Deel 2 Toespraak Mgr.Choennie bij de Conferentie van de Charismatische vernieuwing

Samen op weg met de Heilige Geest

Synodaliteit, doopsel, charisma’s en gemeenschapsopbouw

Dit is het tweede deel van de toespraak van de bisschop van Paramaribo, Mgr. Karel Choennie, bij gelegenheid van de conferentie van de Katholieke Charismatische Vernieuwing in Suriname op vrijdag 16 oktober 2026. In dit deel spreekt de bisschop over synodaliteit, de waardigheid van het doopsel, het geloofsaanvoelen van Gods volk, de verschillende charisma’s en de opdracht tot gemeenschapsopbouw in Suriname.

Wat is synodaliteit?

Synodaliteit betekent letterlijk: samen op weg gaan. Maar in de Kerk is het meer dan samenwerken of vergaderen. Synodaliteit is een geestelijke wijze van kerk-zijn waarin het volk van God samen luistert naar het Woord van God, naar elkaar en vooral naar de Heilige Geest, om te onderscheiden welke weg de Heer vandaag wijst.

Synodaliteit is dus geen parlementair model waarin de meerderheid altijd gelijk krijgt. Het is ook geen strijd om macht tussen groepen in de Kerk. Synodaliteit is evenmin een modewoord dat alles oplost. Het is een bekering van hart: van spreken zonder luisteren naar luisteren in geloof; van eigen gelijk naar gezamenlijk onderscheiden; van passiviteit naar gedeelde verantwoordelijkheid; van geslotenheid naar missionaire openheid.

Een synodale Kerk vraagt: Heer, wat zegt Gij tot uw Kerk? Waar roept de Geest ons tot bekering? Wie horen wij nog niet? Welke stemmen zijn kwetsbaar, arm, jong, oud, uitgesloten of ontmoedigd? Wat vraagt het Evangelie van ons in Suriname, in onze parochies, in onze gezinnen, in onze samenleving?

Synodaliteit is daarom diep charismatisch: zij veronderstelt dat de Heilige Geest spreekt. Maar zij is ook diep kerkelijk: zij vraagt verbondenheid met de apostolische traditie, met de bisschop, met het leergezag en met de hele gemeenschap van gelovigen. De Geest schept geen chaos, maar communio; geen rivaliteit, maar onderscheiding; geen individualisme, maar zending.

Het Tweede Vaticaans Concilie: ressourcement en aggiornamento

Om synodaliteit goed te verstaan, moeten wij luisteren naar de grote genade van het Tweede Vaticaans Concilie. Dat concilie was geen breuk met het geloof van de Kerk, maar een hernieuwde gehoorzaamheid aan Christus in een veranderende wereld. Twee woorden helpen ons: ressourcement en aggiornamento.

Ressourcement betekent herbronning: teruggaan naar de levende bronnen van ons geloof, namelijk de Heilige Schrift, de apostolische traditie, de kerkvaders, de liturgie en het levende geloof van de Kerk door de eeuwen heen. Herbronning is geen nostalgie. Het is terugkeren naar de bron om vandaag fris, zuiver en trouw te kunnen leven.

Aggiornamento betekent bij de tijd brengen: de ramen openen, niet om de geest van de wereld kritiekloos binnen te laten, maar om het Evangelie verstaanbaar, geloofwaardig en missionair te verkondigen in de wereld van vandaag. Het concilie riep de Kerk op om de tekenen van de tijd te onderscheiden in het licht van het Evangelie.

Deze twee bewegingen horen samen. Zonder herbronning wordt vernieuwing oppervlakkig. Zonder aggiornamento wordt traditie iets statisch dat niet meer spreekt. De Heilige Geest doet beide: Hij brengt ons terug naar Christus, en Hij zendt ons vooruit de wereld in. Hij bewaart de Kerk in de waarheid, en Hij maakt haar missionair in nieuwe tijden.

Het concilie heeft ons opnieuw leren spreken over de Kerk als volk van God, lichaam van Christus en tempel van de Heilige Geest. Het heeft de waardigheid en roeping van alle gedoopten benadrukt. Het heeft de liturgie, de Schrift, de zending, de oecumene, de dialoog met de wereld en de verantwoordelijkheid van leken in een nieuw licht geplaatst. In die zin is synodaliteit geen vreemde toevoeging aan de Kerk, maar een vrucht van de conciliaire vernieuwing.

Het doopsel als basis van de synodale Kerk

De basis van een synodale Kerk is het doopsel. Door het doopsel worden wij niet eenvoudig lid van een organisatie. Wij worden ondergedompeld in Christus. Wij sterven met Hem en verrijzen met Hem. Wij worden kinderen van de Vader, leden van het lichaam van Christus en tempels van de Heilige Geest.

In het doopsel ontvangen wij een gelijke fundamentele waardigheid. Niet iedereen heeft dezelfde taak, maar iedereen heeft dezelfde doopgenade. Niet iedereen is priester of bisschop, niet iedereen heeft dezelfde bediening, maar iedere gedoopte is geroepen tot heiligheid, getuigenis en dienst. Daarom kan een synodale Kerk nooit een Kerk zijn waarin slechts enkelen spreken en de rest zwijgt. Evenmin kan zij een Kerk zijn waarin iedereen los van elkaar handelt. Wij zijn één lichaam.

Door het doopsel worden wij gelijkvormig aan Christus: priesterlijk, profetisch en koninklijk op de wijze van Christus. Priesterlijk, omdat wij ons leven aanbieden als geestelijk offer. Profetisch, omdat wij geroepen zijn het Woord te horen en te getuigen. Koninklijk, omdat wij geroepen zijn te dienen, vooral de kleinsten. Dit is de grondslag van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de Kerk.

De genade van het doopsel vraagt daarom om gemeenschapsopbouw. Wie gedoopt is, kan niet zeggen: de Kerk is alleen de verantwoordelijkheid van de bisschop, de priester, de zusters of de leiders van de gebedsgroep. Iedere gedoopte draagt mee aan de opbouw van het lichaam van Christus. Dat gebeurt door gebed, trouw, verzoening, catechese, dienst aan armen, zorg voor jongeren, bescherming van gezinnen, inzet voor vrede, eerlijkheid in de samenleving en bereidheid om charisma’s in te zetten voor het gemeenschappelijk welzijn.

Dialoog en luisteren naar de Geest

Een synodale Kerk is een luisterende Kerk. Luisteren is niet passief. Luisteren is een daad van geloof. Wij luisteren naar de Schrift, naar de levende traditie, naar het leergezag, naar de armen, naar jongeren, naar ouderen, naar mensen die gekwetst zijn, naar mensen die zoeken, naar mensen aan de rand. Maar bovenal luisteren wij naar de Heilige Geest.

Dialoog in de Kerk is daarom geen debat om te winnen. Het is een ontmoeting in waarheid en liefde. Wij spreken eerlijk, maar niet hard. Wij luisteren aandachtig, maar niet zonder onderscheiding. Wij zoeken samen, maar niet zonder kompas. Dat kompas is Christus; die adem is de Heilige Geest; die weg is de gemeenschap van de Kerk.

Voor charismatische groepen is luisteren naar de Geest een vertrouwde taal. Maar juist daarom is het belangrijk te onderstrepen dat luisteren naar de Geest altijd verbonden is met onderscheiding. Niet elke sterke indruk, niet elk enthousiasme, niet elke persoonlijke overtuiging is automatisch de stem van de Geest. De Geest spreekt in vrede, in liefde, in waarheid, in nederigheid, in vruchtbaarheid en in eenheid met de Kerk.

Daarom hebben wij stilte nodig. Een kerk die alleen praat, hoort de Geest niet. Een gemeenschap die alleen organiseert, maar niet bidt, raakt uitgeput. Een beweging die alleen naar buiten wil, maar niet inwendig luistert, verliest richting. De Geest wordt niet afgedwongen. De Geest wordt ontvangen. En wie ontvangt, leert dankbaarheid, nederigheid en gehoorzaamheid.

De sensus fidei: het geloofsaanvoelen van Gods volk

Een belangrijk begrip hierbij is de sensus fidei, of vollediger: de sensus fidei fidelium. Dit betekent het geloofsaanvoelen van de gelovigen. Het is niet hetzelfde als publieke opinie, populariteit of meerderheid. Het is een geestelijk aanvoelen dat voortkomt uit de gave van de Heilige Geest aan de gedoopten, waardoor het volk van God de waarheid van het Evangelie kan herkennen, bewaren, belijden en beleven.

De sensus fidei vraagt om geloof, gebed, deelname aan het leven van de Kerk, luisteren naar het Woord van God, verbondenheid met het leergezag, nederigheid en heiligheid. Het is dus geen instrument om elke persoonlijke mening te verheffen tot waarheid. Het is de wijze waarop de Geest het geloofsvolk helpt om in de waarheid van Christus te blijven.

Hier zien wij opnieuw dat de Kerk niet bestaat uit een sprekende hiërarchie en een zwijgend volk. De hele Kerk is drager van geloof. En tegelijk heeft de Kerk ook herders ontvangen die roepen, onderrichten, onderscheiden en dienen. De sensus fidei en het leergezag zijn geen vijanden. Zij hebben elkaar nodig. Het volk van God ontvangt, belijdt en leeft het geloof; de herders bewaren, verkondigen en onderscheiden hetzelfde geloof in dienst van de gemeenschap.

De verschillende charisma’s en hun bijbelse grondslag

De Heilige Geest schenkt vele gaven. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 12 dat er verschillende gaven zijn, maar één Geest; verschillende vormen van dienstwerk, maar één Heer; verschillende werkingen, maar één God die alles in allen bewerkt. Aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.

Daarom zijn charisma’s nooit privébezit. Zij worden niet gegeven om iemand hoger te plaatsen dan een ander, maar om het lichaam van Christus op te bouwen. In Romeinen 12 spreekt Paulus over profetie, dienstbetoon, onderricht, bemoediging, geven, leidinggeven en barmhartigheid. In Efeziërs 4 spreekt hij over apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars, gegeven om de heiligen toe te rusten voor het werk van de dienst, tot opbouw van het lichaam van Christus. In 1 Petrus 4 lezen wij dat ieder de gave die hij ontvangen heeft, moet gebruiken om de ander te dienen als goede beheerders van Gods veelsoortige genade.

Voor de Charismatische Vernieuwing betekent dit dat gebed om genezing, profetisch woord, tongentaal, onderscheiding van geesten, lofprijzing, intercessie, evangelisatie, gastvrijheid, catechese, dienst aan armen en pastorale zorg allemaal hun plaats kunnen hebben, mits zij geordend zijn op liefde, waarheid en gemeenschapsopbouw. Paulus zegt in 1 Korintiërs 13 dat zonder liefde zelfs de grootste gaven leeg worden. Liefde is de vorm van alle charisma’s.

Daarom moeten wij dankbaar zijn voor verscheidenheid. Een gebedsgroep heeft vurige bidders nodig, maar ook mensen die rustig kunnen luisteren. Zij heeft zangers nodig, maar ook mensen die stoelen klaarzetten. Zij heeft leraars nodig, maar ook mensen die nieuwkomers verwelkomen. Zij heeft profetische vrijmoedigheid nodig, maar ook kerkelijke onderscheiding. De Geest schenkt geen uniformiteit; Hij schept eenheid in verscheidenheid.

Geen competitie tussen hiërarchie en volk van God

Het is belangrijk duidelijk te zeggen: er is geen competitie tussen de hiërarchie en het volk van God. De hiërarchie staat niet buiten het volk van God; bisschoppen, priesters en diakens zijn zelf gedoopten binnen het ene lichaam van Christus. Tegelijk hebben zij een bijzondere sacramentele dienst ontvangen om de gemeenschap te bewaren in geloof, sacramenten en apostolische zending.

Ook het volk van God is geen massa die tegenover de herders staat. Het volk van God is een priesterlijk en profetisch volk, geroepen tot heiligheid en zending. Wanneer herders luisteren naar de gelovigen, verliezen zij geen gezag; zij oefenen hun dienst juist evangelischer uit. Wanneer gelovigen luisteren naar hun herders, verliezen zij geen waardigheid; zij leven hun doopsel juist in kerkelijke communio.

De Kerk is geen strijdtoneel van bevoegdheden, maar een lichaam waarin verschillende leden elkaar nodig hebben. Het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb je niet nodig. Het hoofd kan niet zeggen tot de voeten: ik heb je niet nodig. Daarom moeten charisma en ambt elkaar niet wantrouwen, maar elkaar dienen. Het ambt helpt de gaven te onderscheiden en te ordenen; de charisma’s houden de gemeenschap levend, missionair en ontvankelijk voor de verrassingen van de Geest.

Gemeenschapsopbouw in Suriname

Wij leven in Suriname, een land met vele volkeren, talen, culturen, tradities en religieuze achtergronden. Juist hier kan de Kerk een teken zijn van eenheid in verscheidenheid. Niet omdat wij alle verschillen uitwissen, maar omdat Christus ons dieper verbindt dan onze verschillen ons kunnen scheiden.

De Charismatische Vernieuwing kan in ons bisdom een belangrijke dienst vervullen: mensen terugbrengen tot persoonlijk gebed, liefde voor de Schrift, vreugde in de lofprijzing, openheid voor de kracht van de Geest, aandacht voor bekering, genezing van wonden en hernieuwde missionaire moed. Maar deze gave wordt het meest vruchtbaar wanneer zij ingebed blijft in parochie, bisdom en sacramenteel leven.

Gemeenschapsopbouw vraagt concrete stappen: elkaar groeten, nieuwkomers ontvangen, conflicten verzoenen, jongeren kansen geven, leiders vormen, vrouwen en mannen in hun gaven erkennen, ouderen eren, armen niet vergeten, zieken bezoeken, gezinnen ondersteunen, priesters bemoedigen, parochies dienen en blijven bidden om onderscheiding. De Geest bouwt de Kerk niet alleen op tijdens grote bijeenkomsten, maar ook in kleine daden van trouw.

Een Kerk die leert terwijl zij onderweg is

Aan het einde wil ik terugkeren naar het beeld van de weg. Wij zijn een Kerk op weg. Dat betekent niet dat wij geen waarheid hebben. Christus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Maar wij leren steeds dieper hoe wij die waarheid moeten ontvangen, beleven en verkondigen in de tijd waarin wij leven.

Een Kerk op weg is een Kerk die leert terwijl zij voortgaat. Zij leert door het Woord. Zij leert door gebed. Zij leert door de armen. Zij leert door de heiligen. Zij leert door fouten eerlijk te erkennen. Zij leert door naar de Geest te luisteren. Zij leert ook door met elkaar te spreken, elkaar te verdragen, elkaar te corrigeren en elkaar te bemoedigen.

De Heilige Geest leidt de Kerk. Dat is geen vrome slogan, maar onze hoop. Dezelfde Geest die rustte op Christus, de twijg uit de stronk van Isaï, rust op de Kerk. Dezelfde Geest die de apostelen vervulde met Pinksteren, wil ook ons vervullen. Dezelfde Geest die door de eeuwen heen heiligen heeft gevormd, wil ook in Suriname mannen en vrouwen vormen die geworteld zijn in Christus en gevormd door de Geest.

Slotwoord en gebed

Geliefde broeders en zusters, laat ons dan niet bang zijn voor de weg. Laat ons diep wortelen in Christus. Laat ons ons laten vormen door de Geest. Laat ons luisteren, onderscheiden, dienen en samen optrekken. Laat ons de gaven die wij ontvangen hebben niet voor onszelf houden, maar inzetten voor de opbouw van de gemeenschap. Laat ons nooit vergeten dat de Kerk niet van ons is, maar van Christus; en dat de Geest haar leidt, soms door vuur, soms door stilte, soms door troost, soms door correctie, maar altijd in liefde.

Kom, Heilige Geest. Wortel ons dieper in Christus. Vorm ons naar het hart van de Zoon. Schenk ons wijsheid en inzicht, raad en sterkte, kennis, godsvrucht en eerbied voor de Heer. Leer ons luisteren. Leer ons onderscheiden. Leer ons dienen. Maak van ons bisdom een gemeenschap van geloof, hoop en liefde. Maak van de Charismatische Vernieuwing een vuur dat verwarmt, een licht dat wijst naar Christus, en een dienst die de Kerk opbouwt. Leid ons als Kerk op weg, totdat wij eens samen thuiskomen in het Koninkrijk van de Vader. Amen.



Categorieën:geloof en leven

Tags: , , , ,

Geef een reactie