Commentaar op de lezingen van het Hoogfeest van Sacramentsdag 2026 (Jaar A) door pater Esteban Kross

Lieve vrienden, wij condoleren elkaar rond het heengaan van onze Bisschop-emeritus Mgr. Wilhelmus de Bekker. Dat hij nu mag binnengaan in de genade, de vreugde en de eeuwigheid van de Heer.

Achtergrond van de eerste lezing (Deuteronomium 8: 2-3. 14b-16a)

De liturgie van Sacramentsdag viert de gave van de H.Eucharistie. Hierbij neemt de Kerk in jaar A een tekst uit het Oude Testament over de gave van het manna. In de woestijnjaren was dit korrelachtige zoete manna heel belangrijk geweest voor de Israelieten. Het had hun bemoedigd en innerlijk gesterkt om ondanks de moeilijke omstandigheden van de woestijn, te blijven vertrouwen op God. De tegenslagen en beproevingen in die veertig jaren woestijn leerden hen wat geloof ten diepste is. Het manna was daarbij een troostende gave geweest die hen, net als het water uit de rots, steeds weer herinnerde aan de verborgen aanwezigheid van God. Daarom dat ze het manna ‘brood uit de hemel’ noemde: ze ervaarden het als iets dat uiteindelijk door God zelf gegeven is. Hij gaf hen steeds weer kracht om vol te houden in het geloof, om creatief te blijven in de goedheid naar elkaar toe, en om zich te laten voeden en vormen door elk woord dat voortkomt uit Gods mond.

Eerste lezing: (Deuteronomium 8: 2-3. 14b-16a)

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaren, die de Heer uw God U in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft U toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of ge zijn geboden zoudt onderhouden of niet. Hij heeft U vernederd en U honger laten lijden, maar U ook het manna te eten gegeven, dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde U daardoor laten beseffen dat gij niet leeft van voedsel alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. Denk aan de Heer, uw God, die U uit Egypte, dat land van slavernij, heeft geleid; de Heer die U door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft geleid, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water; die uit de keiharde rots water voor U liet ontspringen, die U in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien.

Tussenzang:  Psalm 116

Refrein: IK HEF DE OFFERBEKER, DE NAAM VAN DE HEER ROEP IK AAN.

1. Hoe kan ik mijn dank betuigen

voor al wat de Heer mij gaf?

Ik hef de offerbeker,

de Naam van de Heer roep ik aan.

2. Want kostbaar is in de ogen des Heren

het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben Uw dienaar,

Gij hebt mijn boeien geslaakt.

3. Met offers zal ik U loven,

de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen

waar heel Zijn volk het ziet.

Achtergrond van de tweede lezing: (1 Korintiërs 10: 16-17)

Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korintiërs over de Eucharistie. De directe aanleiding daartoe is het feit dat hij gehoord heeft dat er steeds meer verdeeldheid aan het groeien is in deze geloofsgemeenschap, die hij zelf enkele jaren tevoren gesticht had. Er waren rijkere gemeenteleden die bij het agapè-maal dat vooraf ging aan de viering van de Eucharistie, overvloedig begonnen te eten terwijl armere gelovigen amper iets bij zich hadden. Voor Paulus was dat iets dat heel sterk indruiste tegen het grote ideaal van eenheid, liefde en onderlinge solidariteit, die Jezus in de Eucharistie wilt versterken onder ons. En daarom benadrukt Paulus in deze passage, dat de genade van de heilige communie waarbij wij het Lichaam en Bloed van de Heer ontvangen, niet alleen een genade en een zegen is voor jouzelf alleen. Nee, die eenwording met Christus in de heilige communie is ook een eenwording met allen die door het doopsel ook tot Christus behoren. De Eucharistie is genade, maar ook een opdracht om heel actief de onderlinge eenheid en zorgzaamheid in de kerkgemeenschap na te streven.

Tweede lezing: 1 Korintiërs 10: 16-17

Broeders en zusters, geeft niet de beker der zegeningen die wij zegenen, gemeenschap met het Bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen wij allen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Johannes 6: 51-58)

Hoofdstuk 6 van het evangelie van Johannes is een heel belangrijk hoofdstuk waarin we leren wat Jezus verkondigd heeft over de Eucharistie. Jezus leert ons hier dat Hij in het eerste deel van de Eucharistie ons het Woord van God geeft als geestelijk Brood, en dat Hij in het tweede deel Zichzelf geeft als Brood. In dat tweede deel is er een diep geheim: Jezus vormt het brood en de wijn die wij met dankzegging op het altaar hebben gelegd om. Hij maakt ze tot Zijn Lichaam en Bloed. Zoals het paaslam sinds de nacht van de bevrijding in de tijd van Mozes, bij elk Joodse paasfeest door de gelovigen gegeten moest worden en het bloed gesprenkeld moest worden op de deurposten, zo, zegt Jezus, moeten wij Zijn vlees eten en Zijn bloed drinken in de Eucharistie om één te worden met Hem. Want Hij is het ware Paaslam dat door Zijn kruisdood verlossing brengt en de schepping hernieuwt. Jezus benadrukt dat de gaven van de Eucharistie niet gewoon symbolen zijn. Hij leert heel nadrukkelijk: “Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u”. Daarom verenigt de communie ons met de levende Zoon van God, en in Hem, met de Vader en de Heilige Geest.    

Evangelielezing: Johannes 6: 51-58

In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.” De Joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

Overweging

Sacramentsdag 2026 gaan we als Bisdom weer vieren met onze tweejaarlijkse processie op zondag 7 juni. Vanuit allerlei parochies en gemeenschappen van de stad, de districten en bewoners van het binnenland zullen we gaan naar de Basiliek en het zal weer een prachtig, kleurrijk feest worden. Toch is het belangrijk dat we ons steeds weer verdiepen in de diepe betekenis van Sacramentsdag. 

Ja, we houden van de plechtigheid, de levendige zang en de geur van wierook. Het processiekruis gaat voorop en het Lichaam van de Heer wordt omhoog geheven in aanbidding. Maar achter al die zichtbare tekenen klopt een hart dat levend is: Christus zelf! Hij geeft zich. Hij breekt zichzelf open als brood voor de wereld. En precies daarin ligt de diepe kracht van dit feest.

In het evangelie van Johannes klinkt Jezus’ woord krachtig en helder: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald… wie in Mij blijft en Ik in hem, zal leven.” Het gaat hier niet om een verre herinnering aan het Laatste Avondmaal. Het gaat om Zijn levende aanwezigheid. In de Eucharistie geeft Christus zichzelf telkens opnieuw aan ons: Zijn Lichaam, Zijn Bloed, Zijn liefde die geen grenzen kent. De Heer, die ons Paaslam is, blijft zich schenken.

En wat geeft Hij ons dan? Niet zomaar een religieus gevoel. Hij geeft de genade van het kruis: vergeving, verlossing, liefde! Iedere Eucharistie draagt het geheim van Golgota én van Pasen in zich. Jezus kent onze kwetsbaarheid, onze vermoeidheid, onze verdeeldheid. Toch trekt Hij zich niet terug. Integendeel: Hij komt juist dichterbij. Hij voedt ons met zijn eigen leven.

Het thema dat Paus Leo XIV ons dit jaar aanreikt – “Eén in Christus, verbonden in missie” – raakt daarom rechtstreeks het hart van Sacramentsdag. Want wie hetzelfde Brood ontvangen, mogen niet langs elkaar heen leven. De Eucharistie maakt van losse mensen een gemeenschap. Zij smeedt harten samen. Niet omdat iedereen hetzelfde karakter heeft of altijd hetzelfde denkt, maar omdat Christus zelf het middelpunt wordt.

Dat is misschien wel een van de grootste uitdagingen van deze tijd. We leven gemakkelijk naast elkaar: druk, individualistisch, soms ook te snel negatief over anderen praten achter hun rug om. Zelfs binnen geloofsgemeenschappen kunnen afstand of spanningen  groeien. Maar telkens wanneer wij naar het altaar gaan, zegt Christus eigenlijk: “Blijf in Mij. Blijf niet opgesloten in jezelf. Laat Mijn liefde door je heen stromen naar anderen toe”.

Daarom is Sacramentsdag ook een missionair feest. Christus heeft onze hartelijke inzet nodig. Hij heeft mensen nodig die warmte brengen in hun parochie, mensen die aandacht hebben voor wie stil aan de rand staan, mensen die praktische hulp bieden waar zorgen zwaar drukken op het hart van sommige medemensen. Mensen die met een vriendelijk woord een nieuw gezicht in de kerk verwelkomen. Mensen die een bezoek brengen aan iemand die eenzaam is. Mensen die meehelpen waar er handen tekort zijn. Mensen die enthousiasme uitstralen voor het leven van de gemeenschap. Dat alles hoort bij de Eucharistie.

Want wat wij ontvangen aan het altaar moet zichtbaar worden in het dagelijks leven! Brood, het Lichaam van Christus, en Zijn bloed worden gedeeld. De levende Heer roept ons daarom niet alleen om Hem te aanbidden, maar ook om getuigen te zijn van Zijn goedheid en vergeving. In een wereld waar hardheid vaak de toon zet, mogen christenen mensen zijn die een andere sfeer brengen: hartelijkheid, geduld, trouw, mededogen.

De Eucharistie is voedsel voor zwakke, onvolmaakte mensen. Niemand leeft uit eigen kracht alleen. Jezus wil in ons blijven, zodat wij vanuit Hem kunnen leven.

Sacramentsdag herinnert ons eraan dat de Kerk opgebouwd wordt door de levende aanwezigheid van Christus. Rond hetzelfde altaar worden wij één gemaakt. Daar ontvangen wij de liefde die vergeeft. Daar groeit de moed om opnieuw te beginnen. Daar horen wij de roepstem van de Heer die ons nodig heeft.

Een in Christus, verbonden in missie.” Dit jaarthema voor 2026 dat Paus Leo ons heeft aangereikt, is een weg. Ik wens voor Sacramentsdag 2026 dat wij een gemeenschap worden van actieve gelovigen die leven vanuit het Brood des levens en daardoor zelf brood worden voor anderen.



Categorieën:geloof en leven

Plaats een reactie