Achtergrond van de eerste lezing (2 Samuel 5: 1-3)
In de eerste lezing horen we over de aanstelling van David tot koning over alle twaalf stammen van Israël. Hier ging een belangrijke, veelbewogen periode aan vooraf. Koning Saul had David vervolgd toen David bijzonder geliefd was geworden als legeraanvoerder van de Israelieten in hun strijd tegen de Filistijnen. Na jaren van burgeroorlog schaarden de twaalf stammen van Israël zich uiteindelijk achter David. Zij sloten een verbond met hem en zalfden hem tot koning. Vele jaren heeft David als een herder met rechtvaardigheid en grote inzet geregeerd over heel Israël. Ondanks zijn zwakheden, was hij een bijzonder goede koning, die het geloof in Jahweh, de God van Israël, altijd heel centraal heeft geplaatst in zijn eigen leven en in zijn beleid als koning.
Eerste lezing: 2 Samuel 5: 1-3
In die dagen begaven alle stammen van Israël zich naar David in Hebron en zeiden: “Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed. Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. Daarenboven heeft de Heer u verzekerd: Gij zult mijn volk Israël hoeden; gij zijt het die over Israël zult heersen”. Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron en koning David sloot met hen in Hebron een verbond ten overstaan van de Heer en zij zalfden David tot koning over Israël.
Tussenzang: Ps. 122
Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis.
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis! Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden.
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd. Naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk.
Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren. Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis.
Achtergrond van de tweede lezing: (Kolossenzen 1: 12-20)
De stad Kolosse lag in Frygië, een landstreek in het midden van het huidige Turkije. We luisteren in deze lezing naar een geestelijke lied, waarin Paulus alle gelovigen oproept God de Vader te danken voor Zijn verlossingsplan in Jezus. De lezers worden herinnerd aan het moment van hun bekering, toen zij de levende Heer leerden kennen en liefhebben. Paulus denkt hier ook na over de grote genade van de verlossing en over de vergeving die wij door Jezus’ kruisoffer en verrijzenis hebben ontvangen. Hij bezingt Jezus met diepe woorden: als “de geliefde Zoon”, als “het beeld van de onzichtbare God”, als “de eerstgeborene van een nieuwe schepping, als “de oorsprong”, en als “de eerste die van de dood is opgestaan”. Zo mediteert het lied over het eeuwige geheim van de Zoon, die reeds vóór alle tijden leefde in de heerlijkheid van de Vader, en toen mens is geworden in de schoot van de Maagd Maria, om de wereld verlossing, vergeving van zonden, en een nieuwe hoop te brengen.
Tweede lezing: Kolossenzen 1: 12-20
Broeders en zusters, blijmoedig danken wij God, de Vader, omdat Hij u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen en te leven in het licht. Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. In Hem is onze bevrijding verzekerd en zijn onze zonden vergeven. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.
Achtergrond van de evangelielezing: (Lucas 23: 35-43)
Op het hoogfeest van Christus Koning, de afsluiting van het kerkelijk jaar, geeft de Kerk ons op deze laatste zondag van het Lucas-jaar een tekst ter overweging waarin wij kunnen mediteren over hoe Jezus Koning is. Jezus hangt aan het kruis, Hij wordt bespot door de hogepriesters en farizeeën, lijdt hevige pijnen, en is ten diepste vernederd. En toch straalt Hij ondanks het lijden een vrede uit die duidelijk maakt dat Hij dit alles bewust draagt om de wil van Vader te vervullen. Hij is een Koning die als een herder Zijn leven neerlegt voor Zijn schapen, om het later weer op te nemen in de verrijzenis. Hij is een Koning die ons altijd nabij zal blijven met de compassie die de andere gekruisigde heeft mogen ervaren.
Evangelie: Lucas 23: 35-43
Toen Jezus aan het kruis hing, stond het volk toe te kijken maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden: “Anderen heeft Hij gered; laat Hij zichzelf eens redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!” De soldaten brachten Hem zure wijn, en ook zij voegden Hem spottend toe: “Als Gij de koning der Joden zijt, red dan uzelf”. Boven Hem stond als opschrift in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: “Dit is de koning der Joden”. Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem: “Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons”. Maar de andere strafte hem af en zei: “Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat wij door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan”. Daarop zei hij: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt”. En Jezus sprak tot hem: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”.
Overweging
Op deze zondag, de afsluitende zondag van het kerkelijk jaar, Christus Koning, wordt in de kerken in Suriname ook 50 jaar Srefidensi gevierd. Wat kunnen wij als Surinaams volk leren van het leiderschap van Jezus, die wij als Koning huldigen? Wat kunnen wij leren van de lezingen die de liturgie van de Kerk ons voor dit weekend aanreikt?
Het gaat in de lezingen van Christus Koning boven alles om een vorm van leiderschap die voor elke mens van alle tijden belangrijk en normgevend blijft. Want wij zijn allen in vele uiteenlopende vormen van leiderschap betrokken: in onze gezinnen en in het familieleven, op de werkplaats, in sportverenigingen en politieke partijen, in vakbonden en parochiewerkgroepen, in het onderwijs, de overheid en de private sector. Het gaat altijd over hoe wij als Surinamers omgaan met elkaar en hoe wij de vele aspecten van onze samenleving aansturen.
Ik zou deze overweging rond 50 jaar Onafhankelijkheid rond twee gedachten willen houden, namelijk leiderschap dat inlevend is naar de medemens toe en leiderschap dat verantwoordelijkheid pakt.
Jezus toonde in al Zijn ontmoetingen met mensen, dat Hij zich inleefde in de omstandigheden van hun leven en hun persoon. Jezus liet mensen aan het woord terwijl Hij met alle aandacht naar hen luisterde. Hij nam het voor mensen op en veroordeelde hen niet, maar bleef inlevend zoeken naar de goede kanten die er temidden van de negatieve aspecten van hun leven en karakter ook waren, om de mensen zoveel mogelijk kansen te bieden om waar nodig weer te gaan leven in de waarheid. Deze inlevende wijze van leiderschap is het meest intens aan het kruis. Want daar, te midden van alle lijden, vernedering, afwijzing, maar vooral ook te midden van de strijd met de machten der duisternis, was Jezus’ inlevende gerichtheid op anderen een indrukwekkend voorbeeld. Bebloed door de geselingen zelf het kruis dragend door de rumoerige straten van Jeruzalem, had Hij toch aandacht en een troostend woord voor een groepje vrouwen dat om Hem weende. Hij onderging het brute geweld van de kruisiging zonder te vloeken of schreeuwen. Hij bleef aan mensen denken en bad tot de Vader om dit wrede handelen te willen plaatsen in een contaxt van inleving en compassie: “Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen” (Lucas 23:34).
Maar zoals we dat zojuist weer hoorden in het evangelie, mocht Jezus zelf ook een heel bijzonder moment van inleving ervaren. Die ene veroordeelde op het kruis naast Hem, kon de honende spot van die andere gekruisigde niet onbeantwoord laten. Met inleving voor wat met Jezus gebeurde, bleef hij Jezus belijden als de Messias van God: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt”. Dit geloof in Jezus’ leiderschap, die zich wegcijferde en Zich ten einde toe richtte op de wil van de Vader, werd beloond met Jezus’ mooiste belofte: “Voorwaar, Ik zeg je: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”.
Laten wij dus bij dit gouden jubileum van ons geliefd Suriname, ons bezinnen over hoe we met elkaar omgaan. Suriname zal snel vooruit gaan in welzijn en kwaliteit van leven, als wij allen, daar waar wij leven en werken, ons oefenen in leiderschap dat het welzijn van anderen insluit in het eigen welzijn. Leiderschap dat echt om mensen geeft, zorgzaam is voor de medemens en solidair. Wij kunnen het wantrouwen dat er geregeld is tussen mensen, ook in Suriname, en de sluimerende verdeeldheid die er ook leeft onder onze bevolking, alleen overwinnen door ons toe te leggen op een houding van inleving naar al onze mede-Surinamers toe. Door ons in te leven in hoe de leefomstandigheden van anderen zijn en met welke teleurstellingen of zorgen zij te kampen hebben, door ons in te leven in de meningen en gedachen van anderen om ons heen, ontstaat er meer begrip en zullen wij ons anders opstellen naar anderen toe.
Wij zullen samen deze maatschappij moeten opbouwen en dat vraagt dat wij het algemeen belang een centrale plek moeten geven op alle niveau’s van de samenleving. Dat moet steeds meer de houding zijn waarin we weer gaan geloven. We moeten in het licht van
50 jaar Srefidensi goed nadenken over hoe dat geloof in het algemeen belang versterkt kan worden, want als we goed observeren wat er gebeurt in Suriname, dan zullen we constateren dat al vele jaren lang het algemeen belang heel vaak moet wijken voor prive belang. Dat leidt altijd tot stagnatie en tot gebrek aan doortastende aansturing van de sociale instituten en de maatschappelijke infrastructuur van Suriname. Velen denken vanuit ‘ik’ en vanuit het kleine prive belang, en steeds minder vanuit een ‘wij’ dat de rijke verscheidenheid van alle mede-Surinamers insluit. We zijn veelal de ‘touch’ met het algemeen belang kwijtgeraakt. Hoe krijgen we dat terug? Door steeds meer te spreken over de houding van inleving, of zoals het met een groot woord genoemd wordt: “empathie”. Het empathische inlevingsvermogen is behoorlijk achteruit gegaan. Maar juist daar ligt de kracht tot respectvol met elkaar omgaan en tot een beleid dat hard werkt aan het opbouwen van een rechtvaardige samenleving. Empathisch inlevingsvermogen is onontbeerlijk voor de innerlijke samenhang van onze Surinaamse maatschappij en voor een oprechte solidariteit tussen de rijkere, voorstaande groepen en de sociaal-zwakkere delen van ons volk. En alleen dat leidt tot een sterke samenleving die uitstraling heeft en die inspireert tot echte, blijvende vaderlandsliefde.
Het tweede dat wij leren van de lezingen van deze laatste zondag van het kerkelijk jaar is leiderschap dat de verantwoordelijkheid pakt. In de eerste lezing zagen wij koning David. Hij is een van de grootste koningen van Israël geworden, omdat hij zijn verantwoordelijkheid consequent pakte. Zo wist hij de twaalf stammen te verenigen, ze bij elkaar te houden en tot welzijn te brengen.
De meeste maatschappelijke en politieke problemen die we in deze 50 jaren hebben meegemaakt, zijn veroorzaakt door het steeds weer van zich afschuiven van verantwoordelijkheid. Daar ligt de kern van falend bestuur, van steeds verdere verloedering van ons onderwijs, onze gezondheidszorg, het zwakke functioneren van de overheidsdiensten en de vele intriges en corruptie.
Echte onafhankelijkheid vraagt karakter en vraagt moed. Het vraagt dat wij erkennen dat niemand buiten onszelf, ons ooit zal bevrijden. Wij zullen onze verantwoordelijkheid moeten pakken in het inrichten van onze wetgeving en het naleven van maatschappelijke regels. We zullen onze verantwoordelijkheid moeten oppakken in het werken aan openheid, interne democratie en verantwoord beleid. We zullen onze verantwoordelijkheid moeten pakken in het aansturen van allerlei sectoren van onze maatschappij door mensen met de juiste vakkennis en capaciteiten te benoemen en niet door het regelen van mensen enkel op grond van partijloyaliteit. Wij zullen allemaal onze verantwoordelijkheid moeten pakken daar waar wij werken en leven, en daar het beste geven van onszelf, trouw ons inzetten binnen ons werk, en ervoor zorgen dat anderen op ons kunnen rekenen.
Wij danken God voor alles wat wel goed gaat in ons mooie land. Wij danken God voor alle creativiteit, voor alle talenten, goedheid en zorgzaamheid die er gelukkig ook nog echt wel zijn in onze samenleving. Wij vragen Hem om niet alleen de problemen en negatieve kanten te zien, maar ons te sterken in een krachtige, positieve instelling. Door met inleving in het leven te staan, elke dag weer, zullen wij allemaal onze bijdrage leveren aan de wederopbouw van Suriname en door onze verantwoordelijkheid te pakken zullen wij duurzame ontwikkeling en een rustige, goed georganiseerd samenleving achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen. God zij met ons Suriname! Hij verheff’ ons heerlijk land!”
Wan swit’ Srefidensi!
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie