Achtergrond van de eerste lezing (Jeremia 20: 7-9)
De profeet Jeremia leefde in een zeer woelige tijd voor geheel het Midden-Oosten. De machtige legers van de Babyloniërs hadden al grote delen van dat gebied onder de voet gelopen en bedreigden nu ook het koninkrijk Juda. Jeremia klaagde de religieuze onverschilligheid aan van vele Israelieten, maar vooral het beleid en het morele verval van de koning te Jeruzalem en zijn adviseurs. Hierdoor kreeg Jeremia veel vijandigheid, veel weerstand en tegenwerking te verduren. Maar de onbekwame koning Sidkia luisterde niet naar Jeremia’s woorden. De Babylonische legers sloegen genadeloos toe. Zij plunderden en verwoestten Jeruzalem. Zo kwamen Jeremia’s profetische voorspellingen helaas uit.
In het gedeelte dat we vandaag in de eerste lezing horen, beklaagt Jeremia zich bij God erover hoe zwaar hem deze roeping tot profeet viel. Hij moest in deze gespannen tijden steeds weer oproepen tot bekering en tot terugkeer naar de waarden en normen van Gods verbond. Velen in de samenleving namen hem dat kwalijk. Toch wist Jeremia dat het zijn roeping als geestelijk leider was, om op deze zaken te wijzen.
Eerste lezing: Jeremia 20: 7-9
De profeet Jeremia bad als volgt: “Heer God, Gij hebt mij verleid, ik ben bezweken; Gij waart mij te sterk, ik kan niet tegen U op. De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, “geweld en onderdrukking” roepen. Het woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad. Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in Zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt me niet”.
Tussenzang: Psalm 63
Refrein: NAAR U DORST MIJN ZIEL, HEER, EN HUNKERT MIJN HART.
1. God, mijn God, zijt Gij,
ik zoek U met groot verlangen.
Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart,
als dorre akkers naar regen.
2. Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,
beschouw ik Uw macht en Uw glorie.
Meer waard dan het leven is mij Uw genade,
mijn mond verkondigt Uw lof.
3. Ik zal U prijzen zolang ik leef,
mijn handen uitstrekken naar U.
Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,
Mijn mond zal U jubelend danken.
4. Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,
ik koester mij onder Uw vleugels.
Met heel mijn hart houd ik vast aan U,
het is Uw hand die mij steunt.
Achtergrond van de tweede lezing (Romeinen 12: 1-2)
Paulus maakt duidelijk wat het is, dat God eigenlijk van de mens wilt. Nog veel meer dan de offers van lammeren en runderen die werden opgedragen in de tempel van Jeruzalem, wilt God van de mens het geestelijke offer van een gelovig hart, dat streeft naar integriteit en eerlijkheid.
Tweede lezing: Romeinen 12: 1-2
Broeders en zusters, ik smeek u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan God toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.
Achtergrond van de evangelielezing: (Matteüs 16: 21-27)
We vervolgen vandaag de evangeliepassage die we vorige week zondag begonnen. Jezus had de apostelen gevraagd: “Wie zeggen jullie dat Ik ben?” Simon Petrus had geantwoord: “Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God”. Jezus leert de apostelen nu dat Zijn weg als Gods Messias Hem veel lijden en een gewelddadige dood zal brengen, maar dat Hij op de derde dag zal verrijzen. Petrus protesteert geschrokken, maar streng roept Jezus Petrus op tot een nog dieper geloof dat zich steeds meer laat leiden door wat God wil. Jezus voorzegt dat volgeling van Hem zijn, ook inhoudt trouw te blijven aan de Heer in moeilijke tijden of situaties.
Evangelie: Matteüs 16: 21-27
In die tijd begon Jezus Zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn, op de derde dag zou verrijzen. Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen !” Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want je laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil”. En daarna tot Zijn leerlingen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn eigen leven? Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, vergezeld van Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden”.
Overweging:
Deze evangelielezing is het tweede deel van het verhaal dat vorige week zondag begon. Toen hoorden we hoe Simon Petrus door Jezus werd aangesteld om na Zijn kruisdood, verrijzenis en hemelvaart, de Kerk te leiden. Jezus maakte Simon Petrus tot de Rots waarop Hij de Kerk zal bouwen, tot de leider die met geestelijk gezag de Kerk zal leiden, die zal binden en ontbinden, en hierin zal de Heilige Geest hem bijstaan. Petrus heeft dit inderdaad ook zo mogen ervaren. Eerst heeft hij de jonge Kerk enkele jaren vanuit Jeruzalem geleid, maar toen de hevige vervolgingen tegen de Kerk begonnen, verhuisde hij voor enige tijd naar de stad Antiochíë in Syrië. Daarna is Petrus naar Rome gegaan. Daar heeft hij verder als de eerste bisschop van Rome leiding gegeven aan de Kerk. Toen keizer Nero de christenen gewelddadig begon te vervolgen, hebben Romeinse soldaten Petrus weten op te sporen. Samen met een grote groep andere gelovigen werd hij in het jaar 67 ondersteboven gekruisigd in een groot openluchtstadion in Rome.
De jonge Kerk koos toen Linus als tweede bisschop van Rome. Linus was een trouwe medewerker van Petrus en wordt genoemd in de slotgroet van Paulus’ tweede brief aan Timotheüs. De vervolgingen tegen de Kerk door de Romeinen gingen heftig door en ook Linus moest ervaren wat Jezus in het evangelie van vandaag tegen Petrus zei: “Wie Mijn leerling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden”.
Na de marteldood van Linus, werd Anacletus gekozen tot de derde bisschop van Rome en na hem Clemens. En zo wordt het geestelijke leiderschap van de Kerk nu al meer dan tweeduizend jaar lang doorgegeven door de opeenvolging van de pausen. Zij waken, met de bijstand van de Heilige Geest, over de verkondiging van de ware leer van Christus en geven leiding aan de Kerk, ook als er soms moeilijke beslissingen moeten worden genomen of als er vervolgingen zijn.
Geestelijk leider zijn is lang niet altijd gemakkelijk. Ook de profeet Jeremia sprak daarover in de eerste lezing: “Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in Zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente”.
De geestelijke herder zal geregeld mensen moeten herinneren aan de waarden en normen van het geloof, en moeten spreken als er ernstige zaken zijn die niet juist zijn. Soms zullen er mensen zijn die dat niet prettig vinden, die dan de geestelijke leiders aanvallen en hen toeroepen dat zij zich niet moeten bemoeien met hun zaken maar zich moeten bezighouden met het geestelijke.
We hoorden in het evangelie van vandaag dat Jezus de apostelen vertelden dat Hij als Gods Messias veel zou moeten lijden en een gewelddadige dood zou sterven. Petrus vond dat maar moeilijk om aan te horen. “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!” Maar Jezus antwoordde Petrus met ongewone strengheid: “Ga weg satan, terug! Je laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil”. Jezus is streng tegen Petrus omdat hier eigenlijk alles op het spel staat. Gods wil is onlosmakelijk verbonden met Gods liefde voor de mens en voor heel de schepping, maar ook met Gods liefde voor waarheid en recht. Jezus was streng tegen Petrus omdat het willen vermijden van lijden, nooit ten koste mag gaan van het leven naar de wil van God. Petrus en zijn opvolgers de pausen, en wij allemaal, moeten leren dat leerling van Jezus zijn geregeld zal inhouden bereid te zijn om het kruis op te nemen en Hem te volgen. Jezus wilt geen “part-time christenen”, geen christenen die alleen maar uit traditie christen zijn, maar voor wie het christen-zijn eigenlijk amper een werkelijke rol speelt in hun dagelijks leven, in hun zaken doen, en in hun levenswandel. Nee, Jezus wilt overtuigde christenen! Hij wilt mensen die zich één maken met Zijn passie voor waarheid en oprechtheid.
Laten wij daarom Christenen zijn met passie. Het woord ‘passie’ heeft in het Latijn twee betekenissen: “hartstocht” en “lijden”. Die eerste betekenis, Christen zijn met passie, met hartstocht, inspireert ons om een diep innerlijk verlangen te ontwikkelen om Jezus te kennen, Hem te volgen en Hem en de Vader te dienen. Maar het woord “passie” betekent in het Latijn dus ook ‘lijden”. Deze tweede betekenis herinnert ons aan Jezus’ woorden uit het evangelie van vandaag om moedig te durven te kiezen wanneer dat nodig is voor de waarden en normen van het geloof. Ook als wij daardoor tegenwerking of afwijzing, of soms zelfs vervolging, te verduren krijgen.
Christenen zijn met passie: dat betekent om net als Jeremia moedig te zijn en wel vanuit een trouwe liefde voor God, een liefde die je niet meer loslaat. Het betekent om net als Petrus, ondanks alle menselijke tekortkomingen, mee te helpen aan de opbouw van de Kerk. Christenen zijn met passie wilt zeggen: passie voor het gebed en de liturgie; passie voor het huwelijk en het gezinsleven; passie voor een rechtvaardige maatschappij en een cultuur van respect; passie voor ons gezamenlijk huis van de schepping.
Het is mijn gebed, dat de Heilige Geest ons allen moge bezielen tot een doorleefd geloof en ons moge sterken tot bewust Christenen met een diepe liefde voor God en een oprechte passie voor de medemens.
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie