Achtergrond van de eerste lezing (Exodus 19: 2-6a)
Het boek Exodus vertelt over de Uittocht uit Egypte. Door vele tekenen en wonderen laat God zien hoezeer Hij met betrokkenheid bezig blijft met de mens. Het lijden en zwoegen, de vernederingen van de slavernij en het menselijk onrecht gaan Hem nauw aan het hart. Om zich te openbaren als God, zal Hij over vele eeuwen een bijzondere relatie aangaan met één volk, Israël. Het was Gods bedoeling dat Israël over de tijd met de andere volkeren der aarde zal delen wat zij geleerd hebben over God, over Zijn visie en kijk op het leven, en over de geboden en leefregels waarmee de mensheid gestalte zal geven aan die visie. Dat is de uiteindelijke reden waarom zij God op bijzondere wijze toebehoren als een priesterlijk volk.
Eerste lezing: (Exodus 19: 2-6a)
In die dagen kwamen de Israelieten in de Sinaïwoestijn waar zij dicht bij de berg hun kamp opsloegen. Mozes ging de berg op, naar God. Toen hij boven was, sprak de Heer hem daar aan en zei: “Dit moet gij zeggen tot het huis van Jakob en doen weten aan de zonen van Israël: Met eigen ogen hebben jullie gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, hoe ik jullie op arendsvleugelen gedragen en hier bij Mij gebracht heb. Als jullie aan mijn woord gehoorzamen en mijn verbond onderhouden, dan zullen jullie -hoewel de hele aarde Mij toebehoort- van alle volken op bijzondere wijze mijn eigendom zijn. Jullie zullen mijn priesterlijk koninkrijk en mijn heilig volk zijn.
Tussenzang: Psalm 100
Refrein: WIJ ZIJN GODS KUDDE EN ZIJN VOLK.
1. Juicht voor de Heer, alle landen,
dient met blijdschap de Heer.
Treedt onbezorgd voor Zijn Aanschijn;
Waarlijk! De Heer is God.
2. Hij is de Schepper en Meester,
wij Zijn kudde en volk.
Zegent Zijn Naam en eert Hem,
Hij is ons goed gezind.
3. Eindeloos is Zijn erbarmen,
trouw van geslacht op geslacht.
Eer aan de Vader, de Zoon en de Geest,
van nu af tot in eeuwigheid. Amen.
Achtergrond van de tweede lezing: (Romeinen 5: 6-11)
Paulus leert in zijn brief aan de Romeinen dat met de komst van Jezus de tijd aangebroken is dat Gods verlossingsplan niet langer alleen op Israël gericht is, maar dat Christus het Licht voor alle volkeren der aarde is. Alle mensen zijn kinderen van de ene God. Jezus zal daarom voor heel de menseid door Zijn lijden en kruisdood de machten der duisternis overwinnen. Voor alle volkeren brengt Hij door Zijn bloed de verzoening van onze zonden. Het kruisoffer is daarom Jezus’ zelfgave aan de Vader waarmee Hij voor heel de mensheid een nieuw en altijddurend verbond sluit.
Tweede lezing: Romeinen 5: 6-11
Broeders en zusters, Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. Niet licht zal iemand zijn leven geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. God echter bewijst Zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, dank zij Hem ontkomen aan de toorn. Toen wij vijanden waren, zijn wij met Goed verzoend door de dood van Zijn Zoon; des te zekerder zullen wij, eenmaal verzoend, gered worden door Zijn leven. En dat niet alleen: nu reeds juichen wij in God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.
Achtergrond van de evangelielezing: (Matteüs 9: 36 – 10: 8)
De evangelielezing van deze zondag is genomen uit een hoofdstuk van het Matteüsevangelie dat zich sterk richt op de missie die Jezus Zijn leerlingen meegeeft. De brede kring van leerlingen wordt door Hem uitgezonden om de Blijde Boodschap van Gods barmhartigheid te verkondigen en om mensen te zijn in wie het Woord werkzaam is. Uit die brede groep van leerlingen kiest Jezus dan de twaalf apostelen uit als de leidinggevende kern die na Zijn dood en verrijzenis Zijn werk zal voortzetten. De apostelen zullen leiding geven aan de jonge Kerk en aan de verkondiging van het evangelie. Een paar van de twaalf apostelen waren al vanaf het eerste uur bij Jezus geweest, terwijl anderen pas later door Jezus geroepen waren Hem te volgen. Zij hebben allen de missie om Gods genade in Christus heel krachtig zichtbaar en ervaarbaar te maken voor iedereen.
Evangelielezing: Matteüs 9: 36 – 10: 8
In die tijd werd Jezus bij het zien van die menigte mensen door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot Zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.’ Hij riep Zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste, Simon die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas; Jakobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon de Ijveraar en Judas Iskariot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: ‘Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.
Overweging
In deze overweging wil ik met u over de lezingen van deze zondag nadenken rond het thema dat echt een beroemd beeld is dat Paus Franciscus zaliger heel vaak genoemd heeft: “De Kerk, het veldhospitaal van barmhartigheid”.
Het beeld van de Kerk als een veldhospitaal zal velen van u bekend zijn. Wij zien allemaal wat er in de wereld aan menselijk verdriet, onrecht en lijden gaande is en hoe hard we vaak met elkaar omgaan. Juist daarom wilt Jezus ons ook in deze tijd nog steeds op diezelfde missie zenden die Hij eens meegaf aan de apostelen en de jonge Kerk. De Heer wilt ons hart inspireren om niet alleen geïnteresseerd te zijn in carrière maken of in materiele welvaart, maar om ons heel diep te laten raken door de zorgen van de wereld.
Dit is de kern van het bijbelse begrip “barmhartigheid”: barmhartigheid gaat over het zien van wat er om je heen gebeurt in de levens van medemensen, je erdoor te laten raken en dan te kijken of je concreet iets voor hen kunt betekenen. We zien hoe Jezus in het evangelie ons allen juist die opdracht tot barmhartigheid en actieve betrokkenheid meegeeft: “Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit”. Wanneer wij ons steeds weer bezinnen op Gods liefde en Zijn onverdiende barmhartigheid jegens elk van ons, dan vinden wij daarin de inspiratie en de kracht om over onze eigen directe belangen en interessen uit te stijgen en mensen te worden van actieve barmhartigheid.
Er is zoveel dat wij telkens weer ontvangen van God: de vergeving die ons steeds weer nieuwe kansen geeft, de talenten die Hij ons meegeeft, de gave van het leven, de vredelievende mensen die wij mogen ontmoeten, de kleuren en de verscheidenheid van de natuur, het wonderbaarlijke van het zien, het horen en het proeven. Maar toch blijft een heel bijzonder talent dat van de barmhartigheid voor mensen en situaties. Jezus wilt ons bewust maken van het vele dat wij van God ontvangen. Dan koppelt Hij er de opdracht aan om actief te zijn door de inspiratie van ons geloof. Steeds meer beweegt de Heilige Geest ons dan ertoe, om iets bij te dragen aan deze missie van de Kerk om te zijn als een veldhospitaal van barmhartigheid.
“De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig”: dat is Jezus’ oproep aan ons allemaal om een Kerk te zijn die midden in de samenleving staat. Iedereen is geroepen om daartoe bij te dragen. Hij wilt ons vormen door de wijsheid en de inzichten van Zijn Woord: “Voor niets hebt je ontvangen, voor niets moet je geven”. Met andere woorden: handelt en spreekt vanuit Gods grote goedheid die over ons waakt, ons vergeeft, ons zegent en ons in moeilijke ervaringen kracht geeft en ons daardoor sterker en wijzer maakt.
Toen Jezus vanuit die grote groep leerlingen er twaalf uitkoos voor leiderschap in de jonge Kerk, sprak Hij niet over positie en prestige. Hij wilde ook niet dat de apostelen zouden gaan verlangen naar het uitoefenen van invloed of de baas spelen over anderen. Echt leiderschap moet op de eerste plaats een voorbeeld zijn van de betrokkenheid en de barmhartigheid van Jezus zelf.
Wanneer Gods Woord ons denken als Kerkgemeenschap vormt, dan voelen wij aan dat priesterzijn, bisschopzijn, diakenzijn niet alleen mag gaan over de liturgie of over mooie gewaden en correcte liturgische regels. Nee, bisschoppen, priesters en diakens moeten de gehele kerkgemeenschap door hun eigen manier van leven inspireren om missionaire disciplen van Jezus te zijn. Hun leiderschap moet de Kerk stimuleren om dat veldhospitaal van barmhartigheid te zijn: een geloofsgemeenschap die betrokken is bij de zorgen van mensen en daar Gods bevrijdende goedheid verkondigt. Zo getuigen wij allemaal van ons vertrouwen op Jezus, ieder weer op zijn of haar eigen plekje in de samenleving. Bij ons doopsel heeft Hij in elk van ons de kracht van de Heilige Geest gelegd. Gedoopt zijn is daarom een zending. Ons doopsel geeft ons een missie mee die het evangelie van deze zondag heel pakkend verwoordt: “Hij riep Zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen”.
Dan wordt het ook duidelijk dat wij een synodale Kerk moeten zijn. Een synodale Kerk wilt zeggen: een Kerk waar wij met aandacht naar elkaar luisteren en zo beter zicht krijgen op waar de Heilige Geest ons op wijst. Het wilt zeggen: een Kerk zijn waar allen zich inzetten, elk op eigen wijze en naar eigen kunnen. Het wilt zeggen: een Kerk, die het veldhospitaal van barmhartigheid is.
Laat ons de Heer bidden dat Hij ons allen hiertoe steeds weer bezielt met Zijn Heilige Geest, want het is niet vanzelfsprekend om zo Kerk te zijn. Maar Hij die Zijn apostelen dit ideaal heeft meegegeven, zal ons ook steeds weer de kracht en de inspiratie geven om op deze wijze ook in onze tijd en in onze maatschappij het evangelie van Gods barmhartigheid te laten weerklinken.
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie