Commentaar op de Lezingen van de 3e Zondag van de Advent  (Jaar C) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Sefanja 3: 14-18)

De profeet Sefanja trad waarschijnlijk tussen 640 en 620 v.Chr. als profeet op. Er dreigde een ondergang voor land en volk, en als oorzaak daarvan ziet Sefanja dat het volk Israël, in het bijzonder de vooraanstaanden van Jeruzalem, de Tora vergeten hebben. Velen hebben Jahweh, de God van Israël, de rug toegekeerd en zijn vreemde goden gaan vereren die ze bij nabuurvolken zagen. Sefanja zag ook veel hoogmoed onder velen en klaagden hen in 3:5 aan: “de onrechtvaardige kent geen schaamte”. Zo roept Sefanja op tot bekering, maar blijft ook vervuld van de hoop op Gods barmhartigheid. Hij spreekt reeds in zijn tijd over de vreugde waarmee God redding zal brengen en het licht van een nieuwe toekomst zal doen stralen.

Eerste lezing: Sefanja 3: 14-18

Sion, jubel van vreugde, juich, Israël, verheug u en wees blij, Jeruzalem, met heel uw hart! Het vonnis dat op u drukte, werd door de Heer vernietigd. Hij heeft uw vijand verjaagd. De Heer, de Koning van Israël, blijft bij u: nu hoeft gij geen onheil meer te vrezen! Op die dag zal er tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, Sion, en laat uw handen niet verslappen. De Heer, uw God, is bij u als een reddende held. Uitermate verheugt Hij zich om u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw; Hij jubelt om u van vreugde.

Tussenzang: Jesaja 12: 2-6

REFREIN: Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont, want Israels Heilige woont in uw midden!

1. Ik dank U, o Heer, Gij waart toornig op mij,  maar nu schenkt Gij troost en vergeving. Ja, God is mijn heil, ik verlaat mij op Hem, ik hoef voor geen onheil te vrezen.

2. De Heer is mijn  sterkte, de Heer geeft mij  kracht,  Hij toont zich mijn Helper en Redder. Brengt dank aan de Heer en huldigt Zijn  naam, verkondigt de volken Zijn machtige  daden, maakt alom Zijn grootheid bekend.

3. Zingt luid voor de Heer, die wonderen deed,  laat heel de aarde het horen. Verheugt u en juicht, gij die Sion bewoont,  want Israëls Heilige woont in uw midden.

Achtergrond van de tweede lezing: (Filippenzen 4: 4-7)

Deze verzen uit Paulus’ brief aan de gemeente van Filippi sluiten heel goed aan bij de eerste lezing uit Sefanja, en de lofzang uit Jesaja 12 die we na de eerste lezing als tussenzang hoorden. Paulus zegt tot de Filippenzen: “Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u!” Net als Johannes de Doper in het evangelie, geeft Paulus vermaningen tot een goede levenswandel: vriendelijk zijn voor de medemens, dankbaar en zoekend naar vrede. Paulus leert dat er vrede kan komen in jezelf en om je heen, wanneer je je bewust bent dat de Heer nabij is, dat Christus onze kracht en ons houvast is, en als wij Zijn komst in ons bestaan blijven verwachten door een oprecht, eerlijk leven.

Tweede lezing: Filippenzen 4: 4-7

Broeders en zusters, verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij. Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Lucas 3: 10-18)

Lucas geeft een uitgebreide beschrijving van de verkondiging van Johannes de Doper. Hij verhaalt hoe Johannes met krachtige woorden sprak over Gods oordeel en opriep tot verandering van mentaliteit, tot een innerlijke bekering die heel praktisch en concreet te merken moet zijn in een oprechte sociale bewogenheid, in eerlijkheid en bereidheid tot delen, en in het niet misbruik maken van macht of positie om jezelf middels corruptie te verrijken. 

Evangelie: Lucas 3: 10-18

In die tijd stelden de mensen Johannes de vraag: “Wat moeten wij doen?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.” Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en ze vroegen hem: “Meester, wat moeten wij doen?” Hij zei hun: “Niet meer vragen dan voor u is vastgesteld.” Ook soldaten ondervroegen hem: “En wij, wat moeten wij doen?” Hij antwoordde: “Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij.” Omdat het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde, of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: “lk doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer grondig te zuiveren en zijn tarwe te verzamelen in de schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur. Zo en met nog vele andere vermaningen verkondigde Johannes aan het volk de Blijde Boodschap.

Overweging:

Zusters en broeders,

In onze katholieke traditie is advent een tijd van geestelijke voorbereiding op het kerstfeest: de komst van Christus verwachten door te groeien in geloof, door niet alleen met woorden maar vooral met concrete daden meer aandacht vrij te maken voor God en je steeds meer te richten op goedheid voor de mensen om je heen, en op eerlijkheid, op een integere mens zijn. Dit is waar Johannes de Doper de mensen van zijn tijd toe opriep. Johannes maakte heel duidelijk dat de tijd nabij was dat de reeds eeuwenlang aangekondigde Messias tot Israel zou komen.

Johannes wist dat vele Joden leefden in de verwachting dat de Messias hen zou bevrijden van de onderdrukking van de Romeinen, die de bevolking uitbuitten en hen met loodzware belastingen uitzogen. Die belastingen werden geïnt door de tollenaars, Joden van hun eigen volk, die dat deden met de gewapende ondersteuning van Romeinse soldaten. Geregeld moesten Joden hun boot waarmee ze door vissen hun inkomen hadden, of de grond waarop ze plantten, verkopen omdat ze door die onderdrukkende belastingen steeds verder in de financiële problemen kwamen. Door al dit onrecht was er veel boosheid en wrok onder de mensen tegen de Romeinen en de Joodse tollenaars.

Maar Johannes de Doper maakte heel duidelijk dat niet alleen de Romeinse soldaten en de Joodse tollenaars in hun denken en in hun mentaliteit fout zaten, maar dat wij allemaal negatieve, op onszelf gerichtte impulsen hebben, waardoor je geen oog hebt voor de armoede van anderen om je heen. Vaak merken wij onze eigen hardheid in het omgaan met anderen niet echt op. Het kan gemakkelijk gebeuren dat we met anderen doen wat we nooit voor onszelf zouden willen. Johannes herinnert ons allen eraan dat het zo gemakkelijk is om de fouten en slechte dingen van anderen te zien en er boos over te worden, maar blind te zijn voor het negatieve in ons eigen gedrag.

We horen in het evangelie van deze zondag Johannes de Doper heel helder prediken over het feit dat elke mens eens verantwoording zal moeten afleggen over zijn of haar leven. Johannes gebruikt voor dat laatste oordeel een ingrijpende beeldspraak: de Messias heeft de wan reeds in de hand, waarmee Hij het kaf van het koren zal scheiden. Een wan is een platte gevlochten mand waarmee het graan omhoog gegooid wordt, zodat de wind de gelegenheid krijgt het lichte kaf weg te blazen. Uiteindelijk zullen dan enkel de zware graankorrels overblijven in de wan. Dus deze beeldspraak gebruikt Johannes de Doper om ons eraan te herinneren dat de komst van de Messias ook zal betekenen dat God het kwade zal scheiden van het goede. Het kwaad, uitbuiting, onrecht, geweld, oneerlijkheid, ontrouw, en corruptie zullen niet blijven bestaan wanneer Gods Rijk van vrede, liefde en gerechtigheid zich ten volle zal verwezenlijken wanneer Christus opnieuw komt. Waar Johannes de Doper naar verwijst is hetgene dat wij in de geloofsbelijdenis zeggen over Christus: “Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden, en aan Zijn rijk komt geen einde”.

Wanneer Johannes de Doper spreekt over de Messias, dan zegt hij iets heel opmerkelijks. Johannes zegt: “Ik doop u met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest en vuur”. Jezus doopt met de Heilige Geest, die de bron is van echte wijsheid en inzicht. Wij zullen daarom in de innerlijke voorbereiding op kerstmis, de Heilige Geest moeten aanroepen opdat Hij ons zal brengen tot inzicht en wijsheid. Dat zal ons doen groeien tot mensen van integriteit en tot mensen die bewogen zijn met de medemens.

“Ik doop u met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest en vuur”. Vuur doet twee dingen: het geeft licht en warmte, maar het verbrandt ook datgene dat door het vuur wordt verslonden. Zo is het vuur waarmee Jezus ons doopt, aan de ene kant een symbool voor het licht, de warmte, liefde en wijsheid die de Heilige Geest ons steeds weer geeft, zolang wij ernaar verlangen en Hem erom bidden. Maar het vuur is tegelijkertijd ook een symbool voor de verterende kant van Gods rechtvaardigheid,  voor het oordeel dat Hij over elke mens zal spreken. God verdraagt geen onrecht, geen onoprechtheid, geen onwaarheid, geen enkele vorm van ernstige zonde.

Ook de profeet Sefanja die we in de eerste lezing hoorden, sprak over het oordeel, over ‘de Dag des Heren’ zoals de komst van de Messias in die tijd heel vaak werd genoemd. Maar Sefanja profeteerde ook over het licht en de warmte van de Heilige Geest, die eeuwen later over de Kerk werd uitgestort op het Pinksterfeest, en die de Heer ons heeft geschonken bij ons doopsel en vormsel, en waarmee Hij de Kerk steeds weer doopt. God deed de profeet Sefanja reeds iets zien van dat vuur van de liefde waarmee Gods Geest blijft werken om alles nieuw te maken en om te vormen tot een schepping van vrede, van genezing en verzoening.

Het Jubeljaar 2025 dat op zondag 29 december ook in ons Bisdom wordt ingeluid, is Gods krachtige oproep en genade om deel te zijn van dat vuur van de Heilige Geest. Want het is een vuur van goedheid, een vuur dat ons wilt vormen tot een actieve missionaire kerkgemeenschap die geloof uitstraalt en de waarden van het evangelie hooghoudt. Een kerkgemeenschap die zich inzet voor zorgzaamheid voor de schepping en het geheel van de natuur. Een kerkgemeenschap die evangeliseert en de liefde van Christus uitdraagt naar anderen toe. Jubeljaar 2025 is Gods genade die ons oproept om deel te zijn van dat vuur van de Heilige Geest voor een wereld waar er oog is voor de vluchtelingen, de noodlijdenden en onderdrukten. Dat vuur herkennen we in de profeten van bijbelse tijden zoals Johannes de Doper en de profeet Sefanja: moge het zo zijn dat dit zelfde vuur ook brandt in ons! Dat zal ons voorbereiden op de komst van Jezus, de levende Heer, wiens geboorte wij heel binnenkort met alle vreugde zullen vieren.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

1 reply

  1. Mijn e-mail is van harry38lijn2@hotmail nu harry.hermelijn @gmail.com

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg


    Like

Geef een reactie op harry hermelijn Reactie annuleren