Leefbaar Suriname

De heilige koe op vier wielen

Suriname wordt straks rijk van olie, zegt men. Dat is mooi nieuws. Dan kunnen wij misschien eindelijk benzine betalen om nóg langer in de file te staan. Want laten wij eerlijk zijn: rijkdom is prachtig, maar zonder verkeersfatsoen blijft een land niet veel meer dan een dure parkeerplaats met een vlag.

In Paramaribo is autorijden geen vervoermiddel meer, maar een karaktertest. Wegen die vermoedelijk zijn ontworpen toen de ezelkar nog vooruitgang heette, moeten vandaag terreinwagens verwerken die groter lijken dan sommige woningen. Het ministerie van Openbare Werken en Verkeer zou zich eerlijker kunnen hernoemen tot Ministerie van Stilstand, Omwegen en Geduldstraining. Wij gaan niet meer naar het werk; wij worden langzaam gaar gestoofd tussen uitlaatgas en toeterconcert.

De fietser is inmiddels een zeldzame verschijning geworden, ergens tussen bedreigde diersoort en circusartiest. Wie fietst, moet laveren tussen putten, geparkeerde auto’s, open goten en bestuurders die denken dat een fietser vooral decoratie is. De voetganger staat nog lager in de verkeersrangorde. Die krijgt het trottoir alleen te leen als er toevallig geen auto op staat te pronken alsof hij net uit de showroom van koning Auto komt.

Ritsen? Dat woord kennen wij vooral van kleding. Op straat verandert de vriendelijke kerkganger van zondag op maandag in een bumperklevende straatgeneraal. Eén meter ruimte geven? Liever drie weesgegroetjes en een kras op de lak. Bij scholen zien wij het mooiste toneel: ouders zetten hun auto dubbel, scheef of midden op de weg, doen de alarmlichten aan en menen daarmee een pauselijke aflaat voor verkeershinder te hebben ontvangen. Het kind leert meteen: naastenliefde geldt vooral zolang de naaste achter je staat te wachten.

Ondertussen schieten bromfietsen, e-bikes en auto’s links, rechts en soms op goddelijke inspiratie voorbij. Verkeersborden ontbreken geregeld, belijning lijkt soms moderne kunst en handhaving verschijnt vaak pas nadat het kwaad al netjes is doorgereden. De zwakste weggebruiker betaalt de rekening. Daarna vragen wij verbaasd waarom niemand meer wil lopen of fietsen. Misschien omdat niemand graag als verkeersoffer in het avondnieuws eindigt.

Toch hoeft de redding niet uit de olieput te komen. Zij kan beginnen met gezond verstand. Afstanden onder de vijf kilometer? Lopen. Tussen vijf en tien kilometer? Pak de fiets, maar geef fietsers dan ook echte ruimte in plaats van een parcours voor doodsverachting. Gaat het om een langere afstand? Neem vaker de bus. En regering, doe eens iets werkelijk revolutionairs: maak busbanen. Dan hoeft de bus niet in dezelfde file te verouderen of als stuntvoertuig via het fietspad links in te halen. Minder heilige koe op vier wielen, meer menselijkheid op straat. Dat zou pas vooruitgang zijn. Bij Omhoog noemen wij dat geen wonder; wij noemen het beschaving.



Categorieën:geloof en leven

Plaats een reactie