Portret van Peerke (1)

Mgr. Karel Choennie schreef op verzoek van het Gerardus magazine een portret van Petrus Donders. Dit werd in twee delen gepubliceerd in editie 3 en 4 van 2021. Het blad biedt een brede oriëntatie aan mensen die op zoek zijn naar bezieling en levensoriëntatie. Het Gerardus magazine is de opvolger van het bekende Sint-Gerardusklokje, sinds 1920 het contactblad voor pelgrims naar het bedevaartsoord van Sint-Gerardus Majella in Wittem, Nederland. Wij publiceren het artikel hier in extenso, ook in twee delen.

Districtsjongen
Het Petrus Donders-kleinseminarie in Paramaribo was mijn thuis tijdens de belangrijkste vormingsjaren van mijn leven; ik kwam er als elfjarige en bleef er tot mijn zeventiende. Als seminarist mocht ik naar de prestigieuze Sint-Paschalis mulo van de fraters van Tilburg. Ik had als arme districtsjongen een enorme achterstand bij de seminaristen uit de stad. Veel van het deftige gedoe kende ik niet, zoals met mes en vork eten; het woord ‘servet’ kende ik niet. Dat maakte je in de ogen van de stedelingen extra dom. Ik had een onleesbaar handschrift en haalde diepe onvoldoendes voor dictee. Fietsen kon ik niet en ik moest dus tot ergernis van de oudere jongens bij een van hen achter op de fiets naar school. Herenfietsen waren te groot voor mij; trouwens alles was te groot voor mij. In de studiezaal had ik een veel te groot bureau, helemaal vooraan. Pater Donicie, de directeur, schoof eens een bureaula onder mijn voeten, zodat ze niet hoefden te bungelen.

Heiligverklaring?
We keken recht op een muurschildering van een grote Surinaamse schilder. Een pyaka, een korjaal met een hoogstaande boeg zoals de inheemsen die gebruiken, trotseert met een bolle zeil de woeste golven. Eronder stond ‘Duc in Altum’; woorden van Jezus aan Simon: ‘Vaar het meer op naar diep water’ (Lucas 5,4). Pas veel later drong de betekenis tot me door, toen ik zelf in het diepe was gegooid. Ik werd uitgelachen en geplaagd als ik weer iets niet wist. Bij het uitkiezen van de spelers op het voetbalveld werd ik altijd als laatste gekozen. We kregen boekjes over Petrus Donders te lezen. Ik heb toen alles over hem gelezen wat een tiener kon begrijpen. Het was voor mij een hele troost dat Peerke het ook niet zo best deed op school en ook door de grotere jongens onderuit werd gehaald. Pater Donders was in mijn seminarietijd nog maar ‘eerbiedwaardig’. Elke avond baden we voor zijn zalig- en heiligverklaring. Zijn zaligverklaring kwam pas in 1982. Sindsdien is de heiligverklaring voor mij maar een formaliteit.
Toen ik die tijdens mijn eerste Ad Liminabezoek in Rome ter sprake bracht bij de verantwoordelijke kardinaal, zei hij: ‘O, we hebben er zovelen die dringen om heilig verklaard te worden. Om dat te bewerkstelligen moet u hier iemand hebben die spaghetti eet. Die moet het tot zijn levenswerk maken en zich dag en nacht ervoor inzetten’; en hij wees naar de stapels dossiers voor slechts één heilige.

Vingerwijzing
In het kleinseminarie hing een levensgroot schilderij van het Laatste Avondmaal. De schilder Leo Wong Loi Sing koos voor Jezus en de twaalf apostelen inheemse mannen uit het dorp Galibi. Het schilderij heeft mij altijd geïntrigeerd, omdat we werden aangespoord Petrus Donders, die een grote liefde had voor de inheemse volken, na te volgen. De verhalen over zijn reizen wekten het verlangen om ook ooit over de rivieren het oerwoud in te gaan en de inheemsen over God te spreken. Dat schilderij hangt nu in het bisschopshuis. Het is een meesterwerk, te vergelijken met wat de Nachtwacht is voor Nederland. Het is zijn tijd ver vooruit en stelt de inculturatie van het geloof centraal. We worden geconfronteerd met het moment waarop Jezus zegt: “Eén van jullie zal mij verraden”. De apostelen roepen geschokt en verontwaardigd: “Ben ik het, Heer?” Als tiener intrigeerden mij de inheemsen die ver weg in het oerwoud wonen. Nu, als bisschop, intrigeert mij de vingerwijzing: “Eén van jullie zal mij verraden”. Hebben we met de doop van de inheemse volken God verraden, die reeds onder hen aanwezig was nog vóór de Europeanen het land veroverden, plunderden en een ware genocide aanrichtten?

Het Laatste Avondmaal (Leo Wong Loi Sing)

Kind van zijn tijd
Petrus Donders vermeldt in zijn brieven vaker dat de inheemsen vroeger veel talrijker waren. Hij kon natuurlijk niet vermoeden dat de decimatie van de inheemse bevolking te maken had met de vreemde (griep)virussen die Europeanen meebrachten. We staan voor een immense taak de geschiedenis van Suriname te herschrijven vanuit het oogpunt van de inheemsen en de tot slaaf gemaakte Afrikanen. Het leed van de slaven in Suriname kennen we genoegzaam, maar dat van de inheemsen minder. Zo staat er nergens in onze geschiedenisboeken dat Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk (gouverneur van 1683 tot 1688) na het onderdrukken van een opstand de inheemse dorpen aan de kust van Paramaribo tot de Coppename in brand liet steken en de inheemse mannen die nog levend werden aangetroffen, dood liet knuppelen. Geen wonder dat pater Donders tot diep in de Coppenamerivier moest varen om de inheemsen te ontmoeten. Hij noemt ze ‘vrije menschen’ om ze te onderscheiden van de zwarte slaven en de blanke meesters, maar hij wist waarschijnlijk niet dat zij hun vrijheid duur hadden betaald met hun bloed en door steeds verder het oerwoud in te trekken. Petrus Donders was evenzeer kind van zijn tijd; aanvankelijk beschreef hij de inheemsen als ‘geheel onbeschaafd en nog in de duisternis van het heidendom gedompeld’. Over hun godsdienst en geestelijke leiders had hij geen goed woord. Het heeft ook bij hem een bekering gevraagd voordat hij hen ‘lievelingen’ en ‘mijn arme indianen’ begon te noemen.

Blijven opkomen voor inheemsen
Toch hebben we de gedrevenheid nodig van Petrus Donders om de inheemsen te bereiken waar ze wonen en bij hen te blijven. Tegenwoordig hebben we een ‘bezoekerspastoraat’: even vluchtig een dorp bezoeken en dan snel naar het volgende. Paus Franciscus wil dat priesters bij de inheemsen gaan wonen, hun taal leren en hun voedsel eten. Onlangs zei ik aan de Braziliaanse redemptoristen die de missie voortzetten: “We mogen niet alleen bewonderaars van Petrus Donders zijn, maar moeten vooral navolgers zijn”. Maar geen blinde navolgers. We zullen ons evenzeer moeten afvragen “Ben ik het, Heer, die U zal verraden?” Zullen wij door de inheemsen te dopen, te kleden en te onderwijzen hen niet voor twaalf zilverlingen verraden en uitleveren aan de multinationals en corrupte regeringen? In de geest van Petrus Donders zal de Kerk voor hen moeten blijven opkomen, maar nu met inzichten van pauselijke documenten als Laudato Si en Querida Amazonia.

Karel Choennie
bisschop van Paramaribo



Categorieën:geloof en leven, petrus donders

Tags: , , , ,

1 reply

  1. Heel duidelijk.
    Voor mij is er nu meer duidelijkheid.
    Goed idee dat priesters bij de Indianen gaan wonen.
    Dit wordt: Bid en werk.
    Hartelijk dank.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: