Leefbaar Suriname

Albina: Mijn hart bloedt

Albina, gelegen aan de Marowijnerivier tegenover Saint-Laurent-du-Maroni in Frans-Guyana, is een van de bekendste grensplaatsen van Suriname. Het stadje werd in 1846 gesticht door de Duitse ex-militair August Kappler en groeide in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot een belangrijk steunpunt voor handel, bestuur en verkeer naar het binnenland. Door de goudwinning in het Lawagebied kreeg Albina economische betekenis, en later werd het ook bekend als rustige badplaats en doorgangsplaats tussen Suriname en Frans-Guyana.

Foto: Stichting Surinaams Museum. Zicht op de waterkant van Albina, met de katholieke kerk en het oude klooster als herkenbare bakens in het stadsbeeld.

Die geschiedenis kreeg een gruwelijke wending tijdens de Binnenlandse Oorlog van 1986 tot 1992. Albina lag in het centrum van het geweld tussen het Nationaal Leger en het Jungle Commando. Grote delen van het stadje werden geplunderd, verwoest en in brand gestoken. Vrijwel alle gebouwen liepen schade op of gingen verloren, scholen sloten, overheidsdiensten vielen stil en veel inwoners sloegen op de vlucht naar Frans-Guyana.

In die periode speelde de katholieke kerk een belangrijke humanitaire rol. Zuster Gerda Van Dooren, een Belgische rooms-katholieke zuster die sinds 1974 in Suriname werkte, woonde en werkte tot november 1986 in Albina. Toen de oorlog het stadje ontwrichtte, vluchtte zij samen met duizenden voornamelijk marronbewoners naar Saint-Laurent-du-Maroni. Daar zette zij zich in voor opvang, huisvesting en bemiddeling tussen de vluchtelingen en de Frans-Guyanese autoriteiten. Haar werk werd later erkend met een hoge marrononderscheiding.

Ook het katholieke erfgoed van Albina werd zwaar getroffen. De historische rooms-katholieke kerk, die al rond 1900 vanaf de Marowijnerivier werd gefotografeerd en een markant onderdeel van het stadsbeeld vormde, ging verloren in de periode van verwoesting en brand. Daarmee verdween niet alleen een kerkgebouw, maar ook een belangrijk herkenningspunt van Albina’s religieuze en sociale geschiedenis.

Na de oorlog begon langzaam de wederopbouw, maar Albina heeft zijn vroegere uitstraling nooit volledig teruggekregen. Integendeel: vandaag lijkt het stadje opnieuw te worden prijsgegeven, ditmaal niet aan oorlogsgeweld maar aan bestuurlijke onverschilligheid, verloedering en een schrijnend gebrek aan orde. Het strand en de omgeving aan de rivier, ooit de meest idyllische plekken van Albina, zijn veranderd in een rommelige en onhygiënische marktzone. Standhouders, informele handelaren en hosselaars hebben de openbare ruimte vrijwel volledig in bezit genomen. Het lijkt alsof deze chaos niet alleen wordt gedoogd, maar zelfs in stand wordt gehouden door degenen die er dagelijks voordeel uit halen.

Een pijnlijk voorbeeld van deze achteruitgang is de sluiting van de katholieke St. Gerardusschool, vaak in verband gebracht met de lange katholieke onderwijstraditie in Albina. Na meer dan een eeuw onderwijs kwam de school herhaaldelijk in problemen door wateroverlast. Door gebrekkige ontwatering en problemen bij sluizen en terugslagkleppen kan rivierwater van de Marowijne bij springvloed de stad binnendringen. Schoolerven, woningen en lokalen kwamen meermaals onder water te staan, waardoor onderwijs geven onverantwoord werd.

De huidige situatie wijst op een ernstige bestuurlijke crisis. Er ontbreekt iedere zichtbare vorm van law and order. Auto’s worden naar willekeur geparkeerd, afval blijft liggen, modder en rivierwater bedreigen de volksgezondheid en de openbare ruimte wordt behandeld alsof zij niemands verantwoordelijkheid is. De politie oogt machteloos en het landsbestuur grijpt onvoldoende in. Juist die laksheid van de overheid, nu al meer dan dertig jaar na de oorlog, maakt de toestand onaanvaardbaar: waar handhaving, sanering en ruimtelijke ordening nodig zijn, overheersen uitstel, wegkijken en bestuurlijke afwezigheid.

Busy pirate harbor with ships, smugglers, fights, taverns, and signs reading No Rules, Smuggler's Cove, Open 24/7, Illegal Goods, and Avast Ye
Een klein beetje overdreven

Albina blijft daardoor een plaats met een indrukwekkende maar gekwetste geschiedenis: gesticht als grenspost, gegroeid door handel en goud, verwoest door oorlog, geholpen door mensen van kerk en gemeenschap, maar vandaag opnieuw vernederd door wanbeheer. Wie Albina werkelijk recht wil doen, kan niet volstaan met nostalgie of mooie plannen. Er is daadkracht nodig: herstel van orde, bescherming van historische plekken, behoorlijke hygiëne, veilig waterbeheer en een overheid die zichtbaar kiest voor het algemeen belang in plaats van de verloedering te laten voortwoekeren.



Categorieën:geloof en leven

Plaats een reactie