijn afval uit het autoraam gooit, moet nog even oefenen met rijk worden.
Categorieën:geloof en leven
Geef een reactie