Achtergrond van de eerste lezing (Wijsheid 7: 7-11)
We kwamen het Boek der Wijsheid al een paar zondagen geleden tegen. Het is ergens tussen 200 – 30 v.Chr. geschreven door een diepgelovige Jood die deel was van een Joodse gemeenschap van waarschijnlijk de stad Alexandrië in Egypte. Hij wilde de diepgang van het Bijbels-Joodse geloof doorgeven en verhelderen aan zijn mede-Joden, waarvan velen zo deel waren geworden van de Hellenistische Griekse cultuur van hun omgeving, dat ze verwijderd dreigden te raken van hun geloofstraditie. De schrijver legde veel de nadruk op de wijsheid die van God komt, die ons geschonken wordt door de Heilige Geest wanneer wij geworteld blijven in God en door regelmatig gebed ons openstellen voor het werken van de Geest in ons binnenste. Dan zal hetgeen wij lezen in de Heilige Schrift en hetgeen wij overwegen in ons hart, ons steeds meer binnenleiden in de wijsheid die ons de goede wegen wijst in het leven.
Eerste lezing: Wijsheid 7: 7-11
Ik bad en inzicht werd mij geschonken, ik smeekte en de geest der wijsheid kwam over mij. Ik verkoos haar boven scepters en tronen, en in vergelijking met haar beschouwde ik rijkdom als niets; zelfs de kostbaarste steen stelde ik met haar niet gelijk, want alle goud is vergeleken met haar slechts stof, en zilver niet meer dan slijk. Ik hield van haar meer dan van gezondheid en schoonheid, en ik stelde haar boven het licht. Want de glans die zij uitstraalt verbleekt nooit. Met haar vielen mij alle goederen ten deel en dank zij haar verwierf ik rijkdommen zonder tal.
Tussenzang: Psalm 90
Refrein: VERLEEN ONS VAN NU AF UW ZEGEN EN LAAT HEEL ONS LEVEN GELUKKIG ZIJN.
1. Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? Wees toch Uw dienaars genadig.
2. Verleen ons van nu af Uw rijkste zegen en laat heel ons leven gelukkig zijn. Vergeld nu met vreugde de dagen van leed, de jaren dat het ons slecht ging.
3. Laat zien aan Uw dienaars waartoe Gij in staat zijt en toon aan hun zonen Uw heerlijkheid. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen.
Achtergrond van de tweede lezing (Hebreeën 4: 12-13)
Deze week lezen we slechts twee verzen uit de mooie Brief aan de Hebreeën. Centraal staat in dit gedeelte het luisteren naar de heilige Geest. Wie niet luistert dreigt tot ongeloof te vervallen. Wie wel luistert, komt tot geloof en tot rust. Zo iemand bewaart het vertrouwen in Christus ongeschokt. De Heilige Geest helpt ons namelijk om het Woord van God te begrijpen en het te mogen ervaren als een levend Woord, dat ons troost en sterkt, maar dat ons ook als een spiegel onze tekortkomingen en gebreken laat zien en ons daarbij oproept tot innerlijke groei. Het Woord wordt door de schrijver daarom vergeleken met een tweesnijdig zwaard. Daarmee bedoelt hij dat het Woord zowel ons bevestigt in de hoop door ons te spreken over de liefde die God voor ons heeft, maar dat het Woord ons ook oproept tot levensverandering daar waar dat nog nodig is in ons leven en in onze samenleving.
Tweede lezing: Hebreeën 4: 12-13
Broeders en zusters, het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper den een tweesnijdend zwaard en het dringt tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens. Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor zijn ogen. Aan Hem hebben wij rekenschap af te leggen.
Achtergrond van de evangelielezing: (Marcus 10: 17-30)
Vandaag beschrijft Marcus een ontmoeting tussen Jezus en een rijke man die Hem graag wilde spreken over een vraag die hem brandde op het hart. Hij krijgt op dat moment misschien niet het antwoord dat hij had gehoopt te krijgen van Jezus, omdat het van hem een vorm van loslaten en van verandering in zijn leven vroeg, waar hij op dat moment nog niet aan toe was. Maar het wordt wel een gelegenheid voor Jezus om over de diepste roeping van de gelovige mens te spreken en over wat de radicale keuze voor liefde betekent als wij Hem ten volle willen volgen.
Evangelie: Marcus 10: 17-3
Toen Jezus zich weer op weg begaf kwam er iemand aanlopen die zich voor Hem op de knieën wierp en vroeg: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Jezus antwoordde: “Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. Ge kent de geboden: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, gij zult niemand te kort doen, eer uw vader en uw moeder.” Hij gaf Hem ten antwoord: “Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.” Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak: “Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.” Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen omdat hij vele goederen bezat. Toen liet Jezus zijn blik gaan over zijn leerlingen en zei tot hen: “Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan!” De leerlingen stonden verbaasd over wat Jezus zei. Daarom herhaalde Hij: “ Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen waren ze nog meer verbijsterd en ze zeiden tot elkaar: “Wie kan dan nog gered worden?” Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen maar wel in die van God: want voor God is alles mogelijk.” Daarop nam Petrus het woord en zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.” Jezus antwoordde: “Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
Overweging:
Vandaag zou ik willen nadenken over de vragen: Waar vinden we datgene waaraan Christus echt gehecht was en waar Hij de kern zag? Wat is daarom voor het christelijke geloof echt belangrijk? Wat heeft een authentiek Christendom in deze snel veranderende wereldcultuur te zeggen, ook als niet iedereen het gelijk er mee eens is of er in wilt meegaan?
De aanleiding van deze vragen is die rijke man. Hij ging naar Jezus toe met die indringende vraag: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” De man was ook voor Jezus een onbekende. Maar Hij was wel duidelijk iemand met een grote drive om Jezus te mogen spreken. Hij bleek het geloof ook best serieus te nemen, zodat hij over de tien geboden oprecht kon antwoorden: “Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.”
Hij maakte op Jezus een bijzondere indruk. Jezus merkte dat deze man naar meer zocht dan het algemene niveau van het je houden aan de tien geboden. Daarom zei Hij tot deze zoekende mens: “Eén ding ontbreekt u; ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, en kom dan terug om Mij te volgen.”
Het was op dat moment nog te veel voor deze man. Hij kon zo’n grote sprong van vertrouwen dat God zal voorzien, nog niet maken. Bezittingen en rijkdom lijken je zekerheid te geven, en daar kon en wilde hij nog geen afstand van doen. Zo een radicale vorm van commitment en solidariteit met de armen was ook nog niet haalbaar voor hem. De tien geboden trouw blijven lukte wel, dat had hij al vanaf zijn jeugd gedaan: niet stelen, je ouders goed behandelen, eerlijk en oprecht zijn, geen overspel plegen, en niet vals of leugenachtig spreken. Maar om nu zoveel van wat hij had opgebouwd en wellicht ook van zijn ouders had geërfd los te laten, om zich zo sterk te leren inleven in het leven van de armen en om met menselijke kwetsbaarheid zich met geheel zijn wezen te richten op Gods goedheid: het was voor hem waarschijnlijk wel een heel mooi ideaal, maar hij kon die stap niet maken. Dat bedroefde Jezus zeer, want Hij verloor een mogelijke leerling en vriend.
We zien dus dat er ook die kant is aan Jezus’ leer die heel helder vraagt om God boven alles te stellen, ook boven de goederen die we bezitten. Het gaat om een diepe gerichtheid op Gods goedheid. En dat moet zich uiten in een consequente commitment voor een oprechte samenleving. Het moet zich uiten in warme aandacht voor de armen en in solidariteit met hen voor wie de omstandigheden waarmee zij te maken hebben vaak een stuk moeilijker zijn dan voor welgestelden. Gods liefde en compassie doet ons gevoelig worden voor de realiteiten waarin de armen al te vaak onrecht ervaren en vaak niet de macht en invloed hebben daar zelf voldoende verandering in te brengen. Die radicale gerichtheid op God in het volgen van Jezus is in feite iets dat ons steeds meer binnenvoert in een bijzondere levensvisie. Het laat ons anders denken over wat belangrijk is om gelukkig te zijn en om vrede te vinden in je binnenste. Het laat je anders denken over aardse zekerheden van bezittingen, rijkdom en invloed. Het geeft zeer zeker geen pasklare antwoorden en richtlijnen over de problematieken rond armoede en het concreet inrichten van de moderne maatschappij, maar het geeft de heldere hoofdlijn. Net zoals een compas het noorden aanwijst en je dan vanuit dat gegeven verder je weg kunt vinden, zo geeft die wezenlijke gerichtheid op God een heldere hoofdlijn.
Jezus heeft het er vaak over gehad dat rijkdom en macht een heel reëel gevaar in zich dragen om je beetje bij beetje te kunnen doen veranderen. Rijkdom verwerven en behouden doen je bijna altijd ook vijanden krijgen, concurrenten die je met wantrouwen zult volgt en waardoor je vaak harder wordt naar de mensen om je heen. Rijkdom, bezittingen, macht en invloed kunnen je ongemerkt doen veranderen in hoe je in het leven staat, je minder geneigd maken tot compassie, en anders worden in je oordeel over mensen, anders in de waarden en normen die je denken en handelen richten. Daarom verzucht Jezus: “Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben, het Koninkrijk Gods binnen te gaan!” De leerlingen stonden verbaasd over wat Jezus zei. Daarom herhaalde Hij: “Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Zelfs de apostelen stonden verbaasd over Zijn verzuchting. Ze meenden Hem goed te kennen, maar was dat eigenlijk wel zo? Zaten zij zelf niet geregeld te ruzieën over wie de belangrijksten onder hen waren? Johannes en Jakobus hadden toch stilletjes Jezus benaderd met het verzoek om wanneer Hij het koninkrijk van Israël had hersteld, Hij hun de belangrijkste bestuursplekken te geven, en hen aan Zijn rechter- en linkerhand te laten zitten? Misschien speelden er wel zulke gedachten en verwachtingen bij, toen Petrus die dag tegen Jezus zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.”
Maar Jezus spreekt over een andere beloning. Hij spreekt over een verbondenheid en een innerlijke kracht en voldoening, en over een vrede die je zult ervaren in die gerichtheid op God. Die zullen je ten deel vallen wanneer je steeds meer kiest voor geloof, en voor echte naastenliefde en solidariteit. Wanneer je steeds meer leert om je diepste vertrouwen te stellen op Jezus, de levende Heer.
Veel stof tot nadenken voor ons allemaal. Die rijke man had in alle oprechtheid Jezus gevraagd: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Hij had de diepgang van zijn eigen vraag zelf niet door en in eerste instantie was Jezus’ antwoord te zwaar, te radicaal, voor hem. Ik hoop dat hij er later in zijn leven wel steeds meer stappen heeft kunnen zetten in het volgen van Jezus. Want voor Jezus is God dienen iets dat echte keuzes vraagt en dat geheel je leven omvat. Eeuwig leven is voor Jezus de vereniging met God. En dat moet onlosmakelijk verbonden zijn met dat tweede gebod: “Bemin je naaste gelijk jezelf”. Een hoog ideaal dat Jezus ons voorhoudt! Maar ook al halen we als onvolmaakte mensen nooit honderd procent, als we ons door Hem laten raken, dan doet Hij ons stappen zetten en kiezen voor soldariteit, betrokkenheid en oprechtheid. Onze gelovige band met Christus zal ons steeds meer doen begrijpen wat het Rijk Gods eigenlijk is en hoe liefde de sleutel is tot het eeuwig leven. Daar is Christus ons voorgegaan. Dat Hij ons steeds meer omvormt en leven schenkt.
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie