Commentaar op de Lezingen van de 19e zondag door het Jaar (Jaar A) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (1 Koningen 19:  9. 11-13)

De profeet Elia heeft veel tegenstand geleden, zowel van koningin Jezebel, die met alle macht haar eigen godsdienst van de kanaänitische god Baäl wilde promoten en Elia daarom dwarszat, maar ook van vele Israelieten die onverschillig waren geworden in hun geloof, en de waarden en normen van het verbond in de praktijk hadden verlaten. Wanneer Elia, moe gestreden, in een depressie raakt, mag hij ervaren dat God hem nooit zal vergeten maar in deze donkere nacht in zijn leven, hem op een hele onverwachte wijze nabij is.

Eerste lezing: 1 Koningen 19:  9. 11-13

In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er. Maar de Heer zei tot hem: “Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg”. Toen trok de Heer voorbij. Voor Hem uit ging een hevige storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot.

Tussenzang:  Psalm 85

Refrein: LAAT ONS UW BARMHARTIGHEID ZIEN: GEEF ONS UW HEIL, O HEER!

1. Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,

voorzeker een woord van verzoening.

Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,

Zijn glorie komt weer bij ons wonen.

2. Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet

gaan, als vrede en recht elkander omhelzen:

Dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,

en ziet uit de Hemel gerechtigheid neer.

3. Dan zal de Heer ons Zijn zegen schenken

en draagt ons land weer rijke vrucht.

Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan

en voorspoed zijn schreden volgen.

Achtergrond van de tweede lezing (Romeinen 9: 1-5)

Paulus heeft veel geleden onder het feit dat velen van zijn mede-Joden Jezus niet aanvaardden. Het doet Paulus persoonlijk enorme pijn dat velen van Gods volk, dat ondanks alle menselijke tekortkomingen toch eeuwen lang door God geleid en bemind was, niet in Christus Gods verlossende liefde aan het werk konden zien. Paulus leidt hieronder en hij spreekt over dat verdriet in deze lezing.

Tweede lezing: Romeinen 9: 1-5

Broeders en zusters, ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest: in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen. Immers, zij zijn Israëlieten, hun behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees, die, boven alles verheven, God is: de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Matteüs 14: 22-33)

Er is een inhoudelijk verband tussen het wonder van de vermenigvuldiging van de vijf broden en twee vissen, het evangelie waar we vorige week zondag naar zouden hebben geluisterd als de 18e zondag door het jaar, maar dat toen verplaatst was door het Feest van de Gedaanteverandering, en het evangelie van deze zondag. Vorige week zondag zouden we geluisterd hebben naar het wonder van de vermenigvuldiging van de vijf broden en twee vissen en deze zondag horen we het vervolg daarop in Matteüs hoofdstuk 14, namelijk het wonder van Jezus’ lopen over de onstuimige wateren van het Meer van Galilea in een angstige nacht voor de apostelen. Steeds meer mochten de apostelen zo ervaren dat in Jezus God op wonderlijke wijze aan het werk is en dat er rond Jezus een goddelijk mysterie is. Ze zeggen Hem aan het einde van dit gebeuren: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God”. Wat dat ten volle betekent, zullen zij pas geleidelijk aan, na de verrijzenis, gaan beseffen. Maar zo is het voor ons allemaal: geloven is een proces van steeds meer zicht krijgen op wie God is, hoe Hij zich openbaart in Jezus en wat Hij van ons vraagt.

Evangelie: Matteüs 14: 22-33

Na de broodvermenigvuldiging vroeg Jezus Zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet”. “Heer”, – antwoordde Petrus- “als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen”. Waarop Jezus sprak: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus Zijn hand uit en greep Petrus vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God”.

Overweging:

Vandaag zou ik de lezingen willen overwegen vanuit het thema: “In liefde samen – een evangelisch antwoord op angst”.

Ik denk dat de meesten van ons geregeld voelen dat we in onzekere tijden leven. We lezen over de escalatie van de oorlog in de Ukraine en de gewapende conflicten in een aantal andere delen van de wereld. We merken de vele economische en politieke gevolgen die dat heeft voor eigenlijk de hele wereld. Internationaal stijgen de prijzen van goederen en transport enorm. Met de blokkade van graan worden vele delen van de wereld getroffen. En we zien in het nieuws hoe moeilijk de problematieken zijn van de grote stromen vluchtelingen in verschillende regio’s van de wereld. Maar ook in de Surinaamse politiek en samenleving ervaren we onzekere tijden. Net zoals de apostelen in het evangelie, bevindt de boot van onze Surinaamse samenleving en economie zich weer in onrustige, woelige wateren. We voelen het elke dag en het heeft op ons allemaal zijn weerslag.

De Kerk heeft het evangelie van deze zondag altijd gekoesterd, omdat mensen uit alle eeuwen, continenten en situaties, zich net als wij, hebben kunnen terug herkennen in die donkere, stormachtige nacht waarin de apostelen vreesden voor het bedreigende en het onvoorspelbare. Zij vreesden voor krachten die sterker zijn dan onszelf en die ons angstig en onzeker maken. De apostelen vreesden voor hun toekomst, vreesden voor hun leven omdat ze wisten dat ze mogelijk ten ondergaan zouden kunnen gaan die nacht. 

Angst is een moeilijke emotie voor ons mensen, want angst verlamt een mens. Angst maakt mensen argwanend en onzeker, doet hen anderen wantrouwen. Angst doet ook onze waarneming en beleving van problemen groter en zorgwekkender maken dan ze misschien zijn. “Angst is een slechte raadgever”, zegt een heel wijs spreekwoord, omdat mensen hebben ervaren dat angst je denken, je handelen, je relaties en je keuzes heel sterk beïnvloedt, en dan meestal niet ten goede.

De angst van de apostelen heel herkenbaar. Het is in deze bedreigende situatie dat zij Jezus dieper leren kennen, dieper zullen doordringen in wie hun Meester is: gewoon een profeet,  een goede mens? Of meer? Wie is Hij en wat betekent Hij voor ons?

In deze angstige nacht zien de apostelen iets naar hen toekomen. Hun angst wordt alleen maar groter, want dit lijkt hen een geest te zijn. Maar dan realiseren zij zich dat het Jezus is! Hij is het die over het onstuimige water naar hen toekomt. Dat is een verbijsterende constatering! Want de apostelen weten dat de Bijbel tot dan toe alleen van God zegt dat Hij over de wateren heerst! Zo verkondigt bijvoorbeeld de psalmist van psalm 77: “De stromen zagen U naderen, God, zij zagen U komen en beefden. De donder rolde de hemel rond, de bliksem verlichtte de aarde. De rotsen beefden waar Gij U vertoonde, Uw weg ging over de golven der zee. Het water vormde een pad voor Uw schreden en wiste Uw voetspoor weer uit. Zo hebt Gij Uw volk geleid als een kudde”.

Matteüs, Marcus en Lucas vertellen alle drie dat dit gebeurde in de nacht nadat Jezus met vijf broden en twee vissen duizenden mensen had doen eten. Toen reeds hadden de apostelen wederom gemerkt dat er iets mysterieus en mystieks hing rond Jezus. Gods kracht rustte op Hem. En zoals God eens de Israëlieten bevrijd had van slavernij en lijden, en hen in de woestijnjaren gevoed had met het manna, zo werkte Gods liefde ook nu duidelijk in en door Jezus. Hij had hun nadien gevraagd alvast in de boot te gaan en het meer over te steken, terwijl Hij zich had teruggetrokken in de stilte van een nabije berg om in gebed weer één te zijn met de hemelse Vader.

En dan, diep in de nacht, ervaren de apostelen in hun angst de nabijheid van Jezus. “Wees gerust”, zegt Jezus, “Ik ben het. Vreest niet”.

Met die woorden “Ik ben het”, zegt Jezus veel meer dan alleen maar dat het niet om een geest gaat maar om Hem. In deze woorden “Ik ben het” weerklinkt de heilige Naam van God zelf: “Jahweh: Ik ben die Ik ben, en die er altijd zal zijn”. Toen Mozes op de berg Horeb bij de brandende braamstruik die mystieke ervaring van Gods nabijheid had, had God gesproken over het lijden van de Israëlieten in de slavernij van Egypte en dat Hij samen met Mozes hen wilde bevrijden. In liefde samen! Mozes had toen in angst gevraagd: “Maar wat is Uw naam?”, waarop God had geantwoord: “Ik ben die Ik ben! Zeg aan de Israëlieten: “Ik ben” heeft mij tot u gezonden” (Exodus 3:14)

Dus zoals de Israëlieten in de storm van de slavernij, vernedering en lijden, de nabijheid van Gods kracht hebben mogen ervaren, zo ervaren de apostelen in hún storm dat God de Vader hun in Jezus nabij is. In Jezus’ lopen over de onstuimige wateren, in Zijn woorden “Ik ben het. Vreest niet”,  en in het redden van Petrus en het tot kalmte brengen van de zee, hebben de apostelen iets ervaren van het goddelijke van Jezus. Hij die waarlijk een menselijk lichaam en een menselijke natuur heeft, heeft tevens een goddelijke natuur en een goddelijke oorsprong. Een goddelijk mysterie omringt Jezus. Zoals wij het in de grote geloofsbelijdenis van Nicea belijden: de Zoon is “vóór alle tijden geboren uit de Vader: God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God: geboren niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is”.

Petrus had wel degelijk al een stuk oprecht geloof gehad toen hij riep: “Heer, als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen!” Al bleek Petrus’ geloof nog onvolmaakt te zijn, toch was het echt geweest, en vol liefde voor zijn Meester. Hij wilde bij Jezus zijn en op Hem vertrouwen. Maar de angst nam toe en verlamde Petrus.

Twee dingen heeft Petrus die nacht geleerd. Ten eerste, dat wij meer de ogen gericht moeten houden op Jezus, moeten leren Hem te vertrouwen, onszelf er steeds weer aan herinneren dat Zijn hand het allerbelangrijkste anker is in het bestaan, hoe stormachtig en onzeker dat geregeld ook zal zijn. Het tweede dat Petrus leerde, is dat wij het niet alleen moeten willen doen, maar samen! Wij kunnen niet alléén standvastig blijven geloven. Wij kunnen niet in ons eentje uitgroeien tot rijpe en goede mensen. Wij kunnen niet alléén de stormen van het bestaan denken te trotseren.

Petrus leerde die nacht: “In liefde samen”. De liefde laat ons de angst overwinnen en de liefde brengt leven en toekomst. In liefde samen: Petrus moest leren de dreigende golven met Jezus samen te doorstaan, niet alleen. Maar Petrus heeft ook geleerd het leven op te bouwen samen met de andere apostelen die in de boot waren, en samen met de gemeenschap van de Kerk. Hij heeft nadien in de loop van vele jaren de opdracht waargemaakt die Jezus hem na de verrijzenis meegaf: “Hoed Mij schapen! Weid Mijn lammeren!”

“In liefde samen”: dit heeft Mgr. Choennie gekozen als het thema van het beleidsplan van ons Bisdom. Het is een rijk thema dat ons in zovele richtingen zal verrijken wanneer wij erover mediteren. Bijvoorbeeld: wij hebben enkele dagen geleden de Dag der Inheemsen en Javaanse Immigratie herdacht. Het is een dag die ons oproept om in liefde samen dit mooie land weer op te bouwen. Samen in alle verscheidenheid. God vraagt ons te willen kijken naar de Inheemse en Javaanse broeders en zusters, en naar de Creoolse, Hindoestaanse, Marron, Boeroe, Chineze en alle andere mede-Surinamers, en dan te zeggen: “In liefde samen”. Dit thema vraagt ons te beseffen dat in de grote ethnische en religieuze verscheidenheid van onze Surinaamse samenleving en van deze wereld, God ons geroepen heeft om steeds weer te blijven zeggen: “In liefde samen”.

De hand die Jezus ons dan steeds weer toesteekt in de wisselvalligheden en stormen van ons mensenbestaan, is een hand die onvoorwaardelijke liefde schenkt. Het is Zijn hand die ons omhoog trekt in elke zin van het woord.  Maar het is ook een hand die ons oproept tot liefde voor onze medemens en die vraagt dat wij streven naar een liefde die samenwerkt, die respect geeft en die samen naar oplossingen zoekt. Dan zal de Heer, die de dreigende golven van het Meer van Galilea weer tot stilte bracht, ook ons steeds weer verzekeren: “Wees gerust, Ik ben het. Vreest niet”. En wij zullen steeds weer antwoorden: “In liefde samen!” Amen.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

2 replies

  1. Prachtige en duidelijk door God geinspireerde overweging van het evangelie.
    Dank u wel pater Kross, nog vele na deze en hopelijk gauw gebundeld in een boek.

    Like

Geef een reactie op M.wong loi sing Reactie annuleren