Commentaar op de Lezingen van de 5e zondag door het Jaar (Jaar A) door pater Esteban Kross

Achtergrond van de eerste lezing (Jesaja 58: 7-10)

In het boek Jesaja worden we er telkens aan herinnerd dat geloof en heiligheid, dus het toebehoren aan God, niet slechts bestaan uit gebed, kerkdiensten en religieuze uitingen als vasten of het dragen van een religieus symbool aan een ketting om je nek. Omdat God liefde is, doet Hij Zich steeds weer kennen als een God die mensen bevrijdt van wat het leven onderdrukt. God bevrijdde de Hebreeuwse slaven door de hand van Mozes uit de slavernij en ellende in Egypte. Daarom zullen mensen alleen werkelijk aan God toebehoren als zij ook oprecht proberen om zich zo een liefde en betrokkenheid naar medemensen toe eigen te maken.

Eerste lezing: Jesaja 58: 7-10

Dit zegt de Heer: “Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet, en keer u niet af van uw medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan tot de Heer bidt, zal Hij u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept zal Hij antwoorden: “Hier ben ik”. Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag”. Zo spreekt de almachtige Heer.

Tussenzang:  Psalm 112

Refrein: DE RECHTVAARDIGE IS VOOR DE VROME EEN LICHT IN DE NACHT.

1. Hij is voor de vromen een Licht in de nacht

weldadig, barmhartig, rechtvaardig.

Goed gaat het de man die weggeeft en leent,

die eerlijk zijn zaken behartigt.

2. In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk,

men blijft hem voor eeuwig gedenken.

Voor slechte tijding is hij niet bang,

hij blijft ongeschokt op de Heer vertrouwen.

3. Standvastig en zonder vrees zet hij door,

met mildheid deelt hij aan armen uit.

Hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen,

zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds.

Achtergrond van de tweede lezing (1 Korintiërs 2: 1-5)

Paulus had de geloofsgemeente van Korinte zelf gesticht. In het begin was hij nerveus geweest en soms angstig. Hij denkt daaraan terug in deze brief en zegt aan de Korintiërs dat hij in die periode, en ook daarna, had ervaren dat ondanks die menselijke tekortkomingen en onervarenheid, God hem geleid had, hem sterk had gemaakt, en hem had doen uitgroeien tot een sterke religieuze leider. Paulus had steeds gepredikt over de diepe betekenis van het kruis: aan het kruis heeft Jezus de last van de zonde der wereld op zich genomen en verzoend. Aan het kruis toont zich het verlossend mededogen en de kracht van God.

Tweede lezing: 1 Korintiërs 2: 1-5

Broeders en zusters, toen ik u het getuigenis van God kwam verkondigen, deed ik dat niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid. Ik had mij voorgenomen u geen enkele wetenschap te brengen dan die van Jezus Christus en zijn kruis. Bovendien voelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, had niets te danken aan de overredingskracht van de `wijsheid’, maar het getuigde van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God.

Achtergrond van de evangelielezing:  (Matteüs 5: 13-16)

Jezus neemt twee hele bekende symbolen uit het leven van iedere dag om over onze roeping te spreken om werkelijk Zijn leerlingen te zijn. In de overweging zullen wij zien hoezeer in Jezus’ tijd zout een veel grotere plaats innam in het leven van de maatschappij van toen, dan in die van onze moderne tijd. Door de veelzijdige kracht van zout was het enorm waardevol en maakte men er op allerlei manier gebruik van. Zo moeten wij leerlingen zijn met de kracht van zout en met het heldere licht van onze goedheid die voortkomt uit het geloof in God die liefde is.

Evangelie: Matteüs 5: 13-16

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is”.

Overweging:

Voor deze zondag richt ik mijn overweging bij de lezingen rond Jezus’ oproep: “Jullie zijn het zout der aarde en het licht der wereld”

Wanneer Jezus in de Bergrede zegt: “Jullie zijn het zout der aarde en het licht der wereld,” grijpt Hij terug op wat zijn toehoorders van binnenuit kenden. Zout was in Jezus’ tijd onmisbaar. De meeste vis die in het Meer van Galilea werd gevangen werd gelijk schoongemaakt, gezouten, gedroogd en verpakt om vervoerd te worden naar de grote markten van Jeruzalem en enkele andere steden. Zonder zout bleven ook vlees en zuivelwaren niet lang houdbaar en zouden snel bederven. Zout garandeerde dus de voedselzekerheid, maakte het behoud en transport van producten en dus van handel tussen regio’s mogelijk. Maar in het Israël van die tijd was er ook voortdurend zout nodig voor allerlei ambachtelijke processen van iedere dag, zoals het verwerken van dierenhuiden tot leer, het verven van stoffen, het maken van sterke keramieken huishoudelijke artikelen en het vervaardigen van inkt. Ook was de geneeskracht van zout bekend voor het ontsmetten van wonden en bij het vervaardigen van medicijnen. Maar dan nog belangrijker: zout was in Jezus’ tijd ook een religieus symbool. Geregeld hoorden Zijn tijdgenoten in de synagoge deze tekst uit Leviticus 2:13 voorgelezen worden: “Aan elk graanoffer moet zout worden toegevoegd: het zout, als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken. Ook aan de andere offers moet zout worden toegevoegd”.

In de oudheid stond zout dus aan de basis van arbeid, handel, gezondheid en religie. Het behoedde tegen bederf, gaf duurzaamheid en maakte samenleven mogelijk. Zout was in die tijd onmisbaar. En verder wisten de Joodse tijdgenoten van Jezus dat zout in hun Heilige Schrift ook een teken was van hun verbond met Jahweh, de God van Israël.

Denken we nog wat verder na over die wezenlijke noodzaak van zout in de samenleving van die tijd. Wanneer zout ontbrak, werd het gemis onmiddellijk voelbaar. Zout maakte op allerlei manieren het verschil. Zout heeft bijvoorbeeld een reinigende werking. Zout desinfecteert, doodt bacteriën op de plek van verwonding of van ontstekingen. Hier ligt er een sterk aspect van Jezus’ boodschap. Eigenlijk zegt Hij dus: op plekken waar er sprake is van morele vervuiling of waar het leven verziekt wordt, daar is behoefte aan zoiets als zout. Zout dat schoonmaakt, dat reinigt en zuivert. Jullie zijn dat zout.

Zout is ook een smaakmaker. Het geeft smaak en het versterkt de smaak. Dus Jezus zegt eigenlijk: wanneer het leven of je leefomgeving zo vlak, zo vreugdeloos, zo passief en smakeloos is, dan maakt een klein beetje zout al veel verschil, want het voegt precies dat toe waardoor het weer smaakt. Deze wereld kan zomaar haar goede smaak kwijt raken. Jullie zijn dat zout.

Zout heeft ook een activerende werking. In het oude oosten gebruikte landbouwers in Jezus’ tijd bepaalde soorten zout bij het inzaaien van het land. Die zouten hebben een activerende werking op het zaad en geven aan het bladgroen een gezonde kleur. Joodse veehouders voegden wat zout toe aan het eten van hun schapen, geiten en koeien, omdat het zout een activerende werking had op de kwaliteit van hun wol, vacht en lichamelijk gestel. Dat is wat zout doet: het activeert,  het stimuleert en zet aan tot groei.

Heel bewust kiest Jezus dus het beeld van zout. Geen honing, geen suiker, maar zout.

Wij kunnen soms de neiging hebben om van geloof iets zoetigs te maken. Maar in plaats van honing of suiker kiest Jezus heel bewust voor een ander beeld: een pittig beeld, een beeld dat prikkelt en kracht heeft. Zo moet ook het geloof in jullie binnenste zijn, zegt Jezus: Jullie zijn het zout van de aarde.

Tegelijk waarschuwt Jezus scherp: “Als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men het weer zout maken?” Zout dat zijn werking verliest, wordt iets dat in feite nergens meer toe dient. Geloof dat zich zover aanpast aan de omgeving en de denkwijze van de dag, verliest zijn scherpte, verliest zijn reden van bestaan.

Wanneer Jezus dus zegt: “Jullie zijn het zout der aarde,” zegt Hij in feite: jullie zijn geroepen om bewust te worden van het verbond met God en met Mij, het verbond dat jullie diepste identiteit bepaalt en dat jullie oproept om datgene te zijn wat het leven bewaart tegen verval.

Dan voegt Jezus er een tweede beeld aan toe: “Jullie zijn het licht der wereld.”

Ook licht was in die tijd geen vanzelfsprekendheid. Er bestond nog geen straatverlichting en er waren geen electrische schakelaars. Licht betekende veiligheid, oriëntatie, leven na zonsondergang. Maar licht is wezenlijk anders dan zout. Zout werkt verborgen, maar licht is zichtbaar. Samen vormen zout en licht een spanning die essentieel is als wij waarlijk leerlingen van Jezus willen zijn. Het geloof is zowel dienstbaar en verborgen zoals het zout, maar het geloof moet ook openbaar en herkenbaar zijn als het licht. Ook hier laat Jezus een waarschuwing horen: “Men steekt geen lamp aan om haar onder de korenmaat te zetten.” Licht dat verborgen blijft uit angst, of uit gemakzucht, verraadt zijn roeping. Want geloof is nooit louter privébezit. De gelovige levensinstelling moet gedeeld worden: niet opgedrongen, maar wel zichtbaar in daden.

Jezus verbindt zout en licht direct met het dagelijks leven van zijn volgelingen. Niet met grote woorden, maar met concrete keuzes: hoe wij spreken, hoe wij omgaan met macht, met kwetsbaarheid, met onrecht. Waar mensen door ons handelen niet verder bederven, maar behouden worden; waar anderen door ons leven richting vinden — daar wordt deze uitspraak werkelijkheid. In een wereld die vandaag opnieuw tekenen van ontbinding vertoont door polarisatie, door wantrouwen, en angst, klinken Jezus’ woorden verrassend actueel.

Zout en licht verwijzen uiteindelijk niet naar onszelf, maar naar Hem. Zoals zout ook een religieus teken is van het verbond met God, en zijn kracht ontleent aan wat het is, en zoals licht alleen licht is wanneer het brandt, zo leven wij uit verbondenheid met Christus. Hij is het ware licht. Hij is degene die bewaart. Blijf daarom geloven in deze roeping om als leerling van Jezus zout en licht te zijn, en we zullen Zijn kracht steeds weer heel bijzonder mogen ontdekken.



Categorieën:geloof en leven

Tags: ,

Plaats een reactie