Achtergrond van de eerste lezing (Jeremia 1: 4-5. 17-19)
In de eeuwen van het Oude Testament, was profeet zijn geen gemakkelijke roeping! Profeten interpreteerden de maatschappij waarin zij leefden in het licht van hun geloof in God, die sterke waarden en normen van ons vraagt. De verkondiging van de profeten legde de vinger op de ernstige tekortkomingen in de maatschappij en daardoor ergerden sommigen zich als “de profeet weer met zijn kritiek kwam”. Je moest heel stevig in je schoenen staan om die druk te weerstaan. En toch is het steeds weer nodig dat er voldoende profeten zijn die graven naar wat waar is, die onjuiste zaken bij de naam durven noemen, want anders komt er geen groei of verbetering. Zo heeft ook Jeremia zijn roeping als profeet vaak ervaren als een moeilijke taak. Toch wist hij dat God zijn kracht was en dat de Heer die hem geroepen had tot deze moeilijke taak, ook met hem zou zijn als mensen zich op gevaarlijke wijze tegen de profeet en vooral tegen zijn kritische woorden zouden keren. Daarom kan psalm 71, die we als antwoordpsalm overwegen, gezien worden als een gebed van Jeremia toen hij oud geworden was. De psalmist, had vanaf jong ervaren dat God hem riep om Zijn naam en liefde te kennen en om Gods Woord uit te dragen. Ook hij had ervaren, net als Jeremia, dat God een rots en een burcht is, de werkelijke toevlucht die op ons wacht en over ons zal waken.
Eerste lezing: Jeremia 1: 4-5. 17-19
In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij: “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u; voordat ge geboren werd, heb Ik u mij voorbehouden, tot profeet voor de volken heb Ik u bestemd. Omgord dan uw lenden; sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land, voor de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers van het land. Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Want Ik ben bij u om u te redden.”
Tussenzang: Psalm 71.
Refrein: MIJN TONG ZAL UW RECHTVAARDIGHEID PRIJZEN
1. Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht, stel mij toch nimmer teleur. Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij, luister en kom mij te hulp.
2. Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats; mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest. Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars, de vuist die mij wreed omklemt.
3. Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting, mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd. Vanaf de moederschoot steun ik op U. Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.
Achtergrond van de tweede lezing (1 Korintiërs 12: 31- 13:13)
In deze beroemde tekst van Paulus, herinnert God ons allen eraan hoe wezenlijk de liefde in feite is. Het spreken in tongen is een belangrijke gave van de Heilige Geest, het profeteren eveneens. Toch is het allerbelangrijkste de liefde, die uiteindelijk het fundament is van alles wat wezenlijk is, van alles wat waar is en stand zal houden. In de gemeente van Korinte was er verdeeldheid. Er waren verschillende groepen binnen de kerkgemeenschap die door onderlinge spanningen niet altijd even goed met elkaar omgingen. Paulus herinnert hen eraan, dat echte liefde lankmoedig is en niet afgunstig. Dit inzicht kan helpen daar waar sommige gemeenteleden soms fel tegenover elkaar hadden gestaan over talenten of kennis die de een wel had en de ander wat minder. Paulus leert hen dat de liefde niet praalt, zichzelve niet zoekt, zich niet kwaad laat maken, maar alles verdraagt, alles hoopt, alles duldt. Natuurlijk weet Paulus ook dat wij als mensen lang niet altijd dit zullen waarmaken, maar dit is het ideaal dat God ons leert, om ons aan op te trekken. Zolang wij hier over na blijven denken in ons leven, onszelf steeds weer evalueren in het licht van dit ideaal van de ware liefde en proberen er steeds beter naar te leven, zullen wij mensen worden naar Gods welbehagen.
Tweede lezing: 1 Korintiërs 12: 31 – 13:13
Broeders en zusters, Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaakte komt heeft het onvolmaakte afgedaan. Toen ik een kind was sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; en nu ik man geworden ben heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele maar dan zal ik ten volle kennen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.
Achtergrond van de evangelielezing: (Lucas 4: 21-30)
We horen deze zondag deel twee van Lucas’ vertelling over Jezus optreden in de synagoge van Nazareth. Vorige week zondag hoorden we deel één, waar Jezus uit de boekrol van Jesaja die sprekende woorden gelezen had over gezalfd zijn met Gods Geest, over de blijde boodschap verkondigen aan de armen der wereld, over de ogen openen van de blinden, over hen die gevangen zijn de vrijlating brengen en zo aan heel de schepping en heel de mensheid het genadejaar van de Heer afkondigen. Nu luisteren we naar deel twee van dit verhaal.
Evangelie: Lucas 4: 21-30
In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken: “Heden is het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, in vervulling gegaan.” Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: “Is dat dan niet de zoon van Jozef?” Hij zei hun: “Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf: doe al wat, naar wij vernamen, in Kafarnaum gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.” Maar Hij gaf er dit antwoord op: “Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad. En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israël; toch werd Elia tot niemand van hun gezonden dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër Naäman.” Toen ze dit hoorden werden allen die in de synagoge waren woedend. Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Overweging:
Vandaag zou ik de lezingen van deze zondag willen overwegen vanuit het thema: “Heden: een woord van verkondiging van Gods liefde en woord van onze meest fundamentele roeping tot liefde”.
De evangelist Lucas heeft heel duidelijk iets te zeggen aan de wereld. Met zijn eigen accenten vertelt hij het verhaal van Jezus. Vorige week hoorden we hoe Lucas verhaalde over het eerste optreden van Jezus in de synagoge van Nazareth. Lucas had van ooggetuigen gehoord dat in Nazareth, waar Jezus was opgegroeid, er velen waren die niet openstonden voor de overtuiging die bij vele anderen was gegroeid, namelijk dat Jezus de Messias was. Jezus leest dan uit de boekrol van de profeet Jesaja woorden over gezalfd zijn door Gods Geest. Woorden ook van grote betrokkenheid bij de armen en hen de blijde boodschap brengen van Gods universele liefde. Woorden van bevrijding voor hen die innerlijk gevangen zijn en van nieuw zicht voor de blinden. Jesaja’s profetie sprak ook over het afkondigen van het genadejaar van de Heer, dat is het bijbelse symbool van het Jubeljaar zoals de paus dat nu ook voor 2025 heeft afgekondigd. Het Jubeljaar spreekt over de onverwoestbare hoop dat de mensheid en de schepping eens nieuw zullen worden en dat het oude dan voorbij zal zijn. Jesaja’s profetie zijn grootse woorden! Israël kent ze, maar weet dat zij ze niet werkelijk verwezenlijken kan. Het zijn daarom woorden die vooral gericht zijn op de Messias! Want wanneer de Messias komt, dan zal Hij met de kracht en zending van God dit visioen tot werkelijkheid maken.
En zo gebruikt Lucas dan dat cruciale sleutelwoord “Heden”! Wanneer Jezus na het lezen de boekrol dichtrolt, richt Hij zich tot de aanwezigen en zegt: “Heden is het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, in vervulling gegaan”.
Lucas gebruikt dit woord “heden” vier keer in zijn evangelie. Telkens verwijst dit woord “heden” dan naar Gods tijd van vervulling en nieuw leven. Dit sleutelwoord “heden” kondigt alle vier keren de nieuwe tijd aan die door Gods Zoon, de Messias, wordt ingeluid als een Jubeljaar: een nieuwe tijd van shalom en heling, een tijd van vrede, verzoening en gerechtigheid.
De eerste keer gebruikt Lucas dit woord “heden” in 2:11, wanneer hij vertelt over de nacht van Jezus’ geboorte. De engelen verkondigen dan aan de herders: “Heden is u een Redder geboren: Christus de Heer, in de stad van David”. De tweede keer is hier, in 4:21 aan het begin van Jezus’ openbaar leven, wanneer Jezus over die messiaanse woorden van liefde en betrokkenheid bij armen, verdrukten, blinden en verlatenen, zegt: “Heden is het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, in vervulling gegaan”. De derde keer is in 19:9 wanneer Jezus het huis van Zaccheus bezoekt. Zaccheus zegt dan diep ontroerd aan Jezus: ‘Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets heb afgeperst geef ik het hem vierdubbel terug”. Jezus maakt dan van Zaccheus’ bekering eigenlijk een paasverhaal waarin al iets van de nieuwe kracht van de verijzennis doorschijnt, wanneer Hij antwoordt: “Heden is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze mens is een zoon van Abraham”. De vierde keer is in 23:43. Lucas vertelt daar hoe Jezus aan het kruis hangt en door één van de twee mannnen die met Jezus gekruisigd waren, bespot wordt. Maar de andere neemt het voor Jezus op en zegt tot Hem: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw koninkrijk gekomen zijt”. En Jezus antwoordt hem: “Heden nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”. Ook hier roept het woord “heden” in gedachten de volheid van leven en de volheid van Gods grote liefde.
Zo is het woord “heden” een sleutelwoord in Lucas’ evangelie! Het kondigt de kracht aan van God die oog heeft voor de armen en verstotenen, God die hoop brengt waar het leven overschaduwd is door de krachten der duisternis. Het sleutelwoord “heden” kondigt aan dat Gods Geest in en door Jezus reeds iets van het nieuwe van de verrijzenis doet doorbreken in dit bestaan. Dit woord “heden” roept ons op tot geloof in Jezus! Zoals de herders, Zaccheüs en de gekruisigde man in Jezus hun geloof en vertrouwen hebben gesteld. Zij maakten een keuze om hun doen en denken te richten op Jezus en Zijn manier van kijken naar mensen en naar de schepping.
Deze keuze betekende voor hen ook een levensverandering: een zich hernieuwd oriënteren op de liefde van Gods rijk. Een liefde waarvan we in de tweede lezing hoorden: “Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb ben ik niets… Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij… De liefde vergaat nimmer”.
Het woord “heden” wijst dus op de doorbraak van Gods rijk van liefde, van waarheid en leven, maar vraagt tegelijk van ons mensen een heldere keuze. Het was een keuze die vele inwoners van Nazareth niet konden en niet wilden maken. Zij waren zo overtuigd van hun mening dat Jezus niet de Messias kon zijn, dat zij zich niet openstelde voor wat God in Hem aan het doen was. Hadden zij dat wel gedaan, dan waren ook zij deelgenoot geworden van Gods liefde die alle grenzen doorbreekt en alles nieuw maakt, en die nieuwe perspectieven opent die mensen met elkaar verbindt en niet scheidt.
Het profetisch optreden van Jezus in Zijn vaderstad Nazareth maar ook overal in Galilea, Samaria, in Judea en vooral in Jeruzalem, heeft laten zien dat het menselijk bestaan uiteindelijk om de liefde draait. Voor vele mensen klinkt dat zweverig en onrealistisch. Maar toch bepaalt dit onze fundamentele kijk op het leven. Het bepaalt ook ons menselijk beeld van God, ons beeld van wie God is en vooral ons beeld van wat God van ons vraagt. De Heilige Schrift spreekt geregeld over de toorn van God wanneer het gaat over Gods reactie op menselijk onrecht en geweld, onwaarachtigheid en onoprechtheid en het doen met een andere mens wat je absoluut niet voor jezelf zou willen. Maar de Heilige Schrift spreekt ook steeds weer over Gods barmhartigheid en mededogen. In Jezus ontmoeten we van dit alles de meest volle en volmaakte uitdrukking, want Hij is de mensgeworden Zoon.
Laten we de komende dagen geregeld ons bezinnen over de diepgang van dat sleutelwoord “heden”: “Heden: een woord van verkondiging van Gods liefde en woord van onze meest fundamentele roeping tot liefde”. God is liefde en Hij vergeeft zonder voorwaarden vooraf. Deze onvoorwaardelijke vergeving keert de wereld om. Je keert je dan weg van een wereld van eigen belang eerst, van met gelijke munt terugbetalen en van het goedpraten van wat gewoon niet goed is. En we worden binnengevoerd, of bijbels gezegd: we bekeren ons tot een wereld waar liefde de grondtoon is. Liefde voor God, middels gebed en sacramenten, bezinning, lezen van Zijn Woord en lofprijzing. Liefde voor de medemens, waarbij de liefde leert dat we slechts echt gelukkig zullen zijn als ons geluk ook het geluk van de ander insluit en draagt. En ook liefde voor de schepping, voor het milieu, voor de natuur die door gebrek aan daadwerkelijke liefde reeds zo vervuild en ten dele verwoest is door ons mensen. Het zal echte liefde zijn waartoe we ons bekeren. Het zal echte liefde zijn waardoor we creatief worden in het luisteren naar anderen met ogen van empathie, dus van inleving en betrokkenheid. Het zal echte liefde zijn waarin we kracht vinden in tijden van ziekte, werkloosheid, echtscheiding en al die vele vormen van tegenslag of beproeving. Het zal echte liefde zijn die ons zal helpen om vroegere wrok los te laten en voorzichtig maar vastberaden te zoeken naar verzoening en het herstel van gebroken en geschonden relaties onder mensen. De liefde is de meest fundamentele realiteit van het bestaan èn onze belangrijkste roeping. Ik wil deze overweging daarom besluiten met een andere beroemde bijbeltekst waar ons sleutelwoord “heden” een grote rol speelt. Het komt uit psalm 95: “Luistert heden naar Zijn stem en weest niet koppig”. Een bijbels knipoogje!!
Gado blesi!
Categorieën:geloof en leven
Plaats een reactie