Vormselreis naar Ligorio en Semoisie

Pastoraal bezoek in het hart van de Amazone

Tapawatra bij de samenvloeiing Pikin en Gran Rio in de Surinamerivier

Samen met pater Kenneth Vigelandzoon bracht ik van 26 februari tot en met 3 maart een pastoraal bezoek aan de dorpen Ligorio aan de Gran Rio en Semoisie aan de boven-Surinamerivier. Wij werden bijgestaan door de catechisten Godfried Adjako – tevens bootsman en kapitein van Kayapati – en Harry Linga uit het dorp Lespansi.

Godfried, wiens Germaanse naam ‘vrede van God’ betekent, kent de rivier op zijn duimpje. Die goddelijke bescherming konden we goed gebruiken, want noch pater Kenneth noch ondergetekende zijn geoefende zwemmers. Met Godfrieds ervaring, zijn 40 PK-motor en zijn behendigheid konden wij echter ontspannen genieten van deze telkens weer adembenemende tocht over de Surinamerivier. Het was gelukkig bewolkt, maar toch werd onze huid enkele tinten donkerder door de brandende zon. Pater Kenneth trekt daarbij steevast zijn Franciscaanse sandalen uit, omdat hij niet houdt van de blanke streepjes die zichtbaar worden wanneer de sandalen worden uitgetrokken.

Pater Kenneth vertoont meer van die Franciscaanse kenmerken. Hij neemt het absolute minimum aan levensmiddelen, kleding en comfort mee en volgt nauwgezet wat Jezus zijn leerlingen opdroeg: “Neem niets mee voor onderweg dan een stok; draag wel sandalen en eet wat u wordt voorgezet.” Dat betekent soms witte rijst met drooggebakken visjes, rijkelijk gezouten.

De reiskosten van Paramaribo naar Ligorio en terug bedragen ongeveer SRD 20.000. Als wij werkelijk een missionaire Kerk willen zijn, is het onvoldoende om eenmaal per jaar voor SRD 250 een Bonte Vlinder te kopen ter ondersteuning van het werk in het binnenland. Iedere parochie zou minstens één keer per jaar een fondsenwervende activiteit moeten organiseren voor het missioneringswerk. Het is dan ook begrijpelijk dat pater Kenneth deze reizen bij voorkeur samen met consulenten van het RKBO onderneemt om de kosten te delen. Helaas konden zij dit keer wegens ziekte niet meegaan. De teleurstelling bij de leerkrachten was duidelijk merkbaar, omdat zij echt uitzien naar begeleiding vanuit de stad.

Ligorio

Ligorio is een uniek katholiek dorp. Begin vorige eeuw nodigden de dorpelingen zelf de missie uit om daar het evangelie te verkondigen. Zij legden een reis van elf dagen af om de priester op te halen – en deden dat met vreugde. Tot op de dag van vandaag is die trots op het katholieke geloof voelbaar. De priester, en zeker de bisschop, wordt er ontvangen als een koning, met zang, muziek en ceremonieel.

Opmerkelijk is dat gedurende het grootste deel van het jaar vooral basisschoolkinderen, senioren, enkele volwassen vrouwen en slechts een beperkt aantal mannen in het dorp aanwezig zijn. De werkende bevolking verblijft in het bos, in de stad of in Frans-Guyana. Ook valt op dat het aantal leerlingen per leerjaar sterk uiteenloopt. Dit is het gevolg van migratie van complete gezinnen naar de stad: zo telt leerjaar 1 tweeëntwintig leerlingen, terwijl leerjaar 2 er slechts elf heeft.

De urbanisatie is niet alleen zichtbaar, maar ondermijnt ook de vitaliteit en ontwikkeling van de dorpen in het binnenland. Er bestaan geen actuele statistieken om dit proces goed te volgen en daarop beleid te baseren. Het RKBO zou er goed aan doen de ‘stand per 15 oktober’ te publiceren, met daarin de aantallen leerlingen per klas en de bevoegdheden van de leerkrachten.

Het vormsel in Ligorio

het heilig vormsel. Op de achtergrond pater Kenneth en Catechist/kapitein Friso Amalia

Het vormsel vormde een bijzonder hoogtepunt van het bezoek. Plechtig werd de bisschop bij zijn residentie opgehaald door de vormelingen, die hem zingend door het dorp naar de kerk begeleidden. Eerst werd hij naar het Markus Pobosi-kamp gebracht, een gebouw naast de kerk waar deze aartsvader van het dorp wordt geëerd. Daar zongen de kinderen uit volle borst – een ware warming-up voor de plechtigheid die zou volgen.

Opvallend was dat de kinderen ditmaal niet, zoals in 2019, in witte kleding met handschoenen verschenen, maar dat de kledij volledig was geïnculureerd in de lokale cultuur. Er moet nog worden gewerkt aan een volledig in het Saramakaans gevierde liturgie, maar deze ontwikkeling stemt hoopvol.

Ik kreeg uitgebreid de gelegenheid om mijn vastenbrief met de gemeenschap te bespreken. De mensen hier leven nog sterk vanuit traditionele waarden als saamhorigheid, solidariteit en gemeenschapszin. Die waarden staan echter onder druk. Het leven in de stad lijkt aantrekkelijk, maar brengt ook vervreemding met zich mee.

De preek werd in het Nederlands gehouden en ik had de indruk dat iedereen mij goed kon verstaan, mede dankzij het feit dat de school hier al meer dan een eeuw aanwezig is. De kapitein vertaalde mijn woorden prachtig in het Saramakaans. Dat sluit bovendien aan bij de traditie dat een kapitein of granman nooit rechtstreeks spreekt of wordt aangesproken, maar altijd via een basja.

Elektriciteit en lichtmotoren

Dagelijks was er elektriciteit van 19.00 tot 21.00 uur. Dat ritme bevorderde een gezond leefpatroon: vroeg naar bed en bij het krieken van de dag weer opstaan. In omliggende dorpen is inmiddels een netwerk van zonnepanelen aangelegd. Rond de jaarwisseling werd er een week proefgedraaid, waarna de Chinese aannemer vertrok. Sindsdien wacht het dorp in spanning af wanneer ook hier 24 uur per dag stroom beschikbaar zal zijn.

Er doen geruchten de ronde dat de president persoonlijk moet komen om de installatie officieel in gebruik te nemen, maar dat lijkt niet de werkwijze van deze president. Pogingen om de verantwoordelijke minister te bereiken zijn tot dusver vruchteloos gebleven. Zonder snelle en duidelijke communicatie dreigt hier een groeiende politieke desillusie.

Met continue elektriciteit openen zich talloze nieuwe mogelijkheden: afstandsonderwijs, koelkasten en diepvriezers, naai- en borduurmachines, elektrische zaag- en schaafmachines, mortuaria en meer. Tegelijk zijn er ook risico’s, zoals overlast door keiharde muziek van mannen die over een eigen lichtmotor beschikken en deze ongecontroleerd gebruiken. Daarnaast zal men moeten leren om overdag het licht uit te doen, anders dreigt opnieuw het bekende probleem: “Winti way, lanti pay.”

Lekkende kranen en waterbeheer

Tijdens wandelingen door de dorpen viel het op hoeveel kranen lekken. Bij de scholen zijn toevoerbuizen van dakgoten naar waterbakken vaak kapot. Het zou een verplicht onderdeel van de catechistenopleiding moeten zijn om eenvoudige reparaties uit te voeren: kranen vervangen, afvoerbuizen herstellen en de waterhuishouding op orde houden. Elk dorp zou moeten beschikken over een basisgereedschapskist.

Water – en vooral schoon drinkwater – is essentieel. Hoe kan men onderwijs verzorgen zonder water om de toiletten door te spoelen? Gelukkig heeft de overheid veel werk verzet om de dorpen van waterleiding te voorzien, maar onderhoud blijft cruciaal. Met relatief kleine ingrepen en kennisoverdracht zou het leven in de dorpen aanzienlijk verbeteren.

Onderwijs en gemeenschapsontwikkeling

Het onderwijs is nauwelijks afgestemd op het binnenland en de cultuur van de bewoners. Het is sterk klassikaal, top-down en gericht op uit het hoofd leren. Landbouwonderwijs ontbreekt volledig, terwijl het oerwoud letterlijk achter de school begint. Een eenvoudige schooltuin of kas, waarin kinderen leren groenten te verbouwen, hoeft nauwelijks geld te kosten.

De kinderen zien er over het algemeen gezond uit, dankzij de overvloed aan bosvruchten zoals awara, maripa en manja. Met gerichte voorlichting zouden dorpen ook cash crops kunnen verbouwen die meer opleveren dan goud, waarvoor mannen vaak hun leven riskeren.

Pater Kenneth is bijzonder gesteld op soeroe. Deze plant groeit hier bijna vanzelf, maar de medicinale werking is nauwelijks bekend. Met enige begeleiding zouden vrouwen vaste leveranciers kunnen worden voor sapfabrieken in de stad, zoals Michi.

In Semoisie klaagden vrouwen dat pingo’s hun cassavevelden in één nacht volledig hadden vernield. Hoewel enkele dieren werden geschoten, besloten de vrouwen over te stappen op rijstteelt. Maar zonder cassave is er geen cassavebrood – een basisvoedsel voor het hele jaar. Onderwijs zou daarom veel breder en praktischer moeten zijn, in interactie met vrouwen die planten, mannen die jagen en vissen, en met de kennis van het bos. Kinderen leren nu alle hoofdsteden van de wereld uit het hoofd, terwijl kennis van medicinale planten hen wellicht een duurzaam bestaan zou kunnen bieden.

De Pater Albrinck Stichting (PAS)

Samen met pater Kenneth luisterde ik een ochtend lang naar een oud-medewerker van de Pater Albrinck Stichting, die met nostalgie sprak over de bloeitijd van deze katholieke ontwikkelingsinstelling. Met pijn in het hart constateerde hij echter dat de PAS tegenwoordig een minder prominente rol speelt in het binnenland.

In plaats daarvan verschijnen tal van kortstondige stichtingen die geen lokale verankering hebben, maar wel pretenderen het binnenland te ontwikkelen. Deze wildgroei zou moeten worden ingedamd. Instellingen die decennialang vertrouwen hebben opgebouwd, verdienen een actievere rol.

Er is nog veel werk te doen op het gebied van gemeenschapsopbouw, landbouw- en voedingsvoorlichting, vrouwenemancipatie en duurzaamheid. Bovendien heeft de PAS onvoldoende ingespeeld op nieuwe thema’s zoals bosbescherming, ecotoerisme, behoud van traditie en traditioneel gezag, grondenrechten en klimaatverandering. De bisschop werd dan ook dringend verzocht deze instelling nieuw leven in te blazen.

Semoisie

Semoisie, het dorp met de steile oevers, deden wij aan op de terugweg. De ontvangst was hier beduidend soberder dan in Ligorio. We sjouwden onze bagage omhoog en mochten logeren in de huisjes van een klein resort van de plaatselijke catechiste. Er verbleef slechts één gast: een marron uit Tilburg, die zichtbaar genoot van zijn avondwandelingen door het dorp.

Ecotoerisme blijkt geen vetpot voor de kleine ondernemer – gelukkig maar, anders hadden wij geen gratis onderdak gehad. Pater Kenneth is bezig het pastoorsverblijf stukje bij beetje terug te veroveren op vleermuizen en houtluizen: een strijd die nooit definitief gewonnen zal worden, zeker niet bij sporadisch bezoek.

Bij recente overstromingen steeg het water tot een meter hoog in de huizen en klaslokalen van de Kapitein Mangoschool. Deze school bestaat al 62 jaar en vrijwel iedereen in het dorp heeft er onderwijs genoten. Een van de kapiteins klaagde dat consulenten al lange tijd wegblijven, waardoor het niveau van de school achteruitgaat.

Steiger en erosie

Door de steile oevers is de erosie aanzienlijk. Onlangs stortte een kolossale manjaboom in de rivier. De onderwijzerswoningen, prachtig gelegen aan de oever, lopen het risico binnen enkele jaren eveneens ten prooi te vallen aan afkalving. Ook de aanmeersteiger van de school verkeert in zorgwekkende staat. Zonder ingrijpen zal deze kostbare steiger binnenkort instorten. Hier is dringend technische ondersteuning en deskundigheid nodig om verdere schade te voorkomen.

Vormsel in Semoisie

In Semoisie werden slechts enkelen gedoopt, gevormd en tot de eerste communie toegelaten. Tijdens een eerdere reis maakten de kapiteins duidelijk dat de geringe belangstelling mede te maken heeft met het ontbreken van een eigen begraafplaats. Semoisie is een transmigratiedorp en ligt op grond van een andere lo, die geen toestemming geeft voor een katholieke begraafplaats.

Hier ligt een taak voor intensieve diplomatie met de granman. In de marroncultuur hebben de doden immers meer zeggenschap dan de levenden – een realiteit die voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen is, maar binnen Afrikaanse culturen diep geworteld ligt.

De zang was ook hier buitengewoon, al miste ik de drums en het traditionele slagwerk zoals in Ligorio. Het is een taak voor boslandpastores om mensen bewuster te maken van de schoonheid van hun eigen muziekinstrumenten, die kinderen als vanzelf bespelen. Deze instrumenten sluiten vaak beter aan bij hun cultuur dan westerse keyboards, elektrische gitaren en drumstellen. Opvallend was de actieve deelname van leerkrachten aan de viering – iets wat ik in de stad en aan de kust helaas vaak mis.

Telesur en Digicel

Terwijl pater Kenneth probleemloos kon appen met zijn Digicel-abonnement, bleek ik met mijn Telesur-verbinding verstoken van internet. Ik begon ware ontwenningsverschijnselen te vertonen: prikkelbaarheid en concentratieverlies. Pas kort voor vertrek wees mijn reisgenoot mij één plek in het hele dorp aan – onder een grote manjaboom aan de rivier – waar bereik was.

De berichten stroomden binnen en het voelde alsof ik weer vrij kon ademen. Al mijn vrienden hebben inmiddels de foto’s langs de rivier gezien. Opvallend genoeg is er over het algemeen goed mobiel bereik, zelfs tot in de uithoeken van ons land. Met deze technologie zou de Kerk veel beter kunnen inspelen op evangelisatie en dialoog. Vrijwel iedereen beschikt over een smartphone. Wat weerhoudt ons ervan om deze middelen actief te benutten in een werkelijk synodale Kerk, ook in het binnenland?

Vormelingen Ligorio met hun leidster Esselien Pobosi



Categorieën:geloof en leven

Plaats een reactie