Commentaar op de Lezingen van de 14e Zondag door het Jaar  (Jaar A) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Zacharia 9: 9-10)

De profeet Zacharia trad op in de tijd na de Babylonische ballingschap. Toen in het jaar 539 v.Chr. koning Cyrus van Perzië de Babylonische legers versloeg en hun rijk veroverde, besloot hij tot een ander politiek beleid ten aanzien van de volkeren die door de Babyloniërs onderworpen waren. Koning Cyrus gaf zo de Joden in ballingschap in Babylonië de mogelijkheid om weer terug te keren naar hun land en onder oppergezag van de Perzen hun steden weer op te bouwen en hun eigen godsdienst voort te zetten. Ze kregen van koning Cyrus zelfs een financiële ondersteuning  mee voor de bouw van een nieuwe tempel in Jeruzalem en hij gaf hen de kostbare liturgische zaken die de Babyloniërs hadden geplunderd weer terug. In deze periode van wederopbouw treed de profeet Zacharia op. Hij wordt genoemd in het boek Ezra 5:1 en 6:14, tezamen met de profeet Haggai. In de profetie van de eerste lezing, richt de profeet zich zowel tot de ontmoedigde en verdeelde bewoners van het verpauperde Jeruzalem met de woorden “dochter Sion” en “dochter Jeruzalem”, als ook tot de Israelieten die in het geplunderde noorden van het land leefden en door Zacharia worden aangeduid met “Efraim”, de grootste van de tien noordelijke stammen van Israel. Allen die de profetische verkondiging hoorden, verlangden naar herstel, vrede en wederopbouw. De door God aangekondigde koning straalt echter geen militaire triomf en de hoogmoed van politieke macht uit, maar is nederig en weet dat de mensen de blijvende vrede en de ware overwinning slechts zullen vinden door het vertrouwen te stellen op God en door zich gehoorzaam te richten naar Gods waarden en geboden,.

Eerste lezing: Zacharia 9: 9-10

Zo spreekt de Heer: “Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin. lk vaag de strijdwagens weg uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem; de strijdboog wordt gebroken. Dan kondigt hij vrede af onder de volken, dan gaat zijn heerschappij van zee tot zee, van de Rivier tot de grenzen der aarde.”

Tussenzang:  Psalm 145

Refrein: UW NAAM WIL IK VERHEERLIJKEN VOOR ALTIJD, MIJN GOD EN KONING.

1. U wil ik loven, mijn God en Koning,

Uw Naam verheerlijken voor altijd.

U wil ik prijzen iedere dag,

Uw Naam verheerlijken voor altijd.

2. De Heer is vol liefde en medelijden,

lankmoedig en zeer goedgunstig.

De Heer is bezorgd voor iedere mens,

barmhartig voor al wat Hij maakte.

3. Uw werken zullen U prijzen, Heer,

Uw vromen zullen U loven.

Zij roemen de glorie van Uw heerschappij,

Uw macht verkondigen zij.

Achtergrond van de tweede lezing: (Romeinen 8: 9.11-13)

De verzen uit de Romeinenbrief van de apostel Paulus die wij deze zondag in heel de Kerk lezen, zijn erg toepasselijk bij de eerste lezing en in onze huidige tijd. Paulus herinnert ons eraan dat wij het leven en de genade van God in ons ervaren omdat wij bij het doopsel de gave van de Heilige Geest gekregen hebben. De Geest brengt leven, zowel in de verrijzenis van Christus, als in het leven van hen die in Christus gedoopt zijn. Maar Paulus herinnert iedereen eraan dat de Geest ons liefde, dienstbaarheid en bescheidenheid wilt leren, zoals de Geest ook de aangekondigde messiaanse Koning van de eerste lezing uit Zacharia deed leven vanuit bescheidenheid en vanuit een liefde die mensen verbindt en die niet zelfzuchtig is.

Tweede lezing: Romeinen 8: 9.11-13

Broeders en zusters, uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelf-zuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Matteüs 11: 25-30)

In de evangelielezing van deze zondag staat de innerlijke levenshouding van Jezus centraal. Hij brengt de profetie van Zacharia die we in de eerste lezing hebben beluisterd, tot vervulling. Christus’ levenshouding is er een van zachtmoedigheid en dienstbare eenvoud van hart. Zeer toepasselijk begint de passage met Jezus’ woorden: “Ik prijs U Vader..omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen”. In die woorden klinken Jezus’ verwijten door aan een deel van de farizeeën, schriftgeleerden en Sadducceën. Jezus’ kent ze als schijnheilige mensen, als valse religieuze leiders die niet werkelijk luisteren naar God, maar wel beweren dat te doen en graag als “wijzen en verstandigen” gezien willen worden in de samenleving. Maar Jezus prijst de Vader die Zijn evangelie geopenbaard heeft, zoals Jezus dat formuleert: “aan kinderen”. Daarmee denkt Jezus niet specifiek aan kinderen maar aan de eenvoudigen, de armen en allen die met een hartelijk, warm hart in het leven staan. Jezus vindt bij eenvoudige mensen die met aandacht naar Zijn boodschap luisteren en zich erdoor laten vormen, een openheid die wij vaak vinden bij kinderen. En die mensen zoekt Hij. Daar kan Hij vrede en verlossing brengen en de messiaanse profetie van Zacharia vervullen. Hij vraagt van ons dat wij oprecht zouden luisteren naar Zijn woord en dat wij, open en ontvankelijk als kinderen, van Hem willen leren en ons door Zijn boodschap willen laten vormen.

Evangelie: Matteüs 11: 25-30

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Overweging

Een van de meest belangrijke punten die Paus Franciscus steeds weer benadrukt, is dat de kern van ons Christelijk geloof niet de geboden zijn, of de vele leerstellingen of de kerkstructuur, maar de liefdesrelatie met Christus. Paus Franciscus gaf daarom zijn centrale herderlijk schrijven de naam: “De Vreugde van het Evangelie”/”Evangelii Gaudium”. Telkens weer verkondigt hij daarin dat wij als christenen geroepen zijn tot een liefdesrelatie met Christus de levende Heer. Het doopsel is een fundamentele roeping om Christus te kennen, een levenslange roeping om steeds meer te leven vanuit het besef dat wij door het doopsel verbonden zijn met Christus en dat wij door Hem, delen in het leven van God de Vader zelf. Het christenzijn is steeds weer ons richten op Zijn woorden, zoals “Zie, Ik ben met U alle dagen, tot aan de voleinding”.

Als christenen zullen wij gaandeweg in ons leven steeds meer zicht krijgen op wat die band met Christus inhoudt. Een sleutelbegrip is daarom het woord “luisteren”. Het gaat daarbij om die vorm van luisteren die wij hebben wanneer wij weten dat we heel veel van iemand kunnen leren, of wanneer we iemand echt waarderen en willen navolgen. Het gaat om meer dan enkel luisteren met de oren. Het is je open stellen, het diep in je opnemen en je laten raken door wat je hoort en ziet, bewust ook voor wat het je doet voelen en inzien. Zo luisteren, betrekt heel je persoon en geeft je innerlijke groei, wanneer je ook gaat handelen naar de inzichten die je verkrijgt. 

Dit sleutelwoord “luisteren” speelt een grote rol in de lezingen van vandaag. In de eerste lezing kwamen we de profeet Zacharia tegen die leefde in een tijd waarin vele Israelieten verpauperd waren omdat hun land vijftig jaar tevoren onder de voet gelopen was door de legers van de Babyloniërs. Alles wat van waarde was en waar de Israelieten voor hadden gewerkt, was geplunderd en geroofd, en een groot deel van de bevolking was in ballingschap weggevoerd. De profeten in hun midden zoals Jesaja, Jeremia en Ezechiël hadden hun al vaak gesproken over het “luisteren”. Er was een verband tussen het feit dat zovele Joden vroeger niet hadden willen luisteren naar de diepste bezieling van hun godsdienst en deze ramp die over hun land en volk was gekomen. De Israelieten hadden wel geweten dat ze in een verbond met Jahweh leefden en elke pasgeboren Joodse jongen werd daarom op de achtste dag na zijn geboorte besneden. Er waren de vaste religieuze gedenkdagen, en andere gebruiken geweest, maar toch! De profeten hadden hun erop gewezen dat die uiterlijke zaken alleen hun betekenis hadden als ze innerlijk zich bewust bleven dat God hun hart wilde. Hij wilde dat zij innerlijk zouden luisteren naar de Tora, het Woord van God, en zo mensen zouden zijn die begrepen dat het voor God altijd om liefde en betrokkenheid, maar ook om waarheid en oprechtheid gaat. In de tijd na de ballingschap, toen de ballingen weer terug waren in het land, temidden van alle spanningen die er waren rond de bouw van een nieuwe tempel en de moeizame wederopbouw van Jeruzalem, sprak de profeet Zacharia over deze noodzaak van het luisteren naar God. En God kondigde door Zacharia, dat Hij op Zijn beurt Zijn volk eens zal redden door de Messias. Die zal als een koning van vrede en zachtmoedigheid, de relatie tussen God, de mensheid en de natuur  herstellen.

Elke relatie is pas echt, wanneer er betrokkenheid is, aandacht, en men er luisterend voor elkaar is. Dit geldt voor relaties tussen mensen, maar ook voor de relatie die God wilt met de mens. In het evangelie verwijst Jezus daarom naar de relatie tussen de Vader en de Zoon. Van daaruit nodigt Hij ons vervolgens uit tot wat de kern is van het Christelijk geloof: de relatie van wederzijdse aandacht tussen de gelovige mens en God: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verliching schenken”. Christus vraagt dat wij deze relatie niet zien als een mooi sentimenteel gevoel, maar dat wij die relatie inhoud geven door luisterend te willen leren wat voor God van belang is, hoe God naar het leven en naar de mens kijkt, en naar de waarden en normen die wij in Zijn Woord tegenkomen. Hij nodigt ons uit: “Neemt Mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart”.  Daar waar wij ons hart leggen in ons geloof en in de beleving van onze godsdienst, daar zullen wij in het Woord van God maar ook door alle wisselvalligheden van het leven, mensen zijn die steeds weer gevormd worden door de visie van het Rijk Gods. En het is Paulus die ons in de tweede lezing eraan herinnert dat de Heilige Geest, die ons in het doopsel wordt meegegeven en die in ons woont, ons zal helpen luisterende mensen te worden.

Het luisteren naar Gods Woord zal geregeld van ons vragen keuzen te maken in de verschillende gebieden van het leven, om consequent te leven en de maatschappij in te richten naar de waarden die God ons voorhoudt. Het luisterend in een gelovige relatie leven met God, zal ons soms in conflict brengen met anderen en de martelaren hebben aan den lijve ondervonden dat het aandringen op de waarden van het evangelie niet door iedereen gewaardeerd wordt. Maar zolang wij ons bewust blijven dat Christus zich persoonlijk tot ons richt in het Woord en dat Hij ons nabij is in de sacramenten en in de momenten van gebed, dan zullen wij ook in de realiteiten van armoede, zorgen, lijden en tegenslagen, een vreugde kennen die samenhangt met het besef nooit alleen te zijn, maar dat wij onzichtbaar vastgehouden  worden en gedragen worden door Christus die zegt: “Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16:33).

En zo vragen wij: “Heer, leer ons luisteren. Leer ons luisteren met ons hart, luisteren met onze oren, luisteren naar Uw Woord, luisteren naar wat U ons doet leren van het leven, leer ons ook luisteren naar elkaar. Dat wij al luisterend, steeds meer van U mogen zijn. Amen”.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

2 replies

  1. Hartelijk dank voor uw commentaar op de lezingen. Velen van ons lezen, maar begrijpen vaak niet wat de bedoeling of de juiste uitleg van sommige lezingen is. En vandaag hebben we geleerd dat het luisteren ook belangrijk is. Wat ik tot nu toe moeilijk vind, dat God op een verborgen wijze tot ons spreekt en dat we vaak niet instaat zijn dat te ontdekken. Jammer genoeg dringt het tot ons door als het te laat. Komt door het feit dat we niet goed luisteren ? Hopelijk dat uw uitleg ons leert om beter te luisteren en te geloven met ons hart.

    Like

  2. Gdmrgn alvast, ik bedankt de Heer en U Pater voor de bemoedigende uiteenzetting of lezingen die wij als mensen moeten luisteren. Soms danken wij aan de Heer en Heiland bedankt dt U hb willen luisteren naar onze noden en problemen. Dat geeft al aan dat wij echt mtn luisteren. En ook de bijbel moeten lezen, dat doen vele christenen nog niet.
    Maar ik blijf vr iedereen bidden, zo alleen kunnen onze Heer beter leren kennen dat
    alleen onze God en Koning is. Amen .

    Like

Geef een reactie op Mando Stella Reactie annuleren