Achtergrond van de eerste lezing (Jesaja 55: 1-3)
In hoofdstuk 55 van het boek Jesaja, richt Gods profeet zich tot de joodse ballingen in Babylonië, die daar in armoede en uitzichtloze toestanden leefden. God laat door Zijn profeet woorden weerklinken die diep spreken over Gods eeuwige liefde voor Zijn volk, een vergevende liefde die niet langer terugkijkt naar de vroegere ontrouw van vele Israelieten aan Gods verbond. In Zijn barmhartigheid zal God hen in hun geestelijke en materiële armoede voeden en te drinken geven, en hen zo weer de hoop en de vreugde teruggeven.
Eerste lezing Jesaja 55: 1-3
Zo spreekt God de Heer: “Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch. Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt? Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven”.
Tussenzang: Psalm 145
REFREIN: Gij opent uw hand, Heer, en zegent ons.
1. De Heer is vol liefde en medelijden,
lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens,
barmhartig voor al wat Hij maakte.
2. De ogen van allen zien hoopvol naar U,
Gij geeft hun te rechter tijd spijs.
Gij opent uw hand voor alles wat leeft,
voldoet aan al hun verlangens.
3. De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.
Achtergrond van de tweede lezing: (Romeinen 8: 35. 37-39)
In de tweede lezing luisteren we naar een krachtige uiting van Paulus’ geloof en hoop: in Jezus Christus heeft God ons alles gegeven. En niets zal ons ooit van die liefde kunnen scheiden.
Tweede lezing: Romeinen 8: 35. 37-39
Broeders en zusters, wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard ? Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen, noch boze geesten, noch wat is noch wat zal zijn, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.
Achtergrond van de evangelielezing: (Matteüs 14: 13-21)
Matteüs verkondigt ons het bijzondere wonder van de vermenigvuldiging van vijf broden en twee vissen, waarmee Jezus een grote menigte voedt. Daar waar mensen zich laten leiden door Jezus, en in beweging komen door het mysterie van Zijn goddelijke liefde, daar gebeuren er wonderlijke dingen, daar wordt steeds weer leven en vreugde geboren.
Evangelie: Matteüs 14: 13-21
In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn. Maar het volk kwam dit te weten en zij gingen Hem vanuit hun steden te voet achterna. Toen Hij bij Zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen Zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen”. “Het is niet nodig dat zij weggaan”, zei Jezus hun, “geeft gij hun maar te eten”. Doch zij antwoordden: “Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen”. Waarop Jezus sprak: “Brengt die dan hier”. En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Overweging
Deze evangelielezing begint met de opmerking: “In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn”. Wanneer wij lezen wat er in het evangelie van Matteüs aan deze passage vooraf ging, zullen we gelijk merken dat Jezus diepe redenen had om zich terug te trekken naar een eenzame plek. We lezen namelijk over hoe Johannes de Doper in de gevangenis gezet was omdat hij steeds weer koning Herodes erop gewezen had dat hij de waarden en normen van het geloof op ernstige wijze bleef overtreden. Enige tijd daarna had koning Herodes, op aandringen van zijn vrouw, Johannes laten onthoofden. We lezen dan in vers 12, dat direct vooraf gaat aan onze passage: “Johannes’ leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het. Daarna gingen zij het aan Jezus melden”.
Nu we dit weten, begrijpen we direct veel beter dat Jezus, toen hij dit akelige nieuws kreeg, zich terugtrok naar een eenzame plek om alleen te zijn. Hij besefte namelijk heel goed, dat deze gewelddadige executie van Johannes de Doper ook voor Hem consequenties zal hebben. Het kwam nu veel dichterbij dat ook Hij niet op oude rijpe leeftijd een vredige dood zal sterven met de kring van Zijn geliefden rondom Zijn bed. Nee, ook Hem staat net als Johannes de Doper een gewelddadige dood te wachten. Hij zal een lijdende Messias moeten zijn, een Herder die Zijn leven zal moeten geven voor Zijn schapen. Jezus zoekt daarom de stilte en de eenzaamheid op, om Zich daar in het gebed te verenigen met Zijn Vader in de hemel.
Wanneer Jezus dan uit die eenzame plek terugkomt, ziet Hij al die mensen die Hem zoeken, die Hem te voet achterna gekomen zijn, met hun zieken en lijdenden, met hun innerlijke honger naar Gods Woord. Hij gaat naar hen toe vanuit een diepe compassie voor hen. Hij vereenzelvigt zich met hun noden en hun armoede, maar nog meer met hun geestelijke armoede, hun zoeken naar betekenis en naar antwoorden op hun levensvragen. Zo is Christus nog steeds. Ook nu blijft Hij ons voeden en wel op twee wijzen: Hij voedt ons met de geestelijke voeding van Zijn Woord en levensvoorbeeld, en Hij voedt ons met de Eucharistie.
Jezus spreekt tot ons Zijn Woord en toont ons het voorbeeld van Zijn leven. Elk van ons is geroepen om Hem na te volgen in Zijn bewogenheid met anderen om ons heen. Misschien zijn dan dit enkele vragen voor onze meditatie: Wat voor een soort Kerkgemeenschap wilt God dat wij in de wereld zijn? Hoe maken wij een verschil uit in de samenleving? We zullen zeker antwoorden vinden in het levensvoorbeeld van Jezus: ons laten raken door de zorgen van concrete medemensen in nood. Dat wij ons laten inspireren om ons in te zetten voor anderen, bijvoorbeeld voor het kerkelijk werk, of tot inzet voor goede initiatieven in de samenleving. En dan niet omwille van applaus of aanzien, ook niet omwille van de pater, de diaken, de bisschop of de buitenwacht, neen, gewoon vanuit een innerlijk geraakt zijn door de liefde van God.
Jezus laat ons in dit evangelie zien dat liefde geven, vreugde brengt en voldoening. Kijk maar wat er gebeurt wanneer de apostelen naar Hem toekomen met de opmerking: “Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuurt u het volk liever weg om in de dorpen eten te gaan kopen”. Het antwoord van Jezus aan de apostelen is dan: “Geven jullie hun maar te eten”. Jezus roept de apostelen op, en Hij roept elk van ons op, om actief te zijn, om een missionaire bewogen kerkgemeenschap te zijn, om geraakte individuen te zijn die niet alleen aan zichzelf denken maar die steeds weer ontdekken hoeveel vreugde en nieuw leven geboren wordt waar je je echt inzet en je laat raken door de medemens, door je omgeving, door het milieu.
Jezus voedt ons daarnaast ook met de Eucharistie, waarvan dit wonder van de broodvermenigvuldiging een voorafbeelding is. In elke Eucharistie nodigt Jezus ons uit tot een persoonlijke ontmoeting met Hem. In de Eucharistie maakt Hij de verlossing van Zijn kruisdood tegenwoordig. Jezus’ kruisdood is het hoogste offer dat ooit gebracht is voor de mensen: “Dit is Mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt..dit is Mijn bloed dat voor u en voor velen wordt vergoten tot vergeving van de zonden”. Toen Jezus zich in de stilte had teruggetrokken na de marteldood van Johannes de Doper, wist Hij dat Hij zichzelf, nog veel meer als Johannes, zal moeten geven als een offer van verlossing. Heel bewust geeft Jezus, Gods eniggeboren Zoon, zich aan het kruis als het Paaslam, opdat wij mensen, van de slavernij van zonde en kwaad het pasen binnen kunnen gaan van vrijheid en eeuwig leven.
De Eucharistie is de persoonlijke ontmoeting met Christus de levende Heer. De Eucharistie is onderdeel van Zijn liefde die vrij maakt en die het leven nieuw maakt. De Eucharistie verbindt ons met Hem waarvan Paulus in de tweede lezing zegt: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die ons heeft liefgehad”.
Dus wat voor een soort Kerkgemeenschap wilt God dat wij in de wereld zijn? Hoe maken wij een verschil uit in de samenleving? Door een kerkgemeenschap te zijn die zich persoonlijk verbindt met Jezus, die zich laat voeden door Hem in de Eucharistie en daar aandachtig luistert naar het Woord, omdat wij in dat Woord de krachtige visie horen van Gods Rijk. In dat Woord leren wij God waarlijk kennen. Wij laten ons voeden in de Eucharistie door de genade en de verlossende kracht van het Misoffer, dat het offer van het kruis opdraagt voor alle mensen, waar ook ter wereld. Het is het offer van de Goede Herder die Zijn leven voor ons gegeven heeft, om ons om te vormen tot mensen waar iets van uitgaat, tot mensen van inzet en trouwe goedheid, tot mensen die zout der aarde zijn.
Besluiten wij deze overweging door de woorden uit de eerste lezing van de profeet Jesaja te beluisteren als een profetie die waar wordt in Christus de Heer: “Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neig uw oor en komt naar Mij, en luistert en gij zult leven”.
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie