Achtergrond van de eerste lezing (Ezechiël 47: 1-2.8-9.12)
Op dit hoogfeest van de kerkwijding van de Basiliek van Sint Jan van Lateranen kiest de Kerk als eerste lezing een visioen van de profeet Ezechiël, waarin de tempel van Jeruzalem centraal staat. De symboliek van levengevend water verwijst naar de Heilige Geest. De Geest stroomt daar waar God het leven van gelovige mensen mag raken. De tempel van Jeruzalem was zo een bijzondere plek waar God door de gaven van de Heilige Geest Zijn volk hoop, vergeving, inspiratie en liefde wilt schenken. Ook Jezus zal in de evangelielezing naar zichzelf verwijzen als een tempel waar het levend water van de Heilige Geest naar alle volkeren zal stromen.
Eerste lezing: Ezechiël 47: 1-2.8-9.12
In die dagen bracht een engel mij naar de ingang van de tempel des Heren. En daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer te voorschijn. En de engel zei: “Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt; het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt, is volop leven. Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen; hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.”
Tussenzang: Psalm 122
Refrein: Hoe blij was ik toen men mij riep: Wij trekken naar Gods huis.
1. Hoe blij was ik toen men mij riep:
Wij trekken naar Gods huis.
Nu mag mijn voet, Jeruzalem,
uw poorten binnentreden.
2. Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd.
Naar u trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.
3. Terwille van mijn broeders en mijn makkers,
wens ik u vrede toe.
Terwille van het Huis van onze God,
bid ik voor u om zegen.
Achtergrond van de tweede lezing (1 Korintiërs 3: 9b-11. 16-17)
Paulus had de kerkgemeenschap van de havenstad Korinte zelf gesticht. Hij kende de mensen heel goed en in deze passage leert hij hen dat zij samen de levende tempel, Gods bouwwerk zijn. Jezus, de verrezen Heer, moet altijd hun fundament blijven en de Heilige Geest zal als levend water in hen wonen en hen leiden.
Tweede lezing: 1 Korintiërs 3: 9b-11. 16-17
Broeders en zusters, gij zijt Gods bouwwerk. Naar de mij gegeven genade heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt. Maar laat iedereen toezien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus. Gij weet toch dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig en die tempel zijt gij.
Achtergrond van de evangelielezing: (Johannes 2: 13-22)
Alle vier evangelisten vertellen het gebeuren dat Jezus met een zweep een einde maakte aan een onwaardige situatie op het tempelplein te Jeruzalem. Daar werden schapen, runderen en duiven verkocht die pelgrims, die van verre naar de tempel getrokken waren, daar konden kopen om als offer aan God voor hen te laten opdragen. Ook moesten zij daar het gewone geld wisselen in speciaal tempelgeld voor het offeren en het voldoen van hun voorgeschreven bijdragen aan de tempel. Dit alles had elders moeten gebeuren, maar nu gebeurde dat alles op het tempelplein en dat verstoorde de sfeer van gebed en de ontmoeting met God, waarvan de tempel de geheiligde, serene plek behoorde te zijn.
Evangelie: Johannes 2: 13-22
Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van runderen, schapen en duiven en ook de geldwisselaars die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en Hij wierp die omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: “Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!” Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: “De ijver voor Uw huis zal mij verteren”. De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: “Wat voor teken kunt Gij ons laten zien dat Gij dit doen moogt?” Waarop Jezus hun antwoordde: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Maar de joden merkten op: “Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?” Jezus echter sprak over de tempel van Zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden Zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.
Overweging:
Vandaag vieren we een bijzonder feest. Misschien niet het meest bekende hoogfeest in het kerkelijk jaar, maar wel een liturgische feestdag die het hart raakt van wie we zijn als Kerk: het Hoogfeest van de kerkwijding van de Basiliek van Sint-Jan van Lateranen.
Deze basiliek in Rome is een prachtige, statige eeuwenoude kerk. Maar waar alles om gaat, is dat deze basiliek van Sint Jan van Lateranen de kathedraal is van de bisschop van Rome, de kathedraal dus van de paus. Daarom draagt deze basiliek de eretitel van “moeder en hoofd van alle kerken in de wereld”. Wanneer wij vandaag haar kerkwijding gedenken, vieren wij niet alleen de plechtige wijding van een gebouw als huis van ontmoeting met God, maar ook onze verbondenheid met de paus, met de Kerk van Rome, en onze verbondenheid met elkaar als één wereldwijde gemeenschap van gelovigen. We vieren, kortom, de liefde die ons samenbindt in het geloof.
In de eerste lezing uit de profeet Ezechiël zien we een prachtig visioen: uit de tempel van Jeruzalem stroomt water naar alle windstreken. Eerst druppels, dan beekjes, dan een machtige rivier: water dat leven brengt waar het maar komt. Het maakt dorre grond vruchtbaar, geneest wat ziek is, doet bomen bloeien en vissen leven.
Dat beeld van levend water is een van de mooiste symbolen van de Heilige Geest. De Geest die van Gods heiligdom uitgaat, overstroomt grenzen, brengt genezing, brengt vernieuwing en hoop. Zo is ook de Basiliek van Sint Jan van Lateranen een teken van die bron. Vanuit dat huis van gebed, de kathedraal van de paus, stroomt symbolisch datzelfde water van geloof en barmhartigheid naar de hele wereld. De paus is immers niet enkel de herder van Rome, maar als de opvolger van de apostel Petrus is de paus ook de focus en behoedervan eenheid en liefde tussen de kerkgemeenschappen overal ter wereld.
Dat levend water van de Heilige Geest mag ook door óns stromen. Wij zijn geen toeschouwers, maar deelnemers aan die stroom. Wij worden uitgenodigd om dragers van de Geest te zijn, mensen bij wie anderen hoop en genezing kunnen vinden. Want de wereld dorst naar dat water: naar geloof dat leven geeft, naar woorden die helen, naar daden die barmhartigheid ademen.
De tweede lezing uit Paulus’ eerste brief aan de Korintiërs herinnert ons eraan waar de bron van dat leven zich bevindt: in Christus zelf. Paulus schrijft: “Niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus.” En dan zegt Paulus heel nadrukkelijk aan ons allen: “Jullie zijn Gods bouwwerk. Weet je niet dat je Gods tempel bent en dat de Geest van God in je woont?”
Met andere woorden: wij zijn zelf de stenen van de levende tempel die God bouwt. Niet alleen kerkgebouwen worden gewijd, maar ook wij worden gewijd door de Heilige Geest die in ons woont. De eenheid van de Kerk rust dus niet op menselijke overeenstemming of op één manier van denken, maar op Christus als fundament. Dat fundament is liefde en overgave, vergeving en dienstbaarheid. En op dat fundament mogen wij bouwen: ieder met de stenen van ons eigen leven, met de stenen van ons eigen geloof, met onze eigen talenten en kwetsuren.
De wijding van de Basiliek van Sint Jan van Lateranen herinnert ons eraan dat elk kerkgebouw slechts een zichtbaar teken is van een onzichtbare werkelijkheid: Gods woonplaats onder de mensen. En wanneer wij samenkomen om te bidden, om Eucharistie te vieren, om te delen in geloof en hoop, dan worden wij zelf opnieuw tot een levend huis van God.
In het evangelie horen we hoe Jezus de handelaars van het tempelplein jaagt. Hij ziet hoe dat grootse, statige plein rondom het huis van zijn Vader verworden is tot een plek van ruilhandel, van menselijke belangen, van uiterlijkheid. En met heilige woede zuivert Hij het tempelplein, want het moet een plek zijn van gebed, een geheiligde plek waar God echt aanwezig is.
Bij dit gebeuren zegt Jezus: “Breek deze tempel af, en in drie dagen zal Ik hem weer opbouwen.” De evangelist Johannes legt dan uit: Jezus sprak over de tempel van Zijn lichaam. God zoekt geen stenen gebouwen, maar mensen die zijn aanwezigheid weerspiegelen. Hij zoekt mensen met een oprecht hart, mensen die God geven wat Hem toekomt: tijd, aandacht, gebed, liefde.
Elke dag opnieuw kunnen wij ons afvragen: wat voor tempel ben ik? Is er in mij ruimte voor Gods Geest, of is mijn binnenste vol ruis, vol marktlawaai? De Heer zuivert ook ónze tempel, niet om te veroordelen, maar om ruimte te scheppen: ruimte voor stilte, voor aanbidding, voor echte ontmoeting met Hem. Wie die stilte zoekt, wordt zelf een pelgrim van hoop: iemand die door zijn leven getuigt dat God er is, dat Hij leeft en dat Hij toekomst geeft.
Dit liturgisch feest van de wijding van de kathedraal van de paus, de Basiliek van St. Jan van Lateranen is ook een uiting van eenheid in een enorme verscheidenheid wereldwijd. De bisschop van Rome, de paus, is de drager en focus van die eenheid temidden van een enorme verscheidenheid. Toch weten we dat eenheid in de Kerk niet vanzelfsprekend is. Wij mensen hebben sterke meningen, hebben diepe overtuigingen, en leggen verschillende accenten in onze geloofsbeleving. Soms kan dat leiden tot spanningen, tot verwijten, soms zelfs tot verwijdering.
Maar het hoogfeest van vandaag roept ons op om elkaar te herinneren aan de bron van onze eenheid. De paus, als opvolger van Petrus, heeft van Christus een bijzondere taak gekregen: om te wijzen op Christus en rond Hem de eenheid van de Kerk te bewaren. De paus moet oproepen om te waken over het geloof in de levende Christus, en de Kerk en de wereld te inspireren tot barmhartigheid en eenvoud van hart.
In het visioen van Ezechiël in de eerste lezing stroomde vanuit de tempel van Jeruzalem het water dat leven brengt. Vanuit het kruis van Christus, dichtbij de tempel van Jeruzalem, stroomt het bloed dat verlossing schenkt. En vanuit de Kerk, die gebouwd is op dat fundament van Jezus’ kruisoffer en verrijzenis, mag ook door ons heen het levend water van de Geest stromen: naar allen die dorstig zijn. Vandaag worden wij uitgenodigd om die bron open te houden: om mensen te zijn van gebed, van eenheid, van liefdevolle trouw; om pelgrims van hoop te zijn die onderweg blijven, met de blik gericht op Jezus die ons roept tot volheid van leven.
Moge de Heer ons hart zuiveren, onze gemeenschap vernieuwen, en ons maken tot levende stenen van zijn Kerk. Laten we verankerd blijven in Christus en geleid door de Heilige Geest. En blijven wij verenigd met allen die geloven, in liefde, eenvoud en vrede.
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie