MAANDAG 16 MAART
Eerste lezing: Jes.65,17-21
Tussenzang: ps.30,2.4-6.11-12a.13b
Evangelie: Joh.4,43-54
Dagtekst
Ps. 31,7-8: Op de Heer stel ik mijn vertrouwen. Ik mag mij verheugen in uw medeleven, omdat Gij uw ogen niet sluit voor mijn leed.
Overweging
Jezus is in Samaria geweest en heeft daar zijn beroemde gesprek met de Samaritaanse vrouw gehad, dat resulteerde in haar bekering. Dat lezen we in het gedeelte van Johannes 4, dat aan deze perikoop voorafgaat. Onder eigen volk niet gekend en erkend, wel bij ‘vreemden’, zoals de Samaritanen. Daar weet Hij mensen tot bekering te brengen. Nu in Jeruzalem zijn de Galileeërs Hem gunstig gezind en waarom? Omdat ze het wonder bij de bruiloft van Kana hadden meegemaakt, niet omdat ze al tot geloof gekomen zijn. Daarom zegt Jezus ook tot de hofbeambte: “Als je geen wondertekenen ziet, dan geloof je niet.” Ook in onze tijd willen mensen een wonderteken zien, voordat ze tot geloof komen. “Laat God toch de oorlog in Gaza of Oekraïne beëindigen, dan zal ik wel in Hem geloven.” Maar of ze dan tot geloof zullen komen als dat gebeurt? Ik waag het te betwijfelen. Laten we eerder kijken naar de hofbeambte. Jezus zegt tot hem dat zijn zoon leeft, en de man geloofde wat Jezus zei en ging gerustgesteld naar huis. En inderdaad blijkt zijn zoon juist op het moment dat Jezus zei “Uw zoon leeft” weer hersteld te zijn. Jezus zegt tegen Thomas: “Zalig die niet zien en toch geloven.” Ook deze man geloofde Jezus’ woord, hij hoefde niet eerst een wonder te zien. Zijn hele gezin kwam tot geloof. Jezus verricht tekenen, zo zegt Johannes: “Dit was het tweede teken dat Jezus deed.” Maar Jezus verricht deze tekenen niet om mensen daardoor tot geloof te brengen, Hij is geen tovenaar. Hij verricht al deze tekenen, deze wonderen om ons al een glimp te laten zien van dat Rijk Gods, zoals Jesaja het in de eerste lezing beschrijft: daar is niemand meer oud, ziek zwak, of sterft, daar is eten in overvloed en is iedereen gelukkig. Geloven wij in Hem op zijn Woord, of moeten wij ook eerst wonderen zien?
Gebed
God, Gij maakt de wereld nieuw door wonderbare tekenen van heil. Wij vragen U: geef dat uw Kerk groeit door deze Sacramenten van eeuwig leven en niet verstoken blijft van hulp in het tijdelijke. Door onze Heer, Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
DINSDAG 17 MAART
Eerste lezing: Ez.47,1-9.12
Tussenzang:ps.46,2-3.5.6.8-9
Evangelie: Joh.5,1-3a.5-16
Dagtekst
Jes.55,1: Zo spreekt de Heer: Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt drinken en weest verheugd!
Overweging
In het evangelie horen we ook over de heilbrengende en leven gevende kracht van het water: wie op het juiste tijdstip baadt in de badinrichting van Bezeta zal genezen worden van zijn verlamming. Deze man gelukt het steeds niet om op tijd in het water te komen en verkrijgt zo geen genezing. Maar hij hecht geloof aan het woord van Jezus, zoals ook de hofbeambte gisteren in het evangelieverhaal. Het staat er vandaag niet zo expliciet als gisteren, maar toch komt het op het geloof van de man aan. Als Jezus zegt: “Sta op, neem je bed op en loop”, doet hij dat en het lukt hem warempel ook nog om te kunnen lopen! Hij weet niet wie het is die hem genezen heeft, maar hij komt Jezus later tegen in de tempel. En dat is niet toevallig, immers de tempel is het huis van de Vader, waar Jezus ook thuis is. Dan weet de man ineens ook dat het Jezus is, zonder dat Hij zich aan hem kenbaar maakt. Jezus wijst hem op de juiste weg in het leven om gezond te blijven, naar lichaam én naar geest: “Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt.” Hij volgt Jezus na, ook bij hem kun je zeggen dat zijn geloof hem genezen heeft. Jezus laat zien hoe het Rijk Gods zal zijn: daar is niemand meer verlamd, ziek of gaat dood. Daar is het eeuwig leven. Maar deze boodschap ontgaat een deel van de Joden, zij kijken alleen maar naar het feit dat Hij op sabbat geneest, dus werkt! Dit zijn de mensen die alleen regeltjes naleven en niet leven vanuit liefde en barmhartigheid, zoals ook zovelen in onze tijd, buiten én in binnen onze Kerk.
Gebed
Zo spreekt de Heer: Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt drinken en weest verheugd! Amen.
WOENSDAG 18 MAART
Eerste lezing: Jes.49,8-15
Tussenzang: ps.145,8-9.13cd-14.17-18
Evangelie: Joh.5,17-30
Dagtekst
Ps.68,14: Mijn gebed, Heer richt ik tot U: nu is het de tijd van genade. Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt en trouw in het verlenen van hulp.
Overweging:
God wil voor ons zijn genade, Paas-leven. Eigenlijk laat de schepping ons dat al zien. De jaargetijden laten ons zien dat het afsterven en de dood een weg zijn naar vernieuwd leven. Zo mag het ook zijn in het christelijk leven. God wil voor ons het leven, ‘Eeuwig leven’. Dat betekent niet zomaar straks verder leven. Maar zo leven dat het een doorgang wordt tot volheid van leven en daardoor eeuwig leven. Het is aan ons om zoals Jezus en in Hem ruimte te hebben voor die dimensie van het leven. Wij hebben de neiging om het leven zelf te maken. En om er alles uit te halen wat erin zit, zoals mensen dat kunnen zeggen. We willen LEVEN! Maar wat is dat? Woorden als leuk, te gek en genieten zijn sleutelwoorden. Maar dat moet dan wel binnen het bereik blijven van wat wij als leven zien, of in ieder geval als waard om voor te leven, anders… Wat is dan nog het leven? Dan valt er niets meer te leven, dat is geen leven. En dan moet je creatief met het leven omgaan. Want zo hebben we het al geleefd en zo sluiten we het ook af. ‘Eeuwig leven’ is dus eigenlijk voor velen geen echt perspectief meer. Je moet nu alles uit het leven halen, want het is begrensd. Maar wat dat leven is, kies ik zelf en ook wanneer het ophoudt. Dat leven is namelijk van mij! In een rouwadvertentie stond te lezen: ‘ik was’. Het moet ons dan niet verbazen dat de Kerk, het christelijk leven voor veel mensen geen thema’s meer zijn. Niet alleen omdat het door alle negatieve mediathema’s voor mensen heeft afgedaan, maar ook omdat haar gedachtengoed, haar geestelijke waarden niet interessant zijn. Jezus zegt: “De Zoon kan niets uit zichzelf”. Mensen zullen zeggen: wat is dat voor een gewauwel! Dan leef je toch helemaal niet, als je het van anderen laat afhangen, hoe word je dan toch jezelf? Je mag het leven nou juist zelf ontvouwen. We moeten kinderen helpen zien hoe breed het spectrum is, hoeveel er is aan genderdiversiteit; zoals bigender, transgender, non-binair, agender, enzovoort. Alsof het verschillende merken van jeans betreft, zei de dominicaan Radcliff in een interview. Wij maken ons leven, we creëren onze eigen identiteit. En we menen ook te kunnen bepalen, en vinden dat zelfs een grondrecht, wanneer het ophoudt. Alsof het ophoudt wanneer ik dat wil! Wij zijn zelf de ‘heer’ geworden over het leven. Dat doe ik zelf! “Ik kan niets uit Mijzelf.” Gewauwel? Eigenlijk is dát fundamenteel aan het leven. Een kindje, en bij mensen is het in de natuur wel heel duidelijk aanwezig, kan niets. Het zou alleen ook zeker niet overleven. Maar dat niet alleen, voor onze diepste identiteit heeft het liefde, betrokkenheid van anderen nodig. Alleen zo komt het kind tot leven. “Als ik de liefde niet heb.” Dat is het hart van het leven. Daarom is het Huwelijk een Sacrament. Het mag in deze wereld zichtbaar maken wat het hart van het leven is. “De Vader toch heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij doet.” De liefde, dat is de Vader die als bron van liefde uit zichzelf weggaat: Hij spreekt zichzelf uit. En de Zoon die uitdrukking wordt van dat geheim, juist in zijn anders-zijn, in zijn Zoon-zijn, openbaart ons zo hoezeer de liefde om niet is. Het is de dynamiek in de Heilige Geest. Daarom is Jezus zo’n unieke mens. “Ik zal u vormen en u maken als de man van het Verbond.” Zo heeft de profeet het gezien. Persoonlijk, maar daardoor ook als een geheim dat gemeenschap wekt. “De Zoon kan niets uit zichzelf maar alleen datgene wat Hij de Vader ziet doen.” Zo is het in God, en daar mogen wij een afspiegeling van zijn. Waar ouders hun kinderen in liefde en waarheid begeleiden, vinden de kinderen daar al veel van hun identiteit. En daarin drukken zij uit hoe God er wil zijn voor ieder van ons. Hoe Hij ons ten diepste brengt tot onze identiteit, omdat we zijn kinderen zijn. Zoals bij Jezus, wij zijn zonen en dochters in Hem. “Nog grotere werken zal Hij Hem tonen.” Het is de zelfgave uit liefde waarin de Vader de Zoon voorgaat en waarin de Zoon volgt. Zo wekt de Vader leven, in de vele genezingen die Jezus doet in zijn naam en uiteindelijk in zijn zelfgave ten leven. “Ik kan niets uit Mijzelf.” Dat is het geheim van de gave. Wat je geeft, ben je kwijt maar onze gave ligt ingebed in de scheppende zelfgave van de Vader die altijd vernieuwd leven wekt. Zo heeft Hij Jezus uit de dood doen opstaan, en zo wil Hij in ieder van ons leven wekken, tot volheid van leven, samen met Jezus. In Jezus vinden wij zo onze identiteit. “De ontmoeting met Jezus is het uur van de waarheid”, heeft iemand ooit gezegd. Dat is het hart van het leven. Het is de liefde die je leidt, vormt, tot jezelf laat komen, mens doet worden. Het Joodse volk heeft mogen zien hoe dat van meer buitenkant, de schepping, de natuur, de geschiedenis, langzaam naar binnen werkt. Van natuur naar de ziel van de dingen, door de Geest die dat alles bezielt. Het oordeel is dan ook niet een van buiten opgelegde straf maar de consequentie van de keuzes die wij durven maken in Hem. Kies dan voor het leven, zoals de Schrift het ons zegt. Een tijd van stilte, ons gebed, stuwt ons in dat wonderlijke geheim als een thuis, nu al!
Gebed
Heer, gevormd door het onderhouden van deze veertig dagen en gevoed door uw woord, vragen wij: laat ons door een leven van matigheid U van ganser harte zijn toegewijd en eensgezind volharden in gebed tot U. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
DONDERDAG 19 MAART HOOGFEEST VAN DE H. JOZEF BRUIDEGOM VAN DE H. MAAGD MARIA
Eerste lezing: 2Sam.7,4-5a.12-14a.16
Tussenzang: ps. 89,2-5.27.29
Tweede lezing: Rom.4,13.16-18.22
Evangelie: Mt.1,16.18-21.24a of Lc .2,41-51a
Dagtekst
Lc.12,42: Dit is de trouwe en verstandige dienaar die de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.
Overweging
In de verering voor de heilige Jozef komt hij er in de eerste tien eeuwen in de Kerk maar karig van af. In de traditie en de overlevering van die eeuwen vinden we geen schrijver, dichter en zelfs geen heilige die de grootheid van deze eenvoudige timmerman uit Nazareth, echtgenoot van de Maagd Maria en voedstervader van Jezus bezingt. Het duurde tot de 14e eeuw voordat Jean Gerson, de grote kanselier van de Parijse universiteit, de kans heeft gegrepen om de heilige Jozef in de westerse geschiedenis een plaats te geven. Hij was zijn tijd vooruit. In een schrijven aan hertog Jean de Berry, de broer van de Franse koning, deed hij een verzoek de devotie tot de heilige Jozef te bevorderen. Onder andere schreef hij: “Wat een vertrouwen mag men stellen in de heilige Jozef. Als echtgenoot kon hij zich wenden tot de maagd Maria. Als voedstervader van Jezus vermag zijn woord veel bij Hem.” Als grote vereerders van de heilige Jozef mogen we verder noemen de heilige Theresia van Avila, paus Sixtus IV, en Bossuet met zijn beroemde woorden: “God koos zich een man naar zijn hart!” Verder noemen we nog de heilige Franciscus van Sales, alsook de heilige paus Johannes XXIII, die bij de aankondiging van het Tweede Vaticaans Concilie de woorden sprak: “Wanneer er één hemelse beschermer wordt aangewezen om tijdens de voorbereidingen en het verloop van het concilie de ‘virtus divina’, de goddelijke kracht van de hemel af te smeken, dan is er tussen al die hemelingen niemand aan wie wij dit beter kunnen toevertrouwen dan aan de heilige Jozef. Hij is immers het hoofd van het heilig huisgezin en de beschermer van de Kerk. Moge de heilige Jozef, de trouwe bruidegom van de maagd Maria, het concilie met zijn gebeden begunstigen!” En de heilige paus Johannes Paulus Il schreef een brief over de heilige Jozef onder de titel ‘Redemptoris Custos’, de Hoeder van de Verlosser, met de woorden: “Moge de heilige Jozef voor de Kerk en voor de wereld en ook voor ieder van ons de zegen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest verkrijgen!” Mogen wij in deze geest vandaag dit hoogfeest met vreugde en dankbaarheid vieren!
Gebed
Almachtige God, Gij hebt aan de heilige Jozef de taak gegeven om als een trouw dienaar te waken over het begin van uw heilswerk. Geef dat uw Kerk, op zijn voorspraak, altijd zorg draagt voor de voltooiing van dit mysterie. Door onze Heer, Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
VRIJDAG 20 MAART
Eerste lezing: Wijsh.2,1a.12-22
Tussenzang: ps.34,17-21.23
Evangelie: Joh.7,1-2.10.25-30
Dagtekst
Ps.53,3-4: Dit is de trouwe en verstandige dienaar die de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.
Overweging
Het is nu meer dan 1700 jaar geleden dat op het concilie van Nicea werd vastgesteld dat Jezus werkelijk én mens én God is. In die tijd waren er, net als in onze tijd, zeer velen die niet geloofden in de godheid van Jezus. Hoe kan dat ook? We zien en horen een mens, en God? God is zo oneindig verheven en onzichtbaar. Is de aanspraak van Jezus op zijn relatie met de Vader wel waar? Is die grote God zo, dat Hij zich klein wil maken in een mens die nog wel vervolgd en vernederd wordt? Waarom zou God dat doen? Is het niet veel logischer om Jezus als een mens met goddelijke kwaliteiten te zien? Zo redeneerden ze en in de tijd van Nicea waren er zelfs vele bisschoppen die het geloof in de echte goddelijke natuur van Jezus niet meer geloofden. We moeten het dan ook niet zo raar vinden dat in de lezingen van deze dag de Joodse gelovigen in hun vroomheid menen dat Jezus niet van Godswege komt. Want ze denken Hem te kennen: “Van deze man weten wij waar Hij vandaan is; wanneer echter de Messias komt, weet geen mens waar Hij vandaan komt.” De twijfel slaat toe en als Jezus dan antwoordt met een belijdenis van zijn godheid (“Ik ben niet uit Mijzelf gekomen maar Die Mij gezonden heeft is waarachtig; Hem kent gij niet. Ik ken Hem omdat Ik uit Hem ben en Hij Mij heeft gezonden”) willen ze zich van Hem meester maken. Godslastering! Hoe kan een mens zich zo tot God maken? Het is een te verheven geloof wat hen tot moordenaars gaat maken. Hun godsbeeld klopt niet, maar laten we wel eerlijk zijn: het is ook nogal een stap om door het menselijke van Jezus heen te kijken en echt te geloven: dit is de Zoon van God! De belijdenis van Petrus en allen die Hem geloven, is er niet zomaar. Jezus zegt zelf dat dit geloof door de Vader gegeven wordt, wij zeggen: door de Geest in de mens gewekt. Het is een gave, geen mensenwerk. Wij moeten daarom niet te snel over de twijfel en vragen van de Joden heenlopen, noch van de bisschoppen in de tijd van Nicea. Bidden we liever dat we zelf de gave van het geloof mogen ontvangen en behouden! Het vraagt elke dag een stap over het menselijke heen om te blijven belijden: “Hij is door de Vader gezonden, Hij is de Zoon.” Vooral als deze Messias moet lijden en sterven, wordt ook van ons gevraagd tot onder het kruis vast te houden aan dat geloof.
Gebed
God, Gij hebt voor de hulp gezorgd die wij in onze zwakheid nodig hebben. Geef dat wij de genade van ons herstel met vreugde ontvangen en door een heilig leven daarvan blijven getuigen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
ZATERDAG 21 MAART
Eerste lezing: Jer. 11,18-20
Tussenzang: ps.7,2-3.9bc-12
Evangelie: Joh.7,40-53
Dagtekst
Ps.18(17),5-7: De dood omklemde mij en maakte mij angstig, pijnlijk omklemde mij de macht van het dodenrijk. In mijn nood riep ik tot de Heer en vanuit zijn heilige woning luisterde Hij naar mijn gebed.
Overweging
Er is ook in de Kerk van onze tijd een hoop verdeeldheid. Er is niet meer zo veel strijd over de persoon van Jezus, want helaas moeten we aannemen dat een meerderheid veel te weinig met Jezus bezig is. Onderzoeken laten vaker zien dat de gedoopten niet massaal geloven dat Jezus Gods Zoon is, of werkelijk verrezen is. Het moderne arianisme is overal: vanaf de jaren ‘60 haalden steeds meer theologen Jezus onderuit. Hij werd het verhaal van een unieke mens, een voorbeeld, of soms zelfs een soort goeroe. Maar God? In de onverschilligheid over Jezus is de nieuwe verdeeldheid meer verschoven naar bijzaken als neomarxistische vragen over gelijkheid en macht, of seksualiteit en relaties. Een dwaalspoor waar ook gelovigen zich veel te veel in laten meeslepen. Net als in de tijd van het evangelie dat we vandaag lezen, is de dialoog niet erg genuanceerd. Zelfs als we hard bidden dat synodes door Gods Geest gedragen worden, blijken ook nu nog pressiegroepen en de hardste schreeuwers vaak bijzaken uit te vergroten en daardoor weg te drijven van de kern. In de tijd van Jezus gaf het geschreeuw de doorslag om Hem te kruisigen. Toen een menigte op het plein bij Pilatus, nu de influencers, media en praatprogramma’s. Of het nu gaat om de persoon van Jezus of de moraal: de strijd wordt zelden eerlijk beslecht en de boosheid van de mens blijkt na meer dan 20 eeuwen nog niet bekoeld. Net zoals de invloed van degene die we als leugenaar en verdeler beschouwen: de aloude satan die weliswaar niet meer aan de gelovige zielen kan komen voor de eeuwigheid maar in onze tijd nog steeds hevige vervolgingen loslaat op degenen die wél vasthouden aan Jezus als de ware Messias. Hoe kunnen wij volharden? Waarschijnlijk winnen we het niet van de schreeuwers. Paus Leo gaat voor in een liefdevolle en zachtmoedige dialoog. Duidelijk maar niet militant. Hij lijkt wel op Nicodemus, die in de stilte Jezus blijft zoeken, tegen de stroom in. Sommigen zouden wensen dat pausen en bisschoppen harder in de arena van de verdeeldheid zouden optreden. Dat lijkt niet de weg. Jezus deed dat zelf ook niet, Hij was het Lam, zoals Jeremia zegt, dat zich laat slachten als offer. De Mensenzoon schreeuwt niet, stookt niet, doet niet aan politiek. Zijn rijk is niet van deze wereld. Laten wij Hem daarin navolgen. Verdeeldheid en twist zijn van alle tijden. Wie stil blijft geloven in zijn hart, zal de ware Jezus ontmoeten en gered worden.
Gebed
Heer, laat uw barmhartigheid in ons haar werk verrichten en leiding geven aan ons hart, want zonder uw hulp is het onmogelijk U welgevallig te zijn. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.